Kerkelyke Bibliotheek, voor de Roomsch-Catholyken (1792-1796)

Titelbeschrijving
Kerkelyke Bibliotheek, voornamenlyk, voor de Roomsch-Catholyken in Nederland.

Periodiciteit
De eerste aflevering verscheen zeker nog in 1792 (zie 4); bovendien wordt in deze aflevering verwezen naar een kritiek in de Journal Historique et Littéraire van 15 september 1792 (p. 30). Clemens (1993) noemt nog andere aanwijzingen waaruit valt op te maken dat de eerste drie afleveringen nog vóór 21 mei 1793 zijn uitgekomen.
Volgens het prospectus, gedateerd 30 juli 1792, was de Kerkelyke Bibliotheek een ‘maandwerk’. Ook in de Naamlijst van Saakes, januari 1793, wordt gewezen op een maandelijkse frequentie: ‘Van dit werk zullen Jaarlijks 13 Stukjes uitkomen, bestaande in 1 Deel, of 3 Stukken, met de Tijtels en Registers’ (p. 273).
In totaal zijn slechts twee delen (jaargangen) verschenen, verspreid uitgegeven in de periode 1792-1796. Een advertentie in de Leydse Courant van 17 april 1795 meldt dat nr. 2 van deel 2 van de pers is gekomen. Het is echter niet geheel duidelijk hoeveel afleveringen uiteindelijk het licht hebben gezien. Blijkens Saakes’ Naamlijst van december 1794 waren het er in 1793 zeven, en in 1794 vijf afleveringen (p. 97-98); daarmee komt men op twaalf afleveringen (en dus niet op dertien). Dit aantal is inderdaad aanwezig in het geraadpleegde exemplaar. Maar het voorbericht op de eerste pagina van de rubriek ‘Uittrekzels en Beoordeelingen’ (van deel 1) geeft aan dat het bij de aflevering van nr. 13 is gepubliceerd (is de dertiende aflevering dan het eerste nummer van de tweede jaargang?).
De tweede jaargang heeft bestaan uit elf afleveringen.

Bibliografische beschrijving
In octavo.
De opzet van de Kerkelyke Bibliotheek was, blijkens het prospectus en de opgave in Saakes’ Naamlijst:

1. Uittreksels en Beoordeelingen van Boeken en Geschriften, den Godsdienst en Zedeleer Betreffende, die in de Nederlanden, Duitschland, Italien en Vrankryk, &c. uitkoomen. 2. Roomsch-Cath. Kerknieuws, en 3. Mengelwerk, tot Godsdienst en Zedeleer betrekkelijk.

Na verloop van tijd werden de afleveringen in deze drie rubrieken (‘stukken’) opgesplitst en gebundeld. De ondertitels geven aan om welke rubriek het gaat, bijvoorbeeld Kerkelyke Bibliotheek, voornamenlyk, voor de Roomsch-Catholyken in Nederland. Inhoudende Uittrekzels en Beoordeelingen. De afleveringen als geheel zijn door deze opdeling in drieën nog slechts moeizaam te herkennen. Omdat opsplitsing en bundeling niet altijd op identieke wijze plaatsvond, kunnen de bewaard gebleven exemplaren qua samenstelling van elkaar verschillen.
De complexe opbouw van het blad blijkt bijvoorbeeld uit het Voorbericht van de eerste band, waarin wordt gemeld dat met dit dertiende nummer het einde van het eerste deel is bereikt, en dat aan de voorwaarden van intekening is voldaan

door de byvoeging van drie tytelbladen, voorwerken en volkomen register, om drie afzonderlyke stukken uit te maken, als een van de Recensie, een van het Kerk-Nieuws, en een van het Mengelwerk. Ieder deezer stukken heeft dan behalven het tytelblad, twee registers: als een der hoofddeelen of verhandelingen, en een register van zaaken […]. Ook hebben wy behalven deeze zes registers ’er ook nog een zevende of algemeen register van zaaken bygevoegd, ’t geen over den inhoud van ’t ganstsche eerste deel, of over de drie gezamentlyke stukken loopt.

De geraadpleegde band van deel 1 bevat, behalve dit Voorbericht, feitelijk drie registers, met telkens eigen paginering, op respectievelijk de uittreksels en beoordelingen, op de voornaamste zaken daarin, en op de stukken in het mengelwerk. De kern van deze band wordt gevormd door de ‘Uittrekzels en beoordeelingen’ (p. 1-422). De eerste pagina hiervan begint met een titelblok waarin deze uittreksels genoemd worden. Op vele plaatsen (p. 37, 85, 133, 165, 197, 229, 261, 301, 341, 381, 421) vindt men nog het originele titelblok van de losse afleveringen: ‘Uittrekzels en beoordeelingen’.
De tweede band opent met de rubriek

Kerk-nieuws. Waar in de sterfgevallen, bevoorderingen en en aanstellingen der R.C. Kerkelyken; met de daarby behorende byzonderheden; beneffens andere wetenswaardige zaaken, hier toe betreklyk opgegeven worden.

