Levensbeschryving van Beroemde en Geleerde Mannen (1730-1733)

Titelbeschrijving
Levensbeschryving van Beroemde en Geleerde Mannen. Met hedendaagsche sterfgevallen en andere nieuwigheden.

Periodiciteit
Het blad verscheen in 31 afleveringen (‘stukken’) van 1730 t/m 1733. In de Amsterdamse Courant van 25 mei 1730 adverteert de uitgever dat hij met het blad ‘met het begin van dit jaer’ is begonnen en dat de ‘drie eerste stukken reeds uytgekomen, en alomme verzonden zyn’. Ook de vierde aflevering ligt dan al gedrukt en wel in de winkel. Op 17 maart 1732 zijn er nog enkele complete exemplaren van de eerste vier delen te koop (Leydse Courant). Verwarrend is het begrip ‘stuk’ omdat dit ook wordt gebruikt voor de delen 1-4.
De frequentie is op een gegeven moment teruggebracht, zo blijkt uit het ‘Aan den bescheiden Leezer’ van deel 5. Daar spreekt de auteur van ‘twintig Stukjes, of Nommers’ die reeds zijn uitgegeven:

Op deezen voet zullen wy voortgaan, zoo namentlyk, dat wy voortaan alle twee maanden een Stukje, of Nommer zullen uitgeeven, en dus zes in een jaar meenen te leeveren: zullende in ieder Stukje niet altydt maar eene, maar ook wel twee, of drie leevensbeschryvingen bevat worden, naar dat het zaake vereyscht, of van den persoon veel of weinig te berigten valt.

Bibliografische beschrijving
In groot 8o. De afleveringen zijn opgegaan in zes delen (684 + 686 + 704 + 680 + 809 + 685 p.). Ieder deel bevat een titelprent, portretten van de beschreven personages en een register.

Boekhistorische gegevens
‘Te Amsteldam. By Adriaan Wor en de Erve G. onder de Linden’.

Medewerkers
Het tijdschrift als geheel wordt wel toegeschreven aan Gerardus OUTHOF (1673-1733), predikant en rector te Kampen. Het is echter de vraag of hij alle afleveringen heeft geschreven. De meeste vierregelige gedichtjes onder te portretten (A. vander Laan fec.) zijn blijkens de ondertekening wel van zijn hand.

Inhoud
Het werk bevat 57 beknopte biografieën van belangrijke personen uit binnen- en buitenland, met het accent op religieuze geschiedenis. Met ingang van deel 5 zullen het, aldus het ‘Aan den bescheiden Leezer’, ook andere beroemdheden zijn, zoals rechtsgeleerden en schrijvers. Verder zullen de berichten over kerkenraden, regeringen en promoties, voortaan achterwege blijven omdat de lezers er geen belangstelling voor hebben. Daarvoor in de plaats komen necrologieën van ‘hedendaagsche geleerden’. Tot slot: wie een bijdrage wil leveren, is zeer welkom.
Voor een overzicht van de biografieën, zie Haitsma Mulier/Van der Lem (1990).

De schrijver van de Nieuwe Modenze Gebrilde Brilleman vond het werk zeer beneden de maat. Op 13 februari 1730 schrijft hij dat er ‘al weer een kuike in de gekke Beikorf van de hedendaagsche Schryvers is uitgebroeid, en de naam voert van de Historie der Geleerde Mannen’ (p. 78):

Nu vrienden hebt gy wat gelt te veel helpt dien bloet [de schrijver] al voort, en so gy iets uitmuntent hebt, so sult gy op een heerlyke wys onder de schimmen uit blinken, stuurt het hem dan maar cito over, maar betaalt het port, het scheelt dien Vriend niet met een anders veeren te pronken […].

De Brilleman denkt even dat Jacob Campo Weyerman, alias de ‘Tugt-Heer’, de auteur is, vooral omdat deze helemaal niets zegt van ‘dat nieuw uit gekomen maandelyks broddelwerk’. Maar die suggestie trekt hij snel weer in: ‘dog dat kan ik qualyk gelov’.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1166 F 15-20
¶ Full text deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5 en deel 6

Literatuur
¶ E.O.G. Haitsma Mulier, A. van der Lem, Repertorium van geschiedschrijvers in Nederland 1500-1800 (Den Haag 1990), p. 244-245 (nr. 298).

Rietje van Vliet