Maandelykse Mathematische Liefhebbery (1754-1769)

Titelbeschrijving
Maandelykse Mathematische Liefhebbery; Waar in voorkomen eenige Opgeloste Voorstellen, met nog eenige die te Ontbinden voorgesteld worden: Geschikt ten dienste der genen die zig in de Algebra en Rekenkonst zouden willen Oeffenen. Door J. Oostwoud. Waar agter gevoegt is het Maandelykse Nieuws der Fransche en Duytsche Schoolen In de Provincën van Holland, West-Friesland, Utrecht, Overyssel, &c. Zoo van die Vaceren als daar Nominatien, Beroepingen en diergelyke Veranderingen zijn voorgevallen.
Bij elk deel werd een apart titelpagina geleverd: Mathematische Liefhebberye, met het Nieuws der Fransche en Duytsche Schoolen in Nederland. Van January tot December [enz.][jaar] ingesloten.
Op de titelpagina’s van de afleveringen staat: […] voor de maand […], [jaar].

Periodiciteit
Het tijdschrift verscheen maandelijks, tussen april 1754 en december 1769. De afleveringen zijn samengevoegd tot 17 delen: deel 1 omvat 9 nrs. (april t/m december 1754), deel 2 en 3 beide 6 nrs. (januari t/m juni en juli t/m december 1755), de delen 4-17 (het laatste deel heeft abusievelijk nr. 18 op de titelpagina) elk 12 nrs. In 1765 is één dubbelnummer verschenen.
De verschijningsperiode en frequentie is vastgesteld op basis van de vermeldingen op de diverse titelpagina’s, waarop maand en jaar staan aangegeven. De frequentie lijkt ononderbroken te zijn geweest, met uitzondering van een vertraging in juni-september 1765, wegens een redactiewisseling.

Bibliografische beschrijving
De wijze van inbinden en daarmee ook de paginering verschillen per exemplaar.
Iedere aflevering bevat drie katernen klein octavo en bestaat uit drie rubrieken: ‘Liefhebbery’, beantwoorde vraagstukken en ‘Het nieuws van de Franse en Duytsche scholen’. De pagina’s van het eerste katern (de Liefhebbery) en die van het tweede en derde katern samen zijn afzonderlijk van elkaar doorlopend genummerd. In sommige exemplaren treft men dan ook de katernen Liefhebbery afzonderlijk ingebonden achterin het deel.
De afleveringen zijn voorzien van bescheiden ornamenturen op de titelpagina en tussentitels. Op de plek van de meetkundige figuren werden alleen de letters gedrukt; de bedoeling was dat de figuren er later in werden ingetekend (zoals blijkt uit sommige exemplaren).
Ieder deel heeft een bladwijzer op het Schoolnieuws.

Boekhistorische gegevens
De Maandelykse Mathematische Liefhebbery werd uitgegeven ‘Te Purmerende, By P. Jordaan, Boekverkooper. Met Privilegie’. Deze heeft volgens vermelding op de versozijde van de titelpagina van elk deel het privilegie van de staten Holland en West-Friesland.
De afleveringen werden verkocht bij Pieter Jordaan te Purmerend en J. Kannewet te Amsterdam; met ingang van deel 13 ook bij A. Tolk te Haarlem. Op de titelpagina’s van de losse afleveringen staan alle verkooppunten vermeld. Alle correspondentie ‘omtrent de Liefhebbery’ (uitwerkingen van de opgaven) diende te worden toegezonden aan de firma Wed. Willem Rampen en Zoon, aan de Nieuwezijds Voorburgwal te Amsterdam. Jordaan ontvangt alle post aangaande het Schoolnieuws.
De prijs per aflevering bedroeg 4 stuivers: dat is ook de prijs waarvoor men de afleveringen van het laatste half jaar kon kopen. Voor de prijs van 5 stuivers per aflevering werden daarna alleen nog complete jaargangen verkocht.

Medewerkers
Pieter KARMAN startte dit tijdschrift, maar de redactie kwam voor het leeuwendeel voor rekening van Jacob OOSTWOUD (1714-1784). Oostwoud was een zoon van een onderwijzer uit Hem. Hij beheerde zelf een kostschool te Oost-Zaandam en noemde zichzelf een liefhebber van de ‘mathematische konsten’. Oostwoud maakte deel uit van de kring van ‘liefhebbers’ rond Karman, die als ex-burgemeester van De Rijp tot de notabelen van de omgeving hoorde. Oostwoud werd tevens lid van het Hamburgs wiskundig genootschap en zou ook een aantal boeken van zijn Hamburgse medeleden in het Nederlands vertalen.
Gedurende de eerste 13 jaargangen was Oostwoud de redacteur van de Mathematische Liefhebbery. Aan het begin van de januari-aflevering van deel 13 (1765) plaatst hij een voorwoord, waaruit blijkt dat het werk hem boven het hoofd begint te groeien. Hij vraagt zijn correspondenten om toch vooral alle werk duidelijk aan te leveren, en het papier slechts aan één kant te beschrijven, zodat hij niet te veel tijd kwijt is met het redactiewerk: hij kan dan volstaan met knippen en plakken, in plaats van alles overschrijven. Nr. 6/7 (juni/juli 1765) verschijnt als één aflevering.
Vanaf nr. 8 van hetzelfde jaar staat ineens de naam van Louis SCHUT op het titelblad, in plaats van de naam van Oostwoud. Schut was een collega van Oostwoud te Monnikendam. De nieuwe redacteur plaatst in deze aflevering een voorrede, waarin hij zich verontschuldigt voor het late verschijnen van deze aflevering, dat het september-nummer snel zal volgen en dat hij de rol van Oostwoud, die inmiddels te veel drukte heeft met zijn andere taken, naar beste eer en geweten zal proberen te vervullen.

Inhoud
De afleveringen bestaan uit drie rubrieken. De eerste rubriek, de ‘Liefhebbery’, bevat overwegend vraagstukken die zijn opgegeven om door de lezers te worden opgelost. De vraagstukken zijn deels, met bronvermelding, eerder verschenen in bekende reken- en wiskunde (les)boeken uit die tijd. Zo passeren de revue de rekenboeken van Willem Bartjens en Adam van Lintz, het algebraboek van Pieter Venema, en de Wiskonst van Abraham de Graaf.
De lezer treft verder vraagstukken aan uit de werken van A.F. Marci, J. van Olm, L. Praalder, S. Panser en Ludolf van Keulen. Ook komen opgaven voor uit Duitse werken die door Oostwoud werden vertaald. Soms zijn er ook korte verhandelingen opgenomen, maar veelal staan die in het tweede gedeelte. De meeste opgaven zijn rekenkundig, algebraïsch of meetkundig van aard. Een enkele keer komen meer exotische onderwerpen aan bod, zoals tovervierkanten (een hobby van Karman), logische raadsels of variatierekening.
De opgegeven vraagstukken zijn elementair van aard en bedoeld voor schoolmeesters om hun verstand aan te scherpen en tegelijkertijd af en toe iets nieuws te leren. Ze worden ingekleed met gezochte – soms scrabeuze– verhaaltjes en gedichten om het geheel een minder droge aanblik te geven. In deel 9, nr. 5 (mei 1761, rubriek Liefhebbery, p. 228) schrijft een collega