Kabinet der Natuurlyke Historien (1719-1727; 1732)

Titelbeschrijving
Kabinet der Natuurlyke Historien, Wetenschappen, Konsten en Handwerken, Geopent met de Maanden January en February 1719 [enz.]. Verciert en opgeheldert met Kopere Plaaten.
De Franse titel van deel 1 luidt: Natuur- en Konst-Kabinet, Geopent met de Maanden January en February 1719.

Periodiciteit
De afleveringen zijn gebundeld in 9 delen die als volgt zijn gedateerd: deel 1 en 2 (1719), deel 3 en 4 (1720), deel 5 (1721), deel 6 en 7 (1722), deel 8 (1723), deel 9 (1732).
Het Kabinet verscheen vanaf begin 1719 met een aflevering (‘deeltje’ of ‘boekje’) over januari en februari 1719 en eindigde 24 afleveringen later in 1727 met een aflevering over augustus tot en met december 1723. Deel 9, met het register, verscheen in 1732. De afleveringen zijn niet genummerd.
In de loop van 1721 blijkt de voorgenomen tweemaandelijkse frequentie niet haalbaar. In de ‘Opdracht’ voorafgaande aan deel 6 verontschuldigt de schrijver zich over het feit dat hij bijna een heel jaar achterloopt. Hij zal de achterstand proberen in te halen door iedere maand met een aflevering te komen. Dat ging vermoedelijk minder vlekkeloos dan gehoopt, want in deel 7, na nr. 19, meldt de uitgever zijn voornemen

om op de twee volgende Stukjes van dit Zevende Deel, de Maanden die wy ten agteren zyn, te stellen, op dat wy met den tyd te eerder gelyk mogen geraken. Want het verschil van de dagtekeningen van de Brieven, die zomtyds in ’t kabinet gedrukt worden, is anders te groot, ten opzichte van den Datum van ’t Kabinet zelfs.

Het gevolg is dat nr. 20 de maanden maart-juli 1722 bestrijkt, nr. 21 de maanden augustus-december 1722. Ook nr. 23, uit deel 8, bestrijkt vier maanden (de maanden maart-juli 1723); deze aflevering werd blijkens de eigen titelpagina uitgegeven in 1724.
Uiteindelijk betekende het overlijden van de schrijver op 24 december 1724 het einde van het blad. Nr. 24 heeft eveneens een eigen titelpagina (Slot van het Kabinet der Natuurlyke Historien), die uit 1727 dateert. In het voorwoord van dit Slot schrijft de uitgever dat de schrijver nog voor diens dood nr. 23 heeft kunnen afronden. Om het jaar vol te maken heeft de uitgever de laatste aflevering (augustus-december 1723) gevuld met ander werk dat hij voor het Kabinet geschikt achtte.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Titelpagina in rood en zwart, met fleuron. In deel 2 is dit fleuron vervangen door een monogram van de uitgever. Vanaf deel 6 staat er, wegens aantreden van nieuwe uitgevers, opnieuw een fleuron.
Op de titelplaat (van Jan Wandelaar) staat de gevleugelde personificatie van Historie die de natuur beschrijft in een opengeslagen boek. Ze wordt verlicht door de Waarheid. Links voor staat de ‘proefkundige Ervarentheid’, met haar voet op een toetssteen. Achter haar houdt zich de met ezelsoren getooide Waanwijsheid schuil.
De afleveringen zelf beginnen met een short title en de vermelding van de respectievelijke maanden. De broodtekst is opgedeeld in verhandelingen en kleine arabisch genummerde paragrafen.
Ieder deel is voorzien van diverse uitvouwbare prenten (in totaal 54 stuks).

