Leerzame Verlustiging (1740-1742)

Titelbeschrijving
Leerzame Verlustiging, in verscheide onderwerpen: meest de Godgeleertheid, verklaring der H.S. Kerklyke Historien, en diergelyke, betreffende. Door verscheidene beminnaers dier wetenschappen.

Periodiciteit
In de voorrede van band 1 geeft informatie over de frequentie: ‘Ons oogmerk is, iedere twee maenden een stukje van deze grootte, een blad onbegrepen, uit te geven’.
Het blad werd volgens voornemen van de uitgever beëindigd.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Het geraadpleegde exemplaar bestaat uit drie verzamelbandjes, zoals de uitgever die feitelijk op de markt bracht. De titelpagina van de eerste verzamelband heeft ‘Eerste stukje’, die van de tweede band ‘II. Deel.’, die van de derde band ‘IIde Deels IIde Stuk’.
Band 1 is gepagineerd 1-784 en heeft een voorwerk met IV pagina’s voorrede. Hier en daar zijn de oorspronkelijke titelpagina’s van de afzonderlijke teksten bewaard gebleven (waaruit tevens blijkt dat die titelpagina’s meegeteld werden in de paginering). Band 2 is gepagineerd 1-540, band 3 549-1070. Elke band heeft daarnaast een ongepagineerde ‘Lyst van Schriftuur-texten, in dit Deel der Verlustiging breedvoerig verklaert’, een ‘Inhoud der hoofdstukken’, en een ‘Register der voornaemste zaken’.
In de tweede en derde band vindt men een titelvignet, ‘J.C. Philips inv. et fecit 1728’, afbeeldend arbeid in een bos; legendum: ‘Favente Numine, Laborante homine’.

Boekhistorische gegevens
Impressa: ‘Te Haerlem, By Jan Bosch, Boek- en Papierverkooper. 1740 [1742]’.
Jan Bosch, die ook al de eerste twintig nummers van de Schagens Godgeleerde, Historische, Philosophische, Natuur- Genees- en Aerdryks-kundige, Poëtische en Regtsgeleerde Vermakelykheden (1732-1743) uitgegeven had, speelt een belangrijke rol. In de Leerzame Verlustiging wordt gezegd hij pressie uitoefende om de vaderlandse taal en geschiedenis meer aandacht te geven (band 2, p. 94).
Bosch moet beschouwd worden als de eigenlijke bezitter van de Verlustiging, en van het bijbehorende kopijrecht. Hij is op z’n minst mede-initiatiefnemer geweest van het tijdschrift. Dat blijkt duidelijk uit een ongedateerd door Bosch ondertekend Nabericht, na het voorlaatste nummer (band 2, p. [832]).
In dit Nabericht wordt tevens duidelijk wat de reden is geweest om de Verlustiging te beëindigen:

By den aanleg dezer LEERZAME VERLUSTIGINGEN, dachten wy dat het wel zo veel van natuur zoude verschillen met de Driemaandelykse GODGELEERDE, PHILOSOFISE NATUUR- GENEES- en AARDRIJKSKUNDIGE, POETISE en REGTSGELEERDE VERMAKELYKHEDEN dat die beide door eenen grooten aantal, van eene soort van Liefhebbers met smaak zouden kunnen gelezen worden; schoon wy over het debit niet te klagen hebben, zyn wy by ondervinding overtuigt dat zy evenwel elkander in den weg waren; veele onzer Landgenooten verkiezen voor al niet te veel van een’ soort te leezen, zy beminnen verandering van spys en dist men hun te veel op, men overlaadse en zy krygen eenen afkeer van het een en ’t ander.

Om deze reden was ’t my lief dat G. TIELENBURG Boekverkooper te Amsterdam, en Drukker van de Gezegde VERMAKELYKHEDEN, met goedvinden van de Heeren Opstelleren derzelve, my voorstelde om van die beide Werkjes één te maken: Ik heb myn Heeren, de Schryvers der VERLUSTIGINGEN, hier van kennis gegeeeven, en daar toe genegen gevonden; zo dat men van wederzyden het Werk op dien voet denkt te vervolgen, onder bovengenoemden Tytel, VERMAKELYKHEDEN, enz. zynde een vervolg der Vermakelykheden en Leerzame Verlustiging.

Medewerkers
Er lijkt geen twijfel mogelijk dat de doopgezinde predikant (verschillende plaatsen in Noordholland, later Utrecht; ook boekhandelaar, te Amsterdam) Marten SCHAGEN (1700-1770) de samensteller van het blad is.
Maar Schagen krijgt tenminste hulp van één anonieme vertaler die hem allerlei stukken stuurt uit het werk van Jean le Clerc, de schrijver van de Bibliothèque Choisie. ‘Kan die heer niet eens persoonlijk contact opnemen?’ Van dergelijke helpers zijn er misschien velen geweest. Uit de index blijkt dat ene W.S. de auteur is van een verhandeling over één van de kruiswoorden.

