Leydse Courant (1686-1902)

Titelbeschrijving
Tot 1780 is er in de titel van de Leydse Courant steeds een dagaanduiding opgenomen. De krant begon haar bestaan als Ordinaris [of Ordinaire] Leidse Courant (1686) en Opregte Leydse Courant (1687-1689). In de titel is opgenomen: Saturda(a)gse, Dingsda(a)gse of Donderda(a)gse; in 1690 wordt dit Maandagse, Woonsdagse of Vrydagse (1690-1720). De woensdagse krant heet in deze periode: Opregte Extraordinaire Leydse Woonsdagse Courant.
De spelling van ‘woonsdagse’ werd op 16 april 1721 gewijzigd in ‘woensdagse’. In maart 1720 verdween Opregte uit de titel. De krant heette toen Leydse Maandagse [Woensdagse of Vrydagse] Courant (1720-1779) en na het verdwijnen van de dagaanduiding: Leydse Courant (1780-1795).
Ten tijde van de Bataafse republiek onderging de krant diverse wijzigingen. De titel wordt achtereenvolgens Hollandsche Courant (1795), Leydse Courant (1796-1811), Gazette de Leyde / Leydse Courant (1811), Affiches, Annonces et Avis Divers de Leyde / Advertentiën, Aankondigingen en Berigten van Leyden (1812-1813).
Daarna is de Leydse Courant (1813-1823) terug om later omgedoopt te worden in Leydsche Courant (1824-1869) en Leidsche Courant (1869-1902). Vanaf 1 mei 1885 voert de krant als ondertitel: Nieuws- en Advertentieblad voor Leiden en Omstreken.

Periodiciteit
De Leydse Courant verscheen van 30 maart 1686 tot en met 31 maart 1902. Aanvankelijk driemaal per week en met ingang van 2 juli 1869 dagelijks.
Als Ordinaris Leidse […] Courant verscheen de krant van 30 maart 1686 tot en met 31 december 1686. Op 1 januari 1687 werd dit Opregte Leydse […] Courant. Met ingang van 1690 veranderden de dagen waarop de krant verscheen en veranderde daarmee ook de titel.
Nadat de krant een nieuwe eigenaar had gekregen, verscheen vanaf 20 november 1719 tot en met 1 maart 1720 de krant als Opregte Leydse […] Courant. Met ingang van 4 maart 1720, tot en met 31 december 1779, heette de krant Leydse […] Courant. Vanaf 1780 is de dagaanduiding in de titel verdwenen: Leydse Courant.
Van 3 april 1795 tot en met 30 december 1795 droeg de krant als titel Hollandsche Courant; van 1 januari 1796 tot en met 28 januari 1811 opnieuw Leydse Courant.
Onder invloed van de napoleontische wetgeving werd de krant met ingang van 30 januari 1811 tweetalig: Gazette de Leyde / Leydse Courant. Als zodanig verscheen ze voor het laatst op 30 december 1811. Vervolgens werd bij wet vastgesteld dat er nog slechts één nieuwsblad per departement mocht verschijnen. De Leydse Courant kwam daarna, van 1 januari 1812 tot en met 17 november 1813, uit als advertentieblad: Affiches, Annonces et Avis Divers de Leyde / Advertentiën, Aankondigingen en Berigten van Leyden. Op 19 november 1813, na het vertrek van de Fransen, was de Leydse Courant terug. Op 2 januari 1824 veranderde de spelling van de titel en heette de krant Leydsche Courant. Op 12 oktober 1869 werd de spelling opnieuw gemoderniseerd, tot Leidsche Courant. Vanaf 1 mei 1885 heeft de krant als ondertitel: Nieuws- en Advertentieblad voor Leiden en Omstreken.