  • Deel 1 bevat achtereenvolgens: [4] (Franse titel, verklaring titelplaat, titelpagina) + [10] (opdracht aan Suffridus van Westerhuis) + p. 1-552 (nrs. 1-3) + [6] (‘Korten inhoud’).
  • Deel 2: [2] + p. 1-564 (nrs. 4-6) + [8] (‘Korten inhoud’).
  • Deel 3: [2] + [4] (‘Opdracht aan alle rechtschaape Nederlandsche Liefhebbers der Natuurlyke Historien, Konsten en Handwerken’) + p. 1-562 (nrs. 7-9) + [6] (‘Korten inhoud’).
  • Deel 4: [2] + [2] (‘Aan den Lezer’) + p. 7-570 (nrs. 10-12) + [6] (‘Korten inhoud’).
  • Deel 5: [2] + p. 5-562 (nrs. 13-15) + [10] (‘Korten inhoud’).
  • Deel 6: [2] + [12] (‘Opdracht aan alle rechtschaape Nederlandsche Liefhebbers der Natuurlyke Historien, Konsten en Handwerken’) + p. 1-563 (nrs. 16-18) + [6] (‘Korten inhoud’).
  • De afleveringen van deel 7 zijn, waarschijnlijk in verband met de herziene frequentie, niet meer doorlopend gepagineerd: [2] + [4] (‘Voorreden’) + p. 1-183 (nr. 19) + p. 1-192 (nr. 20) p. 1-192 (nr. 21) + [8] (‘Korten inhout’).
  • Deel 8 heeft door de noodgreep van de uitgever een geheel andere samenstelling: [2] + [12] (‘Voorrede aan den Lezer’) + p. 1-176 (nr. 22) + p. 1-191 (nrs. 23) + de teksten van nr. 24. Deze laatste aflevering bestaat uit [2] (titelpagina Kabinet der Natuurlyke Historien) + [4] (‘De Boekverkooper aan den Lezer’) + [2] (titelpagina Tweederhande Natuerkundige Beschouwingen) + [4] (‘Voorbericht’ van L.T.K.H.) + [8] (inhoudsopgave) + [2] (Franse titel Eerste Beschouwing) + p. 1-60 (tekst ‘Eerste beschouwing’, een ‘Bygevoegd verhael van de proeven van Dr. Woodward wegens land-planten in water te groeyen gezet’ en ‘Uitlegging der print-verbeeldingen’) + [2] (Franse titel Tweede Beschouwing) + p. 63-139 (tekst ‘Tweede beschouwing’ en ‘Uitlegging der print-verbeeldingen’) + [2] (Franse titel Eenige opmerkingen wegens de afkomste en geboorte van muggen uit water) + p. 143-152 (tekst ‘Eenige opmerkingen’ van H.T.K.d.J. en ‘Uitlegging der print-verbeeldingen’).
  • Deel 9 is het registerdeel en bestaat uit [2] + [2] (‘Bericht’) + [8] (‘Voorreden’) + p. 1-690 tekst.

Boekhistorische gegevens
‘Te Amsterdam, By Hendrik Strik, Boekverkoper bezyden ’t Stadhuys’ (titelpagina deel 1-5). Bij deel 6 luidt het impressum: ‘Te Amsterdam, By Z. Moelé en J. de Ruiter, Boekverkoopers op de Cingel, op de hoek van de Huiszittensteeg’.
De delen 7 t/m 9 zijn uitgegeven ‘Tot Amsterdam, By Balthasar Lakeman, Boekverkooper achter de Nieuwe Kerk, over de Molsteeg’.
Over de overdracht van het recht van kopij aan de firma Moelé en De Ruiter schrijft Van Ranouw in de ‘Opdracht’ voorafgaand aan deel 6: de achterstand is inmiddels zo groot dat Strik iedere maand met een aflevering moet komen om die weer in te halen. Dat kan hij niet en dus heeft hij het recht overgedaan aan de compagnie van onder anderen zijn gewezen winkelknecht De Ruiter.
Het lijkt erop dat de Amsterdamse boekverkoper Petrus Mortier in 1733, op de veiling van de winkelvoorraad van de inmiddels overleden Lakeman, de rechten op het Kabinet der Natuurlyke Historiën heeft verworven. Op 8 november 1734 adverteert Mortier in de Leydse Courant dat hij de 9 delen van het Kabinet op voorraad heeft. Hij heeft ontbrekende afleveringen bijgedrukt, getuige de titelpagina’s van nr. 5 (in deel 2), nr. 8 (in deel 3), nrs. 14-15 (in deel 5), nr. 16 (in deel 6), die in het bestudeerde Gentse exemplaar niet alleen zijn naam maar ook de jaren 1736, 1737 of 1739 in het impressum hebben.
In 1742 blijkt de Amsterdammer Pieter Spriet, ‘Boekverkoper in de Taksteeg, by het Rockin’, de rechten in zijn bezit te hebben. Hij bericht in de Leydse Courant van 10 januari dat jaar dat het Kabinet reeds lang is uitverkocht, maar dat het ‘door het drukken van eenige Stukken’ weer als compleet leverbaar is. De prijs bedraagt ƒ 12 voor een uitgave op klein papier en ƒ 16 op groot papier. Dit nadrukken verklaart dat er delen zijn met de jaren 1743-1753 en de naam van Spriet in het impressum.
Op 27 november 1754 adverteert Spriet dat de 9 delen met platen ƒ 14 (klein papier) en ƒ 18 (groot papier) moeten opbrengen. Van de laatste editie zijn op dat moment nog slechts 12 exemplaren verkrijgbaar.
In 1758-1759 tekent de firma Pieter Spriet en Zoon voor de derde druk (als zodanig expliciet op de titelpagina’s vermeld).

Medewerkers
Het Kabinet der Natuurlyke Historiën is geschreven door Willem VAN RANOUW (1673-1724). Hij werkte aanvankelijk als heelmeester te Winsum, had in ieder geval in de jaren 1707-1715 diverse bestuurlijke functies te Franeker, promoveerde in 1715 te Utrecht en vestigde zich daarna als medisch doctor te Amsterdam.
Uit zijn Franeker’ periode kende hij Suffridus van Westerhuis, burgemeester van Franeker en behorend tot de rijke bovenlaag van de lokale bevolking. Hun beider vrouwen waren aan elkaar verwant. Beide heren waren mede dankzij hun wetenschappelijke interesses goede vrienden geworden. Hun warme gevoelens voor elkaar blijkt uit de opdracht, voorin deel 1.
Het register is blijkens de ondertekende ‘Voorrede’ samengesteld door Pieter VAN DER MEERSCH, over wie weinig meer bekend is dan dat hij diverse religieuze werkjes heeft vertaald.

Inhoud
Reeds in zijn opdracht aan Van Westerhuis toont Van Ranouw zich een fysicotheoloog, die bewonderend spreekt over het geduld waarmee onderzoekers als Robert Boyle jarenlang proeven en waarnemingen heeft gedaan ‘in een enkeld of zeer weinige natuurlyke gedrochten of schepzels.’ Net als Boyle, van wie hij enkele verhandelingen in het Kabinet overnam, pleit Van Ranouw voor een nauwe samenwerking tussen enerzijds onderzoekers en anderzijds vakmensen en praktijklieden. Een winwin-situatie want beide partijen hebben er baat bij.
Opmerkelijk is de positie die Van Ranouw, anders dan veel tijdgenoten, aan de wetenschap (‘Konst’) toebedeelt. Hij zegt dat de mens God kan leren kennen niet alleen door de bijbel en de natuur, maar ook door ‘de Konst met alle haare Konststukken voortgebracht door onbegrypelyke vermogens, dewelke de menschen daar toe van Godt hebben ontfangen’.
Door het beoefenen van wetenschap – inclusief nadenken, reflecteren en analyseren – laat de mens zien waartoe hij dankzij God in staat is. De natuur zonder wetenschap, en dus zonder de mens, is een woestenij. Sterker nog, het vernuft van de mens is noodzakelijk om zichzelf toegang te verschaffen tot de natuur. Deze thematiek klinkt door in alle verhandelingen van het Kabinet (over de opzet, zie deel 1, p. 177-182; deel 6, ‘Opdracht’). Bovendien bindt hij tussen de regels door op verschillende plaatsen de strijd aan tegen ongodisterij en orthodoxie.
Het Kabinet laat af en toe zien dat er een interactie was tussen Van Ranouw en zijn lezers. De Amsterdamse ‘wiskonstenaar’ Henry Schaink schreef in een ingezonden brief over het ‘groote licht’ dat op 30 maart 1719 ’s avonds te zien was geweest (deel 1, p. 353-354). Van Ranouw gaf in de pagina’s daarna uitvoerig uitleg. Andere brieven zijn van D.I. Bothinia [Botnia] van Burmania (niet afgedrukt, wel beantwoord in deel 1, p. 364-366) en van indigo-kenner Hendrik van Raat uit Rotterdam (deel 7, p. 178-183).

Exemplaren
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek: BKT 01:000192283 (1e druk)
¶ Nijmegen, Universiteitsbibliotheek: OD 1049 c 15 en OD c 290 (2e en 3e druk)
¶ Full text deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8 en deel 9

Literatuur
¶ G.M. van de Roemer, De geschikte natuur. Theorieën over natuur en kunst in de verzameling van zeldzaamheden van Simon Schijnvoet 1652-1727 (Amsterdam 2005), p. 188-191
H. Beukers, ‘De tijdschriften vanWillem van Ranouw, in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 125 (1981), p. 1613-1617
¶ J.W. de Crane, ‘Herinneringen van Martena-huis te Franeker’, in: De Vrije Fries 1 (1839), p. 152-154.

Rietje van Vliet