Inhoud
In de voorrede presenteert Schagen zich niet als individuele schrijver of redacteur. Er is slechts sprake van ‘wy’, ‘ons’, ‘de Schryveren’. Die willen elke twee maanden een stukje van ‘deze grootte’ – het eerste nummer telt 132 bladzijden – uitgeven.
Voorts wordt de inhoudelijke opzet uit de doeken gedaan:

Wy hebben niet voor, ons zoo naauw aen die soort van Onderwerpen te bepalen, welke in den Tytel zyn uitgedrukt, dat wy ook niet, by gelegenheid, andere nutte stoffen, als, by voorbeeld, zulke die de ongewyde Historien en Oudheden betreffen, zouden behandelen. Dan, wy meenen ons te onthouden van zulke als de Proefondervindelyke Natuurkunde raken, naerdemael een werk van die Nature elders word uitgegeven, waer van reeds verscheidene deeltjes het licht zien. Wy noodigen alle minnaers der andere gemelde wetenschappen, om ons nu of dan, ja meermalen, hunne gedachten over eenige onderwerpen van dezen aert, mede te deelen, en door ons aen ’t algemeen, belovende het geen ons ten dien einde gezonden word, zonder eenige veranderinge, of aenmerkingen, (ten zy iemant ons daer toe vryheid gave,) in druk te leveren […]. Dit werkje dunkt ons ’t gevoeglykst middel om zulke verhandelingen als te klein geoordeelt worden om afzonderlyk uit te geven, op dat die niet als blaeuwboekjes verloren gaen, by een te verzamelen, en voor ’t verstrooijen te bewaren. Wie genegen is de zyne ons ten dien einde toe te zenden, zal ons en het gemeen verplichten.

Uit dit programma blijkt vooreerst dat de inhoud van het blad minder ‘theologisch’ van aard kan zijn dan de titel suggereert. ‘Gewone’ historische onderwerpen kunnen worden meegenomen. Slechts de natuurkunde wordt uitgesloten, vooral omdat proefondervindelijk onderzoek al ruimte genoeg krijgt in een ander (concurrerend?) blad.
Het blad beoogt dus een soort magazijn, een culturele bibliotheek te zijn: niet van excerpten (‘uyttreksels’) maar van originele artikelen en verhandelingen. Hiermee krijgt de Leerzame Verlustiging veel weg van een algemeen cultureel tijdschrift.
Schagen draagt er zorg voor dat bij elk stuk kopij volstrekt duidelijk is wat de herkomst en status van de opgenomen tekst is. Aan het begin van elk item plaatst hij een noot met opgave uit welk jaar de tekst dateert, of aan welke druk de tekst ontleend is. Dat was ook voorheen al zijn gewoonte. Een enkele keer – minder dan vroeger, zo is de indruk – voegt hij eigen noten aan een tekst toe. Soms vindt men daar commentaar waarvan de lengte nogal uit de hand kan lopen. In enkele gevallen plaatst de redactie bij een nieuw nummer een soort inleidend beschouwinkje over de kwaliteit en waarde van de opgenomen tekst. Soms gebeurt dat onder een kopje: ‘Bericht’.

Gezien de uniciteit en onvindbaarheid van dit blad volgt hieronder opgave van de inhoud, met tussen haakjes de opgegeven paginanummers.

