Janus (1787)

Titelbeschrijving
Janus.

Periodiciteit
Tussen 1 januari en 13 augustus 1787 verschenen wekelijks, op maandag, 34 gedateerde, genummerde en gepagineerde afleveringen. De reeks besluit op 20 augustus met een Numerus Ultimus (nr. 35) met twee bijlagen, een Testament en een Nota van Janus. De aflevering van 8 maart 1787 is als een extra nummer aangekondigd, uitgebracht ter gelegenheid van de verjaardag van stadhouder Willem V, maar maakt als nr. 11 deel uit van de lopende jaargang.
Daarnaast verschijnen twee extra nummers buiten de reguliere reeks, een op maandag 23 april (genummerd als ‘17 Extra’) ter gelegenheid van de remoties in Amsterdam en Rotterdam, en een op donderdag 14 juni, waarin de redactie een ‘sleutel’ op Janus geeft. Feitelijk zijn er dus 37 afleveringen verschenen.
De pagina’s zijn vanaf het begin doorgenummerd, maar niet correct. Nr. 17 Extra heeft overigens een aparte paginering.
In 1792 kwam een eveneens anonieme compilatie uit van een aantal uit Janus overgenomen berichten met een nawoord. Hierin houdt de ‘geest van Janus’ de lezer voor lessen uit het verleden (=1787) te trekken.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat doorgaans 16 pagina’s in octavo. Er zijn losse (niet complete en niet ingebonden) jaargangen en door bezitters ingebonden afleveringen bekend.
Elk nummer bevat een vast vignet, een basisafbeelding van een Janus-kop rustend op enkele lauwertakken. De linkerkop kijkt vooruit, de rechterkop kijkt om. Er zijn tenminste acht varianten van het basisvignet bekend. Sommige vignetten zijn gesigneerd met de initialen J. (of I.) S. Hierachter gaat waarschijnlijk Jacob Smies schuil. Later zou hij ook de titelprent voor een van Janus’ opvolgers (Janus Verrezen) ontwerpen. Boven het vignet staat de hoofdtitel ‘JANUS.’; aan weerszijden van de afbeelding de jaartallen 1747 en 1787, een verwijzing naar het veertig jaar omspannende stadhouderschap van Willem IV en Willem V. Onder het vignet staat het motto ‘Suum Cuique’ (ieder het zijne), dat in verschillende vormen bij diverse klassieke auteurs is te vinden, maar dat in Janus betekent dat ieder zijn vet krijgt. In nr. 17 Extra is de Janus-kop vervangen door hetzelfde motto in het Grieks.
De eerste aflevering bevat een stoklijst die tevens de meeste distributeurs vermeldt:

Deze Nommers worden alle Maandagen vervolgd, en uitgegeven te Leyden bij B. Onnekink, Rotterdam v. d. Dries, Amsterdam H. Keijzer, Haarlem Bohn, ’s Hage Plaat en v. Dregt, Delft Verbeek, Utrecht G. T. van Paddenburg, en J. Visch, te Deventer G. Brouwer, te Zwol S. en F. Clement, en Hoogop, en verder in de overige Provincien, à 1. en 1. halve Stuivers.

Boekhistorische gegevens
Van de nrs. 1-20 zijn aantoonbaar twee (verschillende) drukken bekend. Beide exemplaren bevatten elk een verschillende stoklijst, waarin beurtelings de Leidse uitgevers Barend Onnekink en Leendert Herding als eerste is vermeld. Daarom kunnen zij als uitgevers en drukkers van Janus worden beschouwd. De derde Leidse uitgever is Jacobus Meerburg, die in geen enkele stoklijst voorkomt maar wel in krantenadvertenties waarin nieuwe afleveringen van Janus worden aangekondigd. Het blad werd in Holland, Utrecht en Overijssel verspreid, overwegend patriotse gewesten.
De eerste afleveringen kosten 1½ stuiver, later vroegen de uitgevers 2 stuivers. Het speciale nummer bij de verjaardag van Willem V is gratis.
De oplaag van Janus lag waarschijnlijk tussen de 500 en 1.000 exemplaren per aflevering. De extra afleveringen zullen een hogere oplaag hebben gekend.