In de loop der tijd heeft de krant meerdere waarschuwingen gekregen, meestal na klachten van buitenlandse mogendheden. In het algemeen kwam de courantier ervan af door een rectificatie te plaatsen en verontschuldigingen aan te bieden.
De krant werd kort na 17 december 1693 op instigatie van de Engelse koning om onbekende redenen verboden. Voor hoelang is evenmin bekend, maar er is een exemplaar van de krant van 21 juni 1694 overgeleverd zodat het verbod toen inmiddels was opgeheven.
In 1746 liep een klacht van de Pruisische koning uit op een boete. De courantier had met zijn berichtgeving over het samentrekken van een grote troepenmacht aan de grenzen van Pruisen de indruk gewekt alsof de koning kwade bedoelingen in de zin had tegen Wenen. De klacht werd door de Staten doorgespeeld naar het Leidse stadsbestuur, dat er intussen niet veel haast meemaakte. De Klopper moest zijn verontschuldigingen aanbieden en kreeg een boete van 600 gulden opgelegd ten behoeve van de armen.
Het woordelijk opnemen van een tractaat van commercie gesloten tussen de koning van de beide Siciliën en de Nederlanden, in 1753 gepubliceerd in zowel de Leidse als de Utrechtse krant, zorgde ervoor dat de Staten Generaal zowel de Staten van Utrecht als die van Holland opdroegen om hun courantiers ‘scherpelijck te gelasten van sigh in het toekomende te waghten van eenige Tractaaten, Memorien, Brieven, Resolutien of andere Stucken, den Staat concerneerende, sonder authorisatie publick te maacken’. Maar daar bleef het bij.
Een volgend verbod kwam pas in 1793, toen in verschillende Hollandse steden de Leydse Courant werd verboden wegens haar kritische berichtgeving (op 3 juni 1793) over de resultaten van de veldtocht van dat jaar. De legerberichten van officiële zijde gewaagden juist van positieve uitkomsten. Dit keer was de aanleiding dus geen buitenlandse maar een Nederlandse aangelegenheid.
Zo ook in 1802 toen de uitgever van de krant zich moest verantwoorden voor een bericht (op 1 september 1802) betreffende het buiten dienst stellen van de generaals en kolonels van de Bataafse armee. Het was verboden om daden of besluiten van de Bataafse regering openbaar te maken indien men zich niet vooraf terdege had verwittigd of zij op waarheid berustten. Het Staatsbewind verlangde een rectificatie. Deze verscheen in de krant van maandag 6 september 1802.

Bibliografische beschrijving
De eerste jaargang verscheen in 1686 in kwarto, vier pagina’s per aflevering. Vanaf 2 januari 1687 in klein folio, omvang een half vel, tweezijdig bedrukt in twee kolommen. De afmetingen van de foliovellen namen toe in de loop van de achttiende eeuw. Vanaf 10 maart 1777 verschenen met steeds grotere regelmaat afleveringen op een heel vel folio, zonder dat daarvoor extra moest worden betaald. Aanvankelijk met drie bladzijden tekst, maar later werden alle vier de pagina’s bedrukt. Er werd meer plaats ingeruimd voor nieuws, maar vooral het advertentiegedeelte dijde sterk uit. In het laatste decennium van de achttiende eeuw wisselden halve- en helevels kranten elkaar af, afhankelijk van het aanbod aan nieuws en advertenties.
In het titelblok prijkt het Leidse stedenschild met kroon (vanaf 9 april 1686 met schildhouders). Met ingang van december 1719 voerde de krant een klein Leids wapen tussen twee klimmende leeuwen. Van 6 mei 1720 tot de krant van 3 november 1755 werd een groter wapen toegepast met druipstaartende schildhouders. Nieuwe wapens worden ingevoerd begin 1780, mei 1789 en maart 1794.
In de Bataafse tijd had de krant in het titelblok het motto ‘Vryheid. Gelykheid. Broederschap’. Onder de datumaanduiding werd vermeld: ‘Het eerste [tweede, enz.] Jaar der Bataafsche Vryheid’. Met ingang van 18 november 1801 verdwenen deze beide teksten.
Het nieuws werd recto gezet in twee kolommen en eventueel vervolgd op de verso. De advertenties op de versozijde werden over de hele bladspiegel gezet. Vanaf 10 oktober 1740 werden de buitenmarges zowel recto als verso gebruikt voor dwars geplaatste advertenties.

