Letterbezigheid (1755)

Titelbeschrijving
Letterbezigheid.

Periodiciteit
Het is onduidelijk of dit een periodiek betreft. De advertentie in de Leydse Courant van 15 oktober 1755 zegt in dubbelzinnige bewoordingen dat de Letterbezigheid ‘zedert eenigen tyd ter Drukpersse [wordt] vervaardigd’. De vermelding van Engelse tijdschriften waaruit vertaald wordt, is een extra legitimatie voor dit lemma.

Boekhistorische gegevens
‘Te Amsteldam by den Boekverkoper Pieter Meyer’.

Medewerkers
De boekwinkel van Pieter Meijer was een verzamelpunt van dichters van naam en veelbelovende talenten, die met elkaar het literaire klimaat in Amsterdam bepaalden. In dit gezelschap, door Elisabeth Wolff bestempeld als ‘het Likkersveem van den Vijgendam’, werden de Nederlandse letteren besproken en bekritiseerd. Meijer gaf ook vertaalopdrachten aan leden uit deze literaire kring.
In genoemde advertentie wordt als auteur opgevoerd ‘Adam Adamsz. en zyne Vrienden, arbeidende tot nut en vermaak hunner Mede-Menschen’. Hiermee wordt bedoeld Adam Fitz-Adam: de collectieve schuilnaam voor de Engelse vriendenclub Edward Moore (1712-1757), Philip Dormer Stanhope earl of Chesterfield (1694-1773), Richard Owen Cambridge (1717-1802) en anderen. Onder deze naam schreven zij het uitermate populaire satirische tijdschrift The World (1753-1756). Het lijkt erop dat de mannen van het Likkersveem zich enigszins verwant voelden met deze Engelse vriendenclub.

Inhoud
De inhoud van de Letterbezigheid wordt als volgt beschreven:

behelzende onder verscheide Nederlandsche Verzen en Kunst-Vruchten, de beste stukken uit de spectatoriaale Werken, zedert de laatste Jaaren te Londen en elders uitgegeeven, en nog uitgegeeven wordende, onder de tytels van the Rumbler, the World, the Inspector, the Female Spectator, the Connoisseur, the Entertainer, the Fool, the Man, en andere Schriften van dien aart.

Exemplaren
Geen exemplaar bekend.

Literatuur
¶ M. de Vries, ‘Pieter Meijer (1718-1781), een uitgever als instituut’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 28 (2005) 2, p. 81-103.

Rietje van Vliet