Medewerkers
De redactie wenste anoniem te blijven. Desondanks is bekend dat Petrus DE WACKER VAN ZON (1758-1818) de belangrijkste redacteur was. Hij studeerde rechten te Leiden, voerde later wel de meesterstitel, maar het is onduidelijk of en waar hij is gepromoveerd. Een carrière in de advocatuur liep spaak en zijn politieke loopbaan verzandde in halfslachtigheid. Hij was getrouwd met de Utrechtse Theodora Adriana Falck. Hun beide kinderen overleden in hun jeugd op dramatische wijze (een sneuvelde, de ander verbrandde levend).
Als schrijver had De Wacker van Zon meer succes. Onder het pseudoniem Anonymus Belga publiceerde hij in 1786 De Adel, waarin hij zich verzette tegen het fenomeen erfelijke of geboorteadel. Vrijwel zeker probeerde hij onder het pseudoniem Janus Index anderhalf jaar lang in verschillende bladen zijn pen, voordat hij zich aan Janus waagde. Na enkele stimulerende reacties zette hij Janus op. Naast zijn redacteurschap van Janus was hij onder het pseudoniem Bruno Daalberg redactioneel ook betrokken bij andere tijdschriften, zoals De Prullemand en opvolger Apollo (beide uit 1805) en De Ster (1806). Daalberg schreef ook enkele romans, waarvan Willem Hups (1805) en Jan Perfect of De weg der volmaking (1817), beide satiren, het meest bekend zijn.
Tot de overige medewerkers aan Janus behoren vrijwel zeker Johannes KINKER en Wilhelmus VAN IRHOVEN VAN DAM.

Inhoud
Janus is een satirisch politiek-literair weekblad, dat begon te verschijnen kort nadat met de bezetting van Elburg en Hattem de burgeroorlog was uitgebroken en de strijd tussen patriotten oranjegezinden het kookpunt bereikte. Aan de ene kant wees Janus, in openlijke en soms wat cryptische berichten, stadhouder Willem V als enige schuldige aan.
De redactie evalueerde het 40-jarig stadhouderschap van Willem V en kwam tot de conclusie dat zijn bewind rampzalig is geweest voor de Republiek en haar inwoners. Knelpunten waren onder meer de staatsrechtelijke positie van de stadhouder, zoals die in het algemeen door de Oranjes is vervuld en door Willem V in het bijzonder, de bevoordeling van de geboorteadel en de politieke verbondenheid met Engeland. Op lokaal gebied hadden de oranjegezinde regenten te veel macht; slechts na veel verzet wilden zij die met de burgers delen. De redactie verweet de patriotse beweging anderzijds gebrek aan onderlinge samenwerking. Janus was politiek ongebonden en stond wat zijn standpunten betreft boven de strijdende partijen.
Janus keek ook in de toekomst en zag in het ontstaan van de Verenigde Staten van Amerika positieve elementen die ook op de Republiek toegepast konden worden. Het land zou het meest gebaat zijn met een stadhouder in een louter representatieve functie, los van elke politieke binding. Het blad wilde de verdeelde oppositionele krachten (gematigd patriotse of staatsgezinde regenten en patriotse democraten) bundelen en hen aanzetten tot gewapende strijd tegen Willem V en zijn gunstelingen.

Het blad toonde sympathie voor de zaak van de patriotten, maar hun onderlinge verdeeldheid en hun aarzeling om daadwerkelijk op te treden zullen hun ondergang worden. Janus voorspelde de patriotse verdeeldheid onder meer in het verhaal over de Culliopoejemaipoejepoeki-eilanden, een van belangrijkste berichten waarin de onmacht van de patriottenbeweging is samengevat. Het gebrek aan motivatie, de armzalige bewapening van een aantal patriotse eenheden en het ontbreken van een planmatig publiek optreden door de patriotten werd intussen genadeloos gehekeld en daarmee afgestraft.
Hoewel de kritiek van de Janus-redactie inhoudelijk niet altijd nieuw is, schotelde zij de lezer in soms vermakelijke, soms fel-satirische berichten een voortdurend wisselend perspectief aan politieke keuzen voor. Zelfs in berichten die ogenschijnlijk over andere onderwerpen dan politiek gingen. Het waren juist deze taboedoorbrekende keuzen, een unieke formule, waarmee Janus met gemak kon concurreren met de andere doorgaans saaie, weinig meeslepende politieke tijdschriften in die tijd.

Het weekblad verscheen op een moment dat de lezersmarkt aan innovatie toe was. Het mikte daarbij met een superieure penvoering op het intellectuele deel van de Verlichte burgerij en op enkele individuen, zoals de Gelderse democraat Robert Jasper van der Capellen van de Marsch en de Zutphensche burgemeester Joost Verstege.
Toen in de loop van 1787 bleek dat de strijd niet gewonnen kon worden, regisseerde de redactie een tragikomisch afscheid. Het blad suste zichzelf in een diepe slaap, liet een politiek testament na en werd klinisch doodverklaard. Maar ruim zeven jaar later ontwaakte het in een totaal gewijzigd politiek landschap: het begin van Janus Verrezen. Daarin trad de oude redactie met De Wacker van Zon niet meer op; wel is het nieuwe blad heel duidelijk op de Janus van 1787 gebaseerd.