Boekhistorische gegevens
De krant verscheen te Leiden en werd tot 1813 uitgegeven door Daniel van Gaasbeeck (30 maart 1686-9 augustus 1686), Lodewijk van der Saen (13 augustus 1686-15 december 1689), Jacob Huysduynen (15 december 1689-10 maart 1702), Jacob en Jan Huysduynen (13 maart 1702-pre 11 juni 1706), Jacob Huysduynen (pre 11 juni 1706-pre 14 oktober 1719), Felix I de Klopper (20 november 1719-29 maart 1738), Anthony de Klopper (31 maart 1738-30 november 1771), weduwe Anth. de Klopper [= Levina Westerbaan] (december 1771-14 februari 1780), Wed. Anth. de Klopper en zoon [= Felix II de Klopper] (14 februari 1780 tot 1804), Wed. Anth. de Klopper en zoon [= weduwe Felix II de Klopper = Sara Catharina Kroef?] (1804-1824). Hoewel Felix II de Klopper op 14 oktober 1804 was overleden en zijn vrouw op 2 september 1824, luidde het impressum tot 1902: Wed. Anthony de Klopper en zoon.
Van Gaasbeeck verkreeg op 14 maart 1686 toestemming om in Leiden ‘een Courante inde nederduijtsche Tale’ te drukken en uit te geven. Vanaf 30 maart 1686 stond op de versozijde, onderaan, het colofon: ‘By Daniel van Gaesbeeck, Ordinaris Courantier der Stad Leyden, op ’t Rapenburg’. Hij werd reeds op 9 augustus 1686 vervangen door Lodewijk van der Saen, een Hongaar van geboorte die waarschijnlijk via Mannheim in Duitsland in Nederland terecht was gekomen. Het colofon luidde met ingang van 13 augustus 1686: ‘Gedrukt by Daniel van Gaesbeeck, voor Lodewyck van der Saen, ordinaris Courantier der Stad Leyden, op de Breestraat’. Op 2 januari 1687 blijkt Daniel van Gaasbeeck als drukker van de krant te zijn opgevolgd door Adriaen van Gaasbeeck (volgens Sautijn Kluit de gelijknamige zoon van Adriaen van Gaasbeeck, Daniels inmiddels overleden broer).
Op 15 december 1689 kreeg Jacob Huysduynen toestemming om ‘driemael ter week een duytsche Courant binnen desen stadt te mogen doen drukken op syn naem’. De krant draagt op 21 april 1692 zijn adres, ‘op de Oude- Vest en Westzyde van d’Oude Maren’. Vanaf 2 juni 1692 verschijnt de krant afwisselend met het adres van Huysduynen en van de weduwe van Pieter Arents in Amsterdam: ‘En werden tot Amsterdam verkogt, by de weduwe van Pieter Arents, in de Beursstraat, in de drie Rapen, by de Dam.’ Weduwe Pieter II Arentsz werkte vanaf 1698 alleen samen met haar schoonzoon, Cornelis van der Sys. Op welk moment de naam van Van der Sys in het colofon voorkwam, is door lapidaire overlevering niet bekend.
Korte tijd, vanaf 13 maart 1702, heeft in het colofon ook de naam van de zoon van Jacob Huysduynen gestaan: Jan Huysduynen. Op 19 februari 1701 had het Gerecht positief gereageerd op het verzoek van Jacob Huysduynen om de krant te mogen uitgeven op naam van hem en van zijn zoon. Tot wanneer deze zoon als medeeigenaar optrad, is bij het ontbreken van overgeleverde exemplaren niet meer vast te stellen, maar een exemplaar van 11 juni 1706 heeft weer alleen Jacob Huysduynen in het colofon.
Na diens overlijden in oktober 1719 kwam de krant in handen van de koffiehuishouder Felix de Klopper, wiens etablissement aan de Breestraat (hoek Wolsteeg) dienst deed als ontmoetingsplaats voor het uitwisselen van nieuws. Hij kreeg op 9 december 1719 het octrooi, mits hij jaarlijks een recognitiegeld van ƒ 1000 betaalde. In 1724 verscheen in het colofon een notabene: ‘Met het begin van de aanstaande Maand July zal des Courant by Cornelis vander Sys te Amsterdam in de Beurs-steeg alleen uytgegeeven worden’. De Klopper ook een vast adres in Den Haag blijkens een mededeling in het colofon van de Leydse Courant van 10 oktober 1725: ‘Wordende uytgegeven in ’s Gravenhage by Pieter Husson, Boekverkooper op de Kapelbrugge’.
Na het overlijden van De Klopper op 29 maart 1738 kon zijn zoon Anthony hem opvolgen op dezelfde voorwaarden. Toen deze in 1771 overleed, bleken de rechten op de krant niet goed te zijn geregeld. Weduwe De Klopper moest het privilege opnieuw aanvragen maar kreeg concurrentie van de Leidse boekverkoper Cornelis van Hoogeveen junior, die de stad een recognitiegeld van ƒ 5000 bood. De weduwe verhoogde daarop haar bod en verkreeg in 1772 de rechten, mits zij jaarlijks ƒ 8375 recognitiegeld betaalde.
Onder het bewind van de De Kloppers beschikte de krant over een eigen drukkerij. Ten tijde van Felix I de Klopper stond deze onder directie van de voormalige letterzetter Dirk Lakeman. Een zekere Izak Seloos (Sloots?) was volgens Le Francq van Berkhey een van de drukkers. In 1729 verhuisde De Klopper zijn drukkerij naar de Plaatsteeg, iets verderop in de Breestraat. Vermoedelijk werd toen ook het koffiehuis tegenover het stadhuis (hoek Breestraat-Wolsteeg) opgeheven, want vanaf maandag 2 mei 1729 veranderde ook het adres in het colofon van ‘over het Stadhuys’ in: ‘over de Plaatsteeg’. De drukkerij bleef daar gevestigd tot 1844.