Band 1: ‘Izaak Newtons gedachten over De Profesy by Daniel, wegens de Zeventig weken (1-18). Korte aenmerkingen over de voorgaende verklaring (19-26). Brief van den Eerwaerden Heere D.E. Jablonski […] aan baron Printz […] over den openbaren kerkdienst en de maniere deszelfs (29-43). Korte en klare ontleeding des briefs van den apostel Paulus aen de Romeinen (47-78). Onderzoek of de apostel Paulus, in ’t Vierde Kapittel zynes Tweeden Briefs aen Timotheus, Te kennen geve dat hy te Rome zou gedood worden, dan losgelaten (81-108). Narede over het voorgaende onderzoek (109-132). Onderzoek over de gelofte van Jeftha (137-174). Verhandeling over die bewysredenen der godgeleerden, Welke alleenlyk strekke om hunne partyen gehaet te maken. Door J. de Klerk Uit het Latyn vertaelt (177-236). Aenmerkingen Over het Hooft van den lastbrief aen de Efezische kerk. Openb. ii. vs. 1. (239-260). De ware meening Der vrage van Christus Aen den Apostel Petrus: Simon, Jonaszoon, hebt gy my liever dan deze, Joan. XXI. 15. (263-282). D. Whitby. Vertoog over Christus nederdalen ter helle. Waer in bewezen word, dat dit geen noodzakelyk Artykel des Christelyken Geloofs is (291-306). Aenmerkingen en vervolg Op het voorgaende vertoog (307-320). D. Whitby. Onderzoek Of de apostelen gesproken hebben als of zy meenden dat de dag des oordeels in hunnen leeftyd zoude komen (323-336). Gedagten Over de namen, die Belsazar en Darius de Meder, waer van gesproken wordt Daniel V. 30. en VI. 1. by Ongewyde Schryvers dragen (341-352). Aenmerkingen over het gedrag van D: Erasmus omtrent de reformaetsi (355-384). Brief vervattende eenige aenmerkingen over de Konst der wysheid van Balthazar Gracian (387-396). Bedenkinge over de waerde of onwaerde der zaken, Welke zich aen ons verstand of aen onze genegentheden voordragen (399-412). Zedekundige verhandeling waer in deze vraeg word opgelost Of men altyd de Lasteringen der Godgeleerden moet beantwoorden. Aen […] Filippus van Limborch (413-474). Irenophilus. Brief van eenen onpartydige, aan zynen Vrind, op de vraage Of men den Heere G. Kulenkamp, […] in ’t geene hy ten laste der Doopsgezinden in zyn […] Boek tegen de Hernhutters heeft goedgevonden te schryven, niet zou behoren te antwoorden (479-520). Aenmerkingen over den voorbeeldelyken yver, der Efezische gemeente. Openb. II. 2 en 3 (523-542). J.A. Turretin. Onderzoek der vraege, Behoorende tot de Zedelyke godgeleerdheid, en de Konst van prediken, Op welk eene wyze de beweegredenen, afgeleidt uit de tydelyke voordeelen (der deugd,) den Christen volkeren moeten worden voorgesteldt (545-562). Gedachten of verklaaringen over Johann: vi. 44 (565-586). De Geesten door Christus uit de Gevangenisse verlost: of uitlegging Eener duistere Plaets, uit het iiide Hoofdstuk van den eersten Algemeenen Brief van apostel Petrus, Vers 19 en 20 (589-626). Uittrekzel van de Bedenkingen over den christelyken Waterdoop. Waar by komen vyf Verhandelingen over het zelfde onderwerp […] Vertaald uit de Bibliotheque Raisonee, Tom. XXV. 1e Partie, Juill.-Sept. Art. VIII. 1740 (633-670).

Band 2 en 3: ‘Staat van ’t Jodendom met betrekking op de Godsdienst (309-358). Verklaerende aenmerkingen over Spreuken XXIV. 16 (361-376). Petrus Nannius. Over den Oirsprong van verscheide Duitsche woorden enz. (a) (381-396). Jo. de Klerk’s Voorberigt der kerkelyke historie: hoofdstuk V-IX (403-472). Aenmerkingen Over eenige Misslagen in de prent-verbeeldingen der Heilige Historiën, Gedrukt by N. Visser, zoo met de Verzen van Anslo, als van J. v. Vollenhoven; Als mede eenige in den prentenbybel van P. Mortier (475-502). Isaac de Beausobre. Historie van Manes hoofdstuk IV (505-539). Jo. de Klerk’s Voorberigt der kerkelyke historie. Twede afdeling, hoofdstuk I-III (545-607). Just. Henning Boehmer, R.G. Verhandeling over het kettermaken (613-659). Isaac de Beausobre. Historie van Manes, volgens de zoogenoemde Acten van Archelaus (663-689). Jo. de Klerk’s Voorberigt der kerkelyke historie, Twede afdeling, hoofdstuk IV-VII (695-744). J.W. Gemoedelyke overweeging van de waare wysheyd, uit 1. Kon. III. 9 (747-770). Brief aan den Heere N.N. In welken de Verdediging van den Kinderdoop, tegen het Onderzoek over deszelfs Oudheid en Schriftmaatigheid, getoetst wordt (773-831). Jo. de Klerk’s Voorberigt der kerkelyke historie, Derde afdeling, hoofdstuk I-V (833-1070).

Relatie tot andere periodieken
De redactie is vertrouwd met de Bibliothèque Raisonnée (1728-1753), waaruit iets wordt overgenomen, de Bibliothèque Choisie (1703-1713), en de Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen (1734-1741) die te Amsterdam werden bij Tirion uitgegeven.

Exemplaren
¶ Privébezit auteur lemma.

Literatuur
¶ André Hanou, ‘De geleerdentijdschriften van Marten Schagen, II’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 34 (2011), p. 118-135.

André Hanou