Deze bijzonderheden worden vermeld onder kopjes als Rome, Nuntiatuur, Luik, District…; aan het einde van de eerste aflevering verzoeken de uitgevers hulp: graag dat soort nieuws insturen! De kern van deze band wordt echter gevormd door het Mengelwerk (p. 1-404). Daarna volgen twee registers: het ‘Register van zaaken in het mengelwerk begrepen’ en een ‘Algemeen register van alle zaaken in het eerste deel der Kerkelyke Bibliotheek voorkomende’.
Op de titelpagina van de derde band staat vermeld ‘Tweede deel, no. 1.’; het titelvignet bevat twee gekroonde hoofden. Deze band is gevuld met de rubriek ‘Uittreksels en Besprekingen’ (p. 1-310). Op de laatste pagina, tevens van de laatst bekende aflevering, is geen teken van ophouden te bespeuren; wel wordt verwezen naar een volgende aflevering.

Boekhistorische gegevens
Impressum eerste aflevering: ‘Te Amsterdam by J.A. Crajenschot; Te Grave by J.A. Krieger. 1792’. Vanaf de tweede ‘jaargang’ vinden we als uitgever uitsluitend: F.J. van Tetroode, te Amsterdam.
De abonnementsprijs voor de eerste jaargang was volgens Saakes’ Naamlijst van januari 1793 ƒ 4:4, en voor elke aflevering apart, ‘buiten Intekening’ ƒ 0:8 (p. 273). Dit is conform de opgave in het prosepectus. Voor de nrs. 1-8 van de tweede jaargang moest volgens Saakes’ Naamlijst van december 1795 en 1796 ƒ 3:4 worden betaald en voor de nrs. 9-11 ƒ 1:4 (p. 206 respectievelijk 308).

Medewerkers
Het prospectus spreekt van een ‘correspondeerend Gezelschap van Eerwaardige Lettervrienden […] wier yver door de hoop van nuttig te kunnen zyn – is aangeblazen; vereenigd met andere Mannen, van doorwrochte kundigheden’.
In het Mengelwerk vindt men bij de ingezonden bijdragen een gedicht door Kornelis BROUWER A.Z. Ene H.W. uit Wezel laat ook van zich horen. Verder bedient men zich daar van pseudoniemen als Orthodoxus, Transisalanus, Investigator (Goeree).
Romme (1993) noemt mr. B.S. SINKEL (1753-1816), uit Weert, als verbindingsman tussen de uitgevers Crajenschot en Krieger. Deze Bernardus Severinus Sinkel zou ook bijdragen geleverd hebben aan het mengelwerk, in het eerste jaar. Romme verwijst in zijn notenapparaat naar nog andere literatuur over het milieu waarin het blad tot stand kwam.

Inhoud
Men lijkt zich vooral tot de clerus als lezers te richten; die is namelijk ‘zoo zeer met [..] amptsplichten bezet’ dat men slechts weinig tijd heeft andere zaken te verrichten en dus voordeel kan hebben van ‘kleine vertoogen’ te maken of te lezen. Overigens wordt door de uitgevers in een bij het prospectus gevoegde brief aan boekhandelaar Cahais ook gesproken over ‘voornaame leden Der Roomsch Catholyke Kerk’ als mogelijke abonnees. Volgens de Journal Historique et Littéraire van François-Xavier de Feller, 19 september 1792, was het prospectus gestuurd aan de pastoors en priesters van Holland, en waren in Amsterdam alleen al vijftig intekeningen het gevolg.
In de Kerkelyke Bibliotheek zijn oude katholieke thema’s – zoals de strijd tegen jansenisme, het ‘Utrechts schisma’, het beleid van de internuntius en Rome – alomtegenwoordig. In het algemeen blijkt het blad aan de zijde van de katholieke orthodoxie te staan; echter niet verwoed. Het heeft aandacht voor de burgermaatschappij, laat aan de lezers het recht op een kritisch oordeel, geeft de rede zijn plaats, is lovend over de liberale standpunten van Ganganelli (paus Clemens XIV). In zekere zin is het dus ‘verlicht’. De plichten van de christen en deugdzaamheid liggen eigenlijk in elkaars verlengde, zo vindt de redactie. Ondanks deze verlichte standpunten kan men echter zwaar van leer trekken tegen werken als I.T. Zauner, De noodzaaklykheid eener verlichting in den roomsch-catholyken godsdienst in onze dagen aangetoond (1792), of Anacharsis Cloots, De algemeene republiek (1792), F. Nicolai, Reize door Duitschland (1790).

