Joodsche en Vrycoristische Extra Na-Courant (1786)

Joodsche en Vrycoristische Extra Na-Courant (1786)
Titelbeschrijving
Joodsche en Vrycoristische [Vrycorpistische] Extra Na-Courant. Voor het mirakeljaar 1786. Behelzende een waarachtig verhaal van al het geene dat ’er binnen Amsterdam, tusschen den veertienden en achtiende july, in overgroote vreugde, vry en onverhinderd, zo op het exercitie veld der vry-coristen, onder de spreuk: Tot nut der schuttery. Achter de herberg Maltha, buiten de Leydse Poort. Als in de Jooden Hoek, zo by nacht als by dag is voorgevallen. Vervat in een expresse brief, van een Amsterdams heer, aan een heer in ’s Hage.

Periodiciteit
Datering op grond van de titel. Hoogstwaarschijnlijk een eenmalige gelegenheidsuitgave, getuige ook het volgnummer ‘No. O in ’t ootje.’ De krant bestaat uit een brief, gedateerd 21 juli 1786.

Bibliografische beschrijving
Het titelblok is als van een stadskrant, met linksboven de nummeraanduiding en de titel aan weerszijden van het titelvignet (in dit geval een vrijwel leeg kader met daarin het getal 0). Onder het titelblok staat gecentreerd de ondertitel. De tekst is opgemaakt in twee kolommen. De zogenaamde advertenties en het colofon op de achterzijde zijn ter breedte van de hele bladspiegel.

Boekhistorische gegevens
De colofon meldt:

alöm te Bekomen. Als: Delft, WYBO FYNJE, Amsteldam, KOK, VERLEM, D. SCHUURMAN, Leyden. DE WED: DE KLOPPER. Haarlem, ENSCHEDE. Woerden, PAALING. Utrecht PADDENBURGen by alle de verdere PATRIOTSCHE COURANTIERS en UITGEVERS derzelve, in NEDERLAND.

Het woord ‘Patriotsche’ staat ondersteboven.

Medewerkers
De afgedrukte brief is ondertekend door S.S.E. Taalsman [vertolker]. Vermoedelijk is dit een schuilnaam.

Inhoud
Orangistische pastiche van een extra kranteneditie die courantiers uitbrachten ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen of belangrijke missiven. De tekst bestaat uit een brief, gevolgd door een kort Nota Bene, een advertentie en een colofon.
Het Amsterdamse vrijkorps Tot Nut der Schutterij oefende in de zomermaanden wekelijks op het terrein achter herberg Maltha, tussen de Leidse en Weteringse Poort. In juli 1786 was er echter een excercitieverbod uitgevaardigd voor alle schutterijen die niet door de wettige overheid waren aangesteld. Hieraan wordt gerefereerd door de zogenaamde briefschrijver Taalsman, in deze Joodsche Na-Courant.
Het onverstoorbare vrijkorps liet zich dit echter niet gezeggen en continueerde de exercities. Het plaatste in diverse kranten zelfs een oproep om de burgers van Hattem en Elburg van het orangistische juk te ‘bevrijden’ (Nederlandsche Jaarboeken 1786, p. 658-659). Ter legitimatie van het besluit om overheidsmissiven in de wind te slaan had het vrijkorps bovendien aangevoerd, aldus Taalsman, dat de Frans ambassadeur in Den Haag, markies de Verac, een exercitie had bijgewoond net nadat het verbod van kracht was geworden. De Nederlandsche Courant van Verlem zou hierover in nr. 85 hebben bericht maar, aldus de orangistische briefschrijver, de patriotse auteur had opzettelijk niet vermeld dat het beslist geen officieel bezoek namens de Franse koning was.
Verder was er in de Jodenhoek (bij de Jodenbreestraat) op 15 juli een enorm feest gevierd, ‘met Tafels vol Spys en Drank’, erebogen en talloze lichtjes. Twintig- à dertigduizend mensen waren op de been. Er werd viool en waldhoorn gespeeld, wat briefschrijver Taalsman deed verbeelden ‘als of ik in PARYS was’ bij het volksfeest ter gelegenheid van de geboorte van de dauphin (in 1781).
Taalsman had aan de feestgangers gevraagd waarom er werd gefeest: ‘om een Nieuwe Voorleezer, dat eene Arme Jongen is geweest, in een Gangetje gebooren is, en nu de Kinst van Zingen, beter als imand onder onze Natie, zel ik je zegge, verstaat. ook een Bruid met Honderd en Vyftig Diezend Gilden Trouwd!’
Waarom in deze context omstandig wordt verhaald over feestvierende (orangistische) joden, vermoedelijk ter gelegenheid van de benoeming van Mozes Glogau tot voorzanger, is niet duidelijk.

Exemplaren
¶ Rotterdam, Gemeentebibliotheek: 1786: 77.

Rietje van Vliet