Er verschenen 156 of 157 nrs. per jaar voor een halve stuiver per aflevering. Tot 1778 zijn er geen gegevens over het abonnementsgeld. In de loop van 1777 werd steeds vaker een aflevering uitgebracht met een omvang van een heel in plaats van een half vel. In nr. 30 van de Leydse Courant (1777) verscheen de mededeling dat deze dubbele kranten voor de gewone prijs werden geleverd. Pas met ingang van 1 januari 1778 werd de abonnementsprijs op gewoon papier verhoogd tot ƒ 6 per jaar (kranten op fijn papier: ƒ 7). Over de prijs van losse afleveringen werd toen niets vermeld. In 1812 werd het abonnementsgeld in verband met de heffing van het zegelrecht van ƒ 6 verhoogd tot ƒ 10 per jaar (per half jaar ƒ 5; per kwartaal ƒ 2:10).
Een belangrijke bron van inkomsten voor de krant vormde de opbrengst van de advertenties. Die kostten 6 stuivers per regel. Daarnaast hanteerde De Klopper niet nader gespecificeerde speciale tarieven, zoals kortingen op advertenties die meerdere malen geplaatst werden. Ten tijde van het Affiches, Annonces et Avis Divers de Leyde / Advertentiën, Aankondigingen en Berigten van Leyden kostte een advertentie per regel 20 centimes of 2 stuivers Hollands. Omdat de advertenties in beide talen werden geplaatst, kostte elke advertentieregel 40 centimes of 4 stuivers.
Het zegelrecht werd met de oprichting van het Koninkrijk Holland niet afgeschaft. Blijkens de kop van de eerste aflevering van 1815 bedroeg de abonnementsprijs een gulden per maand, inclusief zegelrecht en portokosten. Voor advertenties met niet meer dan 3 regels werd 30 stuivers in rekening gebracht, voor de vierde en elke volgende regel werd 9 stuivers berekend. Voor advertenties en programma’s van genootschappen werd 3 stuivers per regel gevraagd. Advertenties met familieberichten – sinds 23 juni 1794 een vast onderdeel van de krant – kostten 36 stuivers voor de eerste zes regels en voor elke regel meer 6 stuivers. In 1811 werd ook nog een zegelbelasting op advertenties ingevoerd, variërend van 3 tot 8 centimes. En aangezien de krant toen verplicht tweetalig verscheen, betekende dit in praktijk het dubbele.
Over de oplage van de Leydse Courant is niets bekend. Felix de Klopper en zijn zoon Anthony betaalden de stad jaarlijks een recognitiegeld van ƒ 1000. In 1746 werd bepaald dat jaarlijks ƒ 450 gulden bestemd was voor het Armkinderhuis. Daarboven werd met ingang van 1750 impost op de gedrukte papieren geheven, wat werd afgerond op een vast jaarlijks bedrag van ƒ 300 gulden, dat in 1797 werd opgeschroefd tot ƒ 500. Vanaf 1772 werd het recognitiegeld drastisch verhoogd tot 8375 gulden per jaar. Op grond van deze bedragen moet de oplage rond 1770 tenminste 5000 zijn geweest. Over de kosten van de vervaardiging zijn geen gegevens voorhanden.

Medewerkers
Wie voor Daniel van Gaasbeeck, Lodewijk van der Saen en Jacob Huysduynen de kranten schreven en redigeerden is niet bekend. Toen Felix I DE KLOPPER (1683-1738) in 1719 de krant overnam, werkte hij als uitgever, drukker en redacteur, en werd hij daarbij geassisteerd door Jan BERKHEIJ, grootvader van Johannes le Francq van Berkhey, en door Samuel BAVIERE, eigenaar van een minnehuis te Leiden.
Ook de latere broodschrijver Jacob CAMPO WEYERMAN (1677-1747), die volgens le Francq van Berkhey schreef voor de voorlopers van de Leydse Courant, de geschreven nieuwsblaadjes die in het koffiehuis van De Klopper circuleerden, zou aan de krant hebben meegewerkt. Later zou Weyerman De Klopper uitmaken voor ‘Broêr Felix den Pijpen-stopper’ en spreken van de ‘Beuzelsprookjes’ van de ‘Lugdunschen Mercuur’ (Amsterdamschen Hermes 1, nr. 42, p. 333).
Deze uitspraken werden met welgevallen door de felle orangist Le Francq van Berkhey in 1778 aangehaald om de kleinzoon van deze Felix de Klopper wegens diens patriotse sympathieën belachelijk te maken. Behalve Weyerman had ook broodschrijver Hermanus van den Burg, weinig op met ‘broer Felix’, onder meer omdat zijn berichtgeving wijdlopig was en herhalingen vertoonde (Amsterdamsche Argus 12 juni 1720, p. 7-8).
Al vóór 1719 was Felix de Klopper bevriend met Wouter VAN MAANEN uit Den Haag die hem stof leverde voor zijn nieuwsbrieven in het koffiehuis. Zijn betrokkenheid blijkt ook later. In 1724 engageerde De Klopper namelijk Joan Michaël SCHUTZ (ca. 1684-1734) als auteur. Het was Van Maanen die deze uit Hamburg afkomstige redacteur, ‘van een goed staatkundig oordeel’, aanzocht om voor de Leydse Courant te schrijven (vermoedelijk vanaf 4 juni 1724). Het schijnt vooral aan Schutz te danken te zijn geweest dat de krant een beter imago kreeg. Na zijn overlijden kwam zijn zoon Johan Christiaan Schutz (ca. 1717-1778) in vaste dienst op het kantoor van de krant en werd hij als redacteur opgevolgd door Johannes Levinus STAMMETZ (1702-1780).
Intussen was in 1777 Jan CYFVEER in dienst gekomen. Deze voor het boekenvak opgeleide Leidenaar volgde in 1780 Stammetz op en zou tot 1820 als redacteur aan de krant verbonden blijven. Verder was sinds 1801 de eveneens tot boekverkoper opgeleide Nicolaas Godfried VAN KAMPEN (1776-1839) in dienst van de krant. Hoewel hij in 1815 werd benoemd tot lector in de Duitse taal aan de Leidse universiteit, bleef hij de krant trouw tot vermoedelijk 1824. Later zou hij hoogleraar Nederlandse letterkunde en vaderlandse geschiedenis worden aan het Athenaeum te Amsterdam.

Inhoud
Zoals in alle kranten lag aanvankelijk de nadruk op nieuws uit het buitenland, dat zonder commentaar meestal in chronologische volgorde per land werd behandeld. Dan volgde binnenlands nieuws, de bekendmaking van officiële plakkaten, scheepstijdingen en soms wat gemengde berichten over misgeboorten of dergelijke sensationele bijzonderheden. In de late achttiende eeuw werden ook oproepen tot deelname aan prijsvragen van verschillende wetenschappelijke en literaire genootschappen in de kolommen opgenomen.
De Leydse Courant beschikte over een internationaal goed gespreid netwerk van correspondenten. De krant werd vooral gewaardeerd om haar goede buitenlandse nieuws. Vanwege haar handelsberichten werd zij ook in het buitenland gelezen. Een enkele maal veroorloofde de Leidse courantier zich een wat sensationelere berichtgeving, bijvoorbeeld door het publiceren van geheime buitenlandse overeenkomsten of details van een hofschandaal. Maar dit leidde meestal tot een berisping, soms een boete en in elk geval een rectificatie en verontschuldigingen in de krant. Uit vergelijking met de Amsterdamsche Courant wat de buitenlandse berichtgeving in 1766 betreft, blijkt dat de kranten nauwelijks voor elkaar onderdoen. Wel beschikte de Leydse Courant over correspondenten in meer landen dan de Amsterdamsche Courant waardoor haar berichtgeving breder was (Schneider p. 70-71).
Onder redacteur Cyfveer voer de krant, hoewel pro-patriots, een koers waarbij politieke discussie in de krant werd vermeden en de berichtgeving zo zakelijk mogelijk werd gehouden.
In het advertentiegedeelte vindt met veel Leidse adverteerders, maar ook veel annonces van ondernemers elders uit Holland (met name Amsterdammers) en andere provincies. De advertenties van Amsterdamse makelaars voor veilingen, onroerend goed en schepen vormden een vast onderdeel. Onder de boekverkopersadvertenties vindt men talrijke namen van boekverkopers van buiten Holland.
De Leydse Courant verscheen vanaf de jaargang 1734 regelmatig met een binnen- en buiteneditie. De buiteneditie werd ’s avonds gedrukt en ’s nachts vervoerd om in de vroege morgen verspreid te worden in steden en dorpen op enige afstand van Leiden. De binneneditie kwam ’s avonds laat en ’s nachts op de pers en vond ’s morgens vroeg haar weg naar de abonnees en kopers in de stad zelf en de nabijgelegen dorpen. In het nieuwsgedeelte veranderde slechts bij uitzondering iets. Wel werd meestal een aantal advertenties vervangen, vaak door annonces van Leidse of Haagse adverteerders.

Relatie tot andere periodieken
De Courante der stadt Leyden, also vande publicatie ende verkiesinge des raedts aldaer geschiedt. Met de namen der afgesette burghermeesteren, schepenen, ende vroedschappen. Met het gheen dat dese daghen alhier ghepasseert is (editie Marcus) en de Courante der stadt Leyden, also vande publicatie ende verkiesinge des raedts aldaer geschiedt. Met de namen der afgesette burghermeesteren, schepenen, ende vroedschappen. Met het gheen dat dese daghen aldaer ghepasseert is (editie Gel-kerck), beide uit 1618, zijn vroege voorlopers van de Leydse Courant. Verder noemt de STCN een Leydsche Courante uit 1633, maar het enig bekende exemplaar is sinds maart 2009 zoek (UB Leiden, Pamfl 1633).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 365 E 45: 1 (Ordinaris Leidse Courant)
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek:: V 516 (1719-1815 e.v.). Dit is vermoedelijk het exemplaar (met binnen- en buiteneditie) van de familie De Klopper
¶ Leiden, Erfgoedcentum Leiden en Omstreken (1687-1716 incompleet; 1719-1795 vrijwel compleet)
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek: M6565, M7237, M7980, M8095 en M8447 (afl. uit 1690-1712)
¶ Full text via Delpher.

Bronnen
¶ J. le Francq van Berkhey, Vriendentraanen, gestort bij het sterfbedde van mijnen geleerden boezemvriend Joan Christiaan Schutz (Leyden, F. de Does P.Z. 1778)
¶ J. le Francq van Berkhey, Voor Leydens Burgery (z.p. 1784)
Brief van een vriend aan een vriend, behelzende eenige aanmerkingen over […] den oorsprong der Leydsche Courant (Leiden, A. Koster 1778)
¶ Leiden, Erfgoedcentrum Leiden en Omstreken: Notulen Burgemeesteren, B., fol. 301 (verbod 1693); idem, B., fol. 193 (benoeming Huysduynen); idem, C., fol. 106 (octrooi Jacob en Jan Huysduynen); Stadsarchief II Gerechtsdagboeken 88, fol. 215 (octrooi Van Gaesbeeck); idem, 89 (benoeming Van der Saen); idem, 96, fol. 129v (etablissement Felix I de Klopper); idem, 105, fol. 243 (octrooi Felix i de Klopper); idem, 111, fol. 192 (octrooi Anthony de Klopper); idem, 121, fol. 201-205 (advertentietarieven); idem, 131, fol. 263-266d (octrooi Wed. Anth. de Klopper).

Literatuur
¶ H. van Goinga, Alom te bekomen. Veranderingen in de boekdistributie in de Republiek 1720-1800 (Amsterdam 1999), p. 15-16; 23-24; 31-39; 40-43; 57; 70; 287-290; 298; 306
¶ M. Schneider, i.s.m. J. Hemels, De Nederlandse krant 1618‑1978. Van ‘nieuwstijdinghe’ tot dagblad (Baarn 1979, 4e herz. dr.), p. 53-55, 64-77
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Hollandsche Leidsche Courant’, in Handelingen en mededelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde over het jaar 1871 (Leiden 1871), p. 3-86
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Leidsche couranten’, in: Nederlandsche Spectator 15 juni 1867
De Navorscher 5 (1855), p. 210.

Hannie van Goinga