Tot de vaste rubrieken van Janus behoren Berichten, Advertissementen, Scheepsberichten, Prijzen der effecten en Bekendmakingen. De meest geliefde vormen waren de Berichten en Advertissementen die samen ruim tweederde van de rubrieken beslaan. Ruim 80 procent van beide vormen betreft berichtgeving uit Holland en Utrecht. Daarnaast komen enkele gedichten voor. Via een feuilleton beleeft de lezer de speurtocht van Diogenes naar de sterke man, want het ontbreekt de patriotse beweging aan leiderschap. Van der Capellen van de Marsch wordt gezocht en gevonden, maar uiteindelijk politiek te licht bevonden om hun landelijke leider te worden.
Tot de favoriete satirici van de redactie behoort François Rabelais, wiens vrolijke drinkgelagen, macaronische poëzie, atmosferische en intestinale wind- en sleutelsymboliek in vele berichten werden geactualiseerd. Naast bijbelse en klassieke allusies refereert de redactie regelmatig aan het werk van Jonathan Swift (Gulliver’s travels), Laurence Sterne (Sentimental journey) en Henry Fielding (The life of Mr. Jonathan Wild the Great).

Relatie tot andere periodieken
De Janus-redactie zocht voortdurend de confrontatie met politieke tegenstanders en met concurrerende bladen op de volle bladenmarkt, zoals De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787) van Pieter ’t Hoen en De Haagsche Correspondent (1786-1787). Een enkele keer liet ’t Hoen zich verleiden tot commentaar op Janus’ berichtgeving. Met De Haagsche Correspondent voert de redactie een polemiek.
De Janus is een uniek blad, waarvan geen voorloper bekend is. De Janus-formule heeft sinds het verschijnen van Janus Verrezen (1795-1798) een interessante navolger en verscheidene andere redacties geïnspireerd. Dit heeft geleid tot veel nakroost van weekbladen, die soms hetzelfde vignet als Janus (1787) gebruikten en tijdens hun verschijning van naam veranderden. Sommige bladen riepen zichzelf tot navolgers van Janus uit, zoals De Spectator met de Bril (1787-1788) van Hendrik Bergh, Ismaël (1788-1789), Janus Verrezen en enkele Politieke Blixems.
Omstreeks 1800 verschenen opnieuw enkele navolgers: Janus Janus-zoon (1798-1801), De Heer Janus Janus-zoon (1801-1802), beide met Bernardus Bosch als belangrijkste medewerker, en twee tijdschriften met de naam Janus in de titel. Een daarvan is opnieuw van Bernardus Bosch, die zijn Janus als reactie op het verschijnen van zijn naamgenoot (te Delft onder redactie van Jacob Eduard de Witte van Haemstede) Den Ouden, Echten Janus (1802) noemde.

Exemplaren
Hoewel er bijna veertig ingebonden exemplaren van Janus in binnen- en buitenland bekend en beschreven zijn, berust er nergens een compleet exemplaar in enige openbare bewaarplaats. Voor dit lemma is gebruik gemaakt van een voor zover bekend compleet exemplaar uit privébezit. Een nagenoeg compleet exemplaar bevindt zich in Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 526 D 13.
Full text

Bronnen
Een interessante bron voor Janus vormt een anoniem toneelspel uit 1787, Judas, de Aarts-Schelm, waarin de auteur van Janus en diens uitgever, Barend Onnekink, verweten wordt het in hun blad niet zo nauw met de waarheid te nemen.
Zie verder Arnhem, Gelders Archief: familiearchief Van der Capellen, inv.nr. 559, brief van Philips van Zuylen van Nyevelt (zwager van Petrus de Wacker van Zon) aan Robert Jasper van der Capellen van de Marsch (juni 1787). Hierin worden de auteur van De Adel en die van de Janus geïdentificeerd als één en dezelfde persoon, namelijk De Wacker van Zon.

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003)
¶ Pieter van Wissing, ‘Een patriotse messias op de Culliopoejemaipoejepoeki-eilanden. Robert Jasper van der Capellen tot de Marsch en Janus (1787)’, in: Bijdragen en Mededelingen Gelre 86 (1995), p. 73-115
¶ Pieter van Wissing, ‘“Heethooftige en speculateur”. Petrus de Wacker van Zon (1758-1818)’, in: Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw 24 (1992), p. 175-199
¶ A.J. Hanou, ‘De literator als politiek commentator. Het geval Janus (1787)’, in: idem, Nederlandse literatuur van de Verlichting (1670-1830) (Nijmegen 2002), p. 143-185
¶ A.J. Hanou, ‘Iets over de auteur(s) van de ‘Janus’(1787) en de ‘Janus verrezen’(1795-1798)’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 14 (1991), p. 47-66 en p. 71-82
¶ W.R.D. van Oostrum, ‘De listige momerie van De Haagsche correspondent (1786-1787)’, in: Pieter van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008), p. 109-128.

Pieter van Wissing