Leeuwarder Courant (1752-heden)

Titelbeschrijving
¶ Leeuwarder Saturdagse Courant (1752-1797)
¶ Leeuwarder Woensdagse Courant (1757-1797)
¶ Leeuwarder Courant van Saturdag [+datum] en Leeuwarder Courant van Woensdag [+datum] (1797-1809)
¶ Leeuwarder Courant van Dingsdag [+datum] en Leeuwarder Courant van Vrydag [+datum] (1809-1811)
¶ Gazette de LeuwardeLeeuwarder Courant (1811)
¶ Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland (1811-1813)
¶ Feuille d’Affiches, Annonces et Avis Divers de Leeuwarde / Blad van Aankondigingen, Bekendmakingen en Onderscheidene Berichten van Leeuwarden (1811-1813)
¶ Leeuwarder Courant (1813)
¶ Dagblad van het Departement Vriesland (1813)
¶ Leeuwarder Advertentieblad (1813-1814)
¶ Leeuwarder Courant (1813-heden)

Periodiciteit
Nr. 1 verscheen op 29 juli 1752. De krant kwam aanvankelijk alleen op zaterdag uit (Leeuwarder Saturdagse Courant), vanaf 11 mei 1757 ook op woensdag. Deze Leeuwarder Woensdagse Courant kent een eigen nummering.
Vanaf 29 april 1797 droeg de krant een nieuwe titel: Leeuwarder Courant van Saturdag [+datum]. Op 3 mei 1797 veranderde ook de woensdagse krant van naam: Leeuwarder Courant van Woensdag [+datum]. De tweewekelijkse frequentie bleef decennialang ongewijzigd, maar wel veranderden de verschijningsdagen.
Op 3 resp. 6 januari 1809 werd de titel: Leeuwarder Courant van Dingsdag [+datum], en Leeuwarder Courant van Vrydag [+datum]. Dit was wegens de verplaatsing van de wekelijkse markt van zaterdag naar vrijdag.
Op 3 augustus 1810 – Nederland maakte toen deel uit van het Eerste Franse Keizerrijk – werd het decreet uitgevaardigd dat er per departement nog slechts één krant mocht verschijnen. Deze moest tweetalig zijn en werd voortaan gecontroleerd door de prefect. Vanaf 12 februari 1811 heette de krant Gazette de LeuwardeLeeuwarder Courant. Wel moest de krant samengaan met de concurrerende Vriessche Courant, die zojuist zijn naam had gewijzigd in Vriesche Courant / Gazette de la Frise. Vanaf 15 juli 1811 was de titel van de concurrent verdwenen van het mediafront. 
Nadat op 26 juli 1811 was verordonneerd dat er nog slechts één departementaal ‘dagblad’ mocht verschijnen, ging de Gazette de Leuwarde / Leeuwarder Courant op in het tweetalige Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland. Nr. 1 verscheen op 2 augustus 1811. Vanaf 1 januari 1812 verscheen de krant dagelijks: zeven dagen per week.
Met ingang van 2 december 1811 was het departementale blad gesplitst: advertenties, marktprijzen en de prijscourant van effecten moesten voortaan verschijnen in het Feuille d’Affiches, Annonces et Avis Divers de Leeuwarde / Blad van Aankondigingen, Bekendmakingen en Onderscheidene Berichten van Leeuwarden. De frequentie was driemaal per week.
Toen het einde van het Franse regime nabij was en de kozakken waren gearriveerd in Groningen en Leeuwarden, verscheen de krant op 19 november 1813 voor het eerst onder de titel: Leeuwarder Courant. De frequentie werd teruggebracht naar driemaal per week, op maandag, woensdag en vrijdag. Na 4 nrs. werd de krant opnieuw omgedoopt.
De courantiers kozen, met ingang van 28 november 1813, opnieuw voor het Dagblad van het Departement Vriesland, aangezien het octrooi was gekoppeld aan deze titel. Wel is de krant nu volledig Nederlandstalig; met het volgnummer werd aangesloten op de laatste aflevering van zijn tweetalige voorganger en ook de frequentie was weer dagelijks. 
Op 11 december 1813 kreeg de krant zijn definitieve titel: Leeuwarder Courant. Met de volgnummers werd aangesloten op die van het Dagblad van het Departement Vriesland. Intussen was het afzonderlijke advertentieblad blijven voortbestaan als Leeuwarder Advertentieblad. Hieraan kwam een einde op 2 februari 1814. Er verscheen nog slechts één krant, de Leeuwarder Courant, en de frequentie werd weer teruggeschroefd naar driemaal per week: op maandag, woensdag en vrijdag.
Pas in 1879 werd de Leeuwarder Courant definitief een dagblad.

Bibliografische beschrijving
De Leeuwarder Saturdagse Courant en de Leeuwarder Woensdagse Courant verschenen in groot kwartoformaat. Dit formaat is gedurende de bestudeerde periode tot 1815 niet veranderd. De omvang van de krant varieert steeds van 4 tot 12 pagina’s. De tekst is opgemaakt in twee kolommen, na verloop van tijd met advertenties dwars in de marge. Advertentieteksten beginnen vaak met een groot, in het oog springend initiaal.
Midden in het titelblok staat het wapen van Friesland. Dit verdwijnt op 2 augustus 1811, wanneer de krant opgenomen wordt in de tweetalige Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland. Op 11 december 1813, wanneer de krant zijn definitieve naam Leeuwarder Courant heeft teruggekregen, is ook het wapen van Friesland teruggekeerd.
Vanaf 21 februari 1795 t/m 14 november 1801 staat boven in het titelblok de leus ‘Vryheid, Gelykheid, Broederschap’. Ook wordt vermeld het hoeveelste jaar van de ‘Bataafsche Vryheid’ is.

Boekhistorische gegevens
De krant werd uitgegeven door Abraham Ferwerda (1716-1783), wiens drukkerij gevestigd was in de Slotmakersstraat te Leeuwarden. Op 9 maart 1757, vlak voor het verschijnen van de Leeuwarder Woensdagse Courant, had hij een octrooi aangevraagd bij de Staten van Friesland. Vanaf 1766 moest hij er jaarlijks recognitiegeld voor betalen ad ƒ 1000. Het geld was bestemd voor de Leeuwarder armenkamer. Het octrooi werd iedere tien, later iedere vijftien jaar verlengd, tot 1792.
Na zijn overlijden stond de krant op naam van de ‘Erven van A. Ferwerda’: de schoonzoons Gerrit Tresling en Abelus Siccama, en de ongehuwde dochter Margaretha Ferwerda. Doeke Ritskes Smeding, die al spoedig met Margaretha zou trouwen, werd op 30 juli 1783 benoemd tot directeur van de Leeuwarder Courant. De boekhandel en uitgeverij werden stopgezet. Smeding zou per 2 mei 1795 de drukkerij verhuizen naar de Eewal.
Na het overlijden van zijn vrouw in 1787 erfde Smeding haar aandeel in de Leeuwarder Courant. Na de dood van Tresling hadden alleen Smeding en Siccama het nog voor het zeggen over de krant, ‘blijvende de administratie van de revenuen tevens ter verantwoordinge van ged. te D.R. Smeding als administrator des goederen’.
In 1795/96 werd het octrooi voor de krant afgenomen.
Na de samenvoeging van de Gazette de LeuwardeLeeuwarder Courant met de radicale Vriesche Courant / Gazette de la Frise gingen beide kranten vanaf 2 augustus 1811 verder onder de titel Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland en een tweekoppige directie/redactie: Smeding en Matthys Koon (de courantier van de Vriesche Courant).
Na het overlijden van Smeding in 1814 probeerde zijn weduwe, samen met de overige Erven Ferwerda, het octrooi weer naar de familie toe te trekken. Koon refereerde echter aan een afspraak met Smeding om het compagnonschap voort te zetten. Op 1 oktober 1816 kondigde weduwe Smeding aan dat dit uiteindelijk was verbroken.

Broersma (2002) noemt als verkoopprijs van de Leeuwarder Saturdagse Courant en de Leeuwarder Woensdagse Courant ½ stuiver per aflevering en ƒ 3 per jaar. 
Het Journal du Département de la Frise / Dagblad van het Departement Vriesland kostte vele malen meer, maar verscheen ook vaker in de week: ƒ 0:1:4 per aflevering, ƒ 5 per half jaar en ƒ 10 per jaar. Nadat er werd overgestapt op een dagelijkse frequentie, betaalde men per jaar ƒ 18:15:-, per half jaar ƒ 10 en per kwartaal ƒ 5. Lezers buiten Friesland betaalden ƒ 5 extra.
Het Feuille d’Affiches, Annonces et Avis Divers de Leeuwarde / Blad van Aankondigingen, Bekendmakingen en Onderscheidene Berichten van Leeuwarden kostte 1½ stuiver per aflevering en ƒ 10 per jaar.
Prijs per advertentie: aanvankelijk 3 stuivers per regel, later 8 stuivers voor de eerste vier regels en 1 stuiver per regel extra (18 november 1752). 

De oplage zal ongeveer 600 exemplaren zijn geweest. Mogelijk was de oplage van de zaterdagse krant hoger dan die van de woensdagse krant, omdat de zaterdageditie nauw aansloot bij de wekelijkse marktdag en meer advertenties bevat. Deze advertenties geven tevens een beeld van het lezerspubliek: de sociale elite, ondernemers maar ook ‘gewone’ burgers en werklieden.
In 1812 was de oplage gezakt tot 500 op vrijdag en 300 op overige dagen. Het advertentieblad werd tweemaal per week in een oplage van 300 en eenmaal in een oplage van 500 exemplaren gedrukt. Er waren 120 abonnees voor de ‘gewone’ krant en 106 abonnees voor het advertentieblad.

Medewerkers
Medewerkers van het eerste uur waren de Waalse predikant Jacques André COURTONNE (1711-1773) en de Lutherse voorganger Philippus Ludovicus STATIUS MULLER (1725-1776), beiden met Leeuwarden als standplaats. Beiden maakten ook naam met andere periodieke werken, zoals Courtonne met L’Observateur Hollandois (1750-1751) en de Nederlandsche Criticus (1750-1751); Statius Muller met de de Zeedemeester der Kerkelyken (1749-1752) en de Zeedemeester der Studenten (1751).
Toen Statius Muller in 1756 Leeuwarden verliet en Courtonne in 1773 overleed, werden ze niet opgevolgd. Broersma (2002) gaat ervan uit dat eerst Abraham FERWERDA zelf en na diens overlijden Doeke Ritskes SMEDING (1753-1814) de schrijftaak op zich heeft genomen.
Al in nr. 1 worden lezers opgeroepen zelf berichten in te sturen. Een van hen was de instrumentmaker Wytze FOPPES DONGJUMA (1707-1778), die van 1756 tot 1769 regelmatig zijn sterrenkundige waarnemingen toestuurde. In de jaren 1778-1783 behoorden de predikant en latere patriot Eelco ALTA (1723-1798), de stadhoudersgezinde arts en fysioloog Petrus CAMPER (1722-1789) en de patriotse Franeker hoogleraar geneeskunde Gadso COOPMANS (1746-1810) tot de contribuanten.
Vanaf 2 augustus 1811 behoorde ook de radicaal Matthijs KOON, voormalig courantier van de Goudasche Courant en de Vriesche Courant, tot de redactie van de krant.
Na het overlijden van Smeding in 1814 werd een redacteur aangesteld: de jurist Jan Willem Jacobus STEENBERGEN VAN GOOR (1778-1856), die in Leeuwarden het boekwinkeltje van zijn vrouw runde en met vertalingen zich in het levensonderhoud voorzag.

Inhoud
De Leeuwarder Courant draagt in zijn beginjaren dezelfde zedekundige, verlichte standpunten uit als de periodieken die de twee verlichte dominees door Ferwerda hadden laten uitgeven. Ook de gekozen literaire vorm – beginnend met een lang essay – doet denken aan de tijdschriften van Courtonne en Statius Muller. Vanaf 1753 verdwijnen dergelijke bijdragen en wordt er alleen nog nieuws gegeven.
Doel van de krant was bij te dragen aan de vorming van de lezers tot volwaardige burgers. De krant moest een bron zijn van nuttige kennis, informatie. Slechts een enkele keer werd die voorzien van moraliserende opmerkingen. Meer dan driekwart van de artikelen waren nieuwstijdingen of berichten (‘brieven’). Een kwart van al het nieuws was afkomstig uit andere nieuwsbladen. Berichten en ooggetuigenverslagen uit Friesland zijn zeldzaam. De advertenties daarentegen zijn 99 procent Fries.
Tot in de jaren tachtig begint de krant doorgaans met ‘staat nieuws’, gevolgd door rubrieken als ‘negotie nieuws’, militair nieuws’, ‘kerkelyke zaaken’, byzonderheden’, ‘scheepvaart’, ‘wetenschappen’, ‘ongelukken’ en ‘sterf-gevallen’. De voor kranten gebruikelijke chronologische of geografische indeling blijft afwezig. Met ingang van 1791 wordt de thematische indeling ingeruild voor een chronologische indeling.
De krant ontwikkelde zich dankzij de politieke overtuiging van Smeding en zijn zwagers tot een orangistische krant, al blijven ostentatieve bijdragen aan het politieke debat achterwege. Er werd geen partij gekozen, al laat de nieuwsselectie zien aan welke kant de courantiers stonden. Zo bevat de krant veel officiële missiven, besluiten en rapporten van de overheid. Hoewel het binnenlandse nieuws meer aandacht krijgt, wordt over de militaire onrust in Friesland in de jaren 1786-87 niets gepubliceerd. 
Na het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 paste de krant zich aan de nieuwe situatie aan, wat onder meer te zien is aan de leus, boven in het titelblok. In de Franse tijd stond de krant volledig onder toezicht van de overheid: een proefblad van iedere aflevering moest door de prefect worden goedgekeurd doordat er tot drukken kon worden overgegaan. Verder mochten er alleen berichten uit de door Napoleon gecontroleerde Moniteur Universel en andere departementale kranten worden overgenomen. De berichten die de prefect aanbood, moesten (gratis) worden geplaatst.
Vanaf 1813, wanneer het einde van het Franse regime in zicht is, is de toonzetting samen te vatten in de woorden ‘Oranje Boven’.

Relatie tot andere periodieken
De concurrentie met de Franeker Historische Courant (1787) was slechts van zeer korte duur. Deze krant was het orgaan van de patriotse tegenregering, nadat de rebelse statenleden Leeuwarden hadden ingeruild voor Franeker, maar na drie afleveringen hield het al op met bestaan.
Tot juni 1795 hadden de courantiers van de Leeuwarder Courant het rijk alleen. Maar met de omverwerping van het oude regime meenden radicalen dat oude octrooien niet meer geldig waren. De Friesche Courant kwam op de markt, aanvankelijk niet voor lang. Want na protest van de Erven Ferwerda werd deze radicaal-revolutionaire krant gestaakt. Het bleek een Pyrrusoverwinning want op 1 februari 1796 werden alle octrooien van overheidswege vernietigd en kwam de Friesche Courant opnieuw ten tonele om veel lezers en adverteerders van de Leeuwarder Courant weg te kapen. In juli 1811 beval de prefect van Friesland dat beide kranten moesten worden samengevoegd.

Exemplaren
¶ Leeuwarden, Tresoar: KF s 16 AW, KF s 16 AW bis, KF s 16 AW ter, KF s 16 AW quater, 512 Hs, s 55 TL bis en microfiches
¶ Full text

Literatuur
¶ Marcel Broersma, Beschaafde vooruitgang. De wereld van de Leeuwarder Courant 1752-2002 (Leeuwarden 2002)
¶ J.J. Kalma, Twee ‘verlichte’ vreemdelingen te Leeuwarden: J.A. Courtonne (ca. 1711-1773); Ph.L. Statius Muller (1725-1776): bibliografieën van en over hen (Leeuwarden 1984).

Rietje van Vliet