In het Mengelwerk staan vrij aardige vertogen, bijvoorbeeld over het jodendom, de onsterfelijkheid der ziel, Mahomed, de katholieke letterkunde in Duitsland. Er zijn vrij veel ingezonden stukken, waaronder een dialoog over de vraag of het nuttig is de nieuwerwetse wijsbegeerte te bestrijden. Het Mengelwerk bevat ook gedichten.
De rubriek Kerkelijke berichten bevat vooral mededelingen over mutaties van de clerus: bevordering, overplaatsing, wijding, overlijden; en inwijding van kerken.

Relatie tot andere periodieken
De Kerkelyke Bibliotheek raakte in 1795 betrokken bij de pamflettenstrijd over de katholieke rechten op kerkelijke gebouwen, in het bijzonder de rooms-priesterlijke (Augustijner) statie in de Jerusalemssteeg te Utrecht. Zo verscheen Het bedrog ontmaskert, of de grondige wederlegging van het verhaal wegens de roomschen catholyke bede-plaats in de Jerusalem-steeg te Utrecht, geplaatst in de Kerkelyke bibliotheek, voornamelyk voor de roomsch catholyke in Nederland, 2de deel nr. 4, p. 1-28.
Nadat de Kerkelyke Bibliotheek er opnieuw over had gepubliceerd, kwam een nieuw pamflet van de pers: Brief van Jan den Onbekende, schryver van het Bedrog ontmaskert […], nopende no. 5 tweede deel van de Kerkelyke bibliotheek, aan deszelfs opstelders, p. 1-8.  Een derde reactie op de Kerkelyke bibliotheek was Antwoord van A. Tellegen, thans r.c. pastoor van de r.c. gemeente te Vleuten, aan de opstelders van de Kerkelyke bibliotheek weegens het verhaal noopende de r.c. beedeplaats in de Jerusalems-Steeg te Utrecht, geplaatst in nr. 4 van het voornoemde nieuwsblad, p. 1-26.

De Kerkelyke Bibliotheek is regelmatig vertoornd op de Journal Historique et Littéraire, van De Feller (deel 1, Mengelwerk, p. 29-38). Deze beweert bijvoorbeeld dat de Bibliotheek het product is van jansenisten en ‘godsdienstloze wijsgeren’.

Als opvolger, in het noorden, kan men beschouwen: de Mengelingen voor Roomsch-Catholijken (1807-1814).

Exemplaren
Amsterdam, Universiteitsbliotheek: CAHAIS 1791-1797 nr. 40 (prospectus)
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 728 D 37-39 (nrs. 1-10)
Nijmegen, Universiteitsbibliotheek: OD Tz c 17938
Full text deel 1-1deel 1-2, 1-3, en deel 2-1

Literatuur
T. Romme, ‘Vijftigponds varkenshammen en een zondags pak. Gemertse gastvrijheid voor Franse revolutionaire troepen’, in: J. Rosendaal, T. van de Sande (red.), Dansen rond de vrijheidsboom. Revolutionaire cultuur in Brabant en de Franse invasie van 1793 (’s-Hertogenbosch 1993), p. 129-147, p. 146
Th. Clemens, De rooms-katholieke kerk in Nederland en de Verlichting. Het tijdschrift de ‘Kerkelijke Bibliotheek’ (1793-1796) (Tilburg z.j.)
Th. Clemens, ‘Communicatielijnen in de Hollandse Zending en de ‘Kerkelijke Bibliotheek’’, in: M. Monteiro, G. Rooijakkers en J. Rosendaal, De dynamiek van religie en cultuur. Geschiedenis van het Nederlands katholicisme (Kampen 1993), p. 22-37
F. Droës, S. Verschuren, (Rooms) Katholicisme en Verlichting in de Noordelijke Nederlanden (eind 17e eeuw tot ca 1850). Een werkboek [concept] (Tilburg 1988)
J.A. Bornewasser, ‘Die Aufklärung und die Katholiken in den Nördlichen Niederlanden 1780-1830’, in: Archief voor de Geschiedenis van de Katholieke Kerk in Nederland 21 (1979) p. 304-319
H.J.M. van der Heijden, De dageraad van de emancipatie der katholieken […] (Nijmegen 1947), p. 119, 266-271
L.G.J. Verberne, ‘Over de “Kerkelyke Bibliotheek”’, in: Studia Catholica 1946, p. 185-204.

André Hanou