Lektuur van Smaak (1809-1811)

Titelbeschrijving
Lektuur van Smaak, voor Lieden van den Beschaafden Stand; inzonderheid ook voor Vrouwen.

Periodiciteit
Periodiek waarvan vanaf volgens Stouten in najaar 1809 slechts 5 nummers verschenen zijn (p. 174).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 140 tot 160 pagina’s in octavo. De nrs. 1-2, 3-4 hebben telkens samen een doorlopende arabische paginering. Soms gaan daar enkele romeins genummerde inleidende pagina’s aan vooraf. De afleveringen hebben een eigen titelpagina met impressum en nummeraanduiding, maar geen datering. De eigenlijke afleveringen beginnen met een verkorte titel van het blad, en geven meteen daaronder de titel van het eerste essay of verhaal. Elke aflevering heeft een eigen inhoudsopgave.
Nr. 1 heeft een ‘Voorberigt’. Nr. 2 heeft ‘Een kort woord aan den lezer’, gedateerd Amsterdam 22 december 1809, waarin gezegd wordt dat dit tweede stukje nu reeds verschijnt omdat nr. 1 goed ontvangen is; ‘Evenwel, de bespoediging der uitgave bedoelde ook het vestigen eener evenredigheid in die der volgende Stukjes’. Er schijnt hieruit af te leiden dat de redacteur toch streefde naar een zekere periodiciteit, ondanks het feit dat dit in het begin niet helemaal in de bedoeling lag.

Boekhistorische gegevens
Het blad is uitgegeven te Amsterdam, bij Schalekamp en Van de Grampel, volgens Saakes 5 (1810) p. 112, 119, 134, 176 en (1811) p. 207. Als prijs wordt aldaar opgegeven: ƒ 5:10.
Volgens opgave in de Boekzaal der Geleerde Wereld (1827) verscheen het geheel, in vijf stukken compleet, gebonden, met voorin het portret van Ockerse door Reinier Vinkeles, te Amsterdam bij S. de Grebber, voor ƒ 4,90 (p. 657). De titelpagina van die uitgave draagt geen jaartal. Bovendien heeft de Grebber aan elk nummer een (fictieve) titelpagina, eveneens zonder jaartal, toegevoegd.

Medewerkers
Redacteur en voornaamste auteur is Willem Anthonie OCKERSE (1760-1826). Deze predikant werd patriots politicus. Begin 1810 was hij nog zonder vaste middelen van bestaan. Medio 1810 werd hij predikant te Limmen.

Inhoud
In het Voorberigt van nr. 1 zegt de redacteur te willen aanbieden:

een min of meer Periodiek, schoon aan geen vast tijdpunt verbonden Mengelwerk, waarin wij ons voorstelden, onder acht verschillende Rubrieken […] dat alles van tijd tot tijd te verzamelen, hetgeen dienen kan, om ons lezend Publiek, inzonderheid ook onze Vaderlandsche Vrouwen en Jonge Lieden, op eene aangename wijze kundigheden van Wetenschap, Kunst en Smaak te verschaffen, en langs dien weg de zoo buitenspoorige Roman- en Toneel-lektuur onzer tijden allengskens te verdringen.

De opzettelijke diversiteit qua historische informatie, creatieve stukken, en wetenswaardigheden en andere rubrieken laat zich in dit geval het beste duidelijk maken door opgave van de inhoud van de eerste aflevering:

I. Geschiedkunde. 1. Christina van Zweden en Monaldeschi. 2. Graaf Struënsee. II. Aardrijks- landen- en volkenkunde. 3. De Geest van eenige Brieven eener jonge Romeinsche Vrouw, uit en over Duitschland, aan hare Familie te Rome. 4. Gastronomische (Maagkundige) Kaart van Frankrijk. III. Natuurkundige en Oekonomische merkwaardigheden. 5. Eenige Bijzonderheden wegens de eerste Ontdekking van het Noorderlicht in Europa. IV. Karakterkunde, menschen- en wereldkennis. 6. De Taal der Oogen. 7. Levensschets van Joseph Haydn. V. Aesthetische aanmerkingen, en berigten wegens den staat der schoone kunsten. 8. Over de belangrijkheid der Dichterlijke Uitdrukking. VI. Romantische verhalen en bespiegelingen. 9. Het Podagra. VII. Dichtkunde. 10. Het Ouderlijk huis (Elegie). 11. Afbeeldsel eener oude Wellustelinge. 12. Gelijkenis. VIII. Kleine vernuftspelingen, enz. 13. Drie Geschiedkundige Anekdotes.

Het blijkt dat elke aflevering begint met enkele geschiedenissen, of biografieën, die van belang zijn om het karakter van de vrouw, of de vrouwen, te leren kennen. Ook de verdere stukken hebben vaak een thematiek die voor vrouwen herkenbaar of nuttig is. Overigens gaat het in alle stukken niet zozeer om de zakelijke informatie, als wel om het voordeel dat men daaruit kan halen. Dat voordeel is vaak inzicht in het karakter van een persoon (overigens een specialisme van de redacteur). Vandaar dat bij de korte biografie van Haydn verontschuldigend gezegd wordt: ‘Hoewel dit stukje meer eene Levens– dan Karakter-schets is, oordeelden wij hetzelve echter lezenswaardig genoeg, om het onze Lezeren medetedeelen’ (nr. 1, p. 97).
De creatieve stukken (lyriek) lijken vaak oorspronkelijk Nederlands. De andere zijn doorgaans uit moderne talen vertaald, in het bijzonder uit het Duits. Daarbij wordt vrijwel altijd de bron vermeld.
In de creatieve sectie vindt men soms de initialen van de auteurs vermeld: A., J., W., Z., herhaaldelijk O.; daarnaast een ‘Antoinette’. Antoinette en O. kunnen vermoedelijk geïdentificeerd worden als Antoinette KLEYN-OCKERSE (1762-1828), de zus van de redacteur.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1196 D 19
¶ Full text editie De Grebber

Literatuur
J. Stouten, Willem Anthonie Ockerse (1760-1826) (Amsterdam 1982), p. 129, 130, 163, 174-176, 179-182, 193, 211, 242, 271, 274-276, 312.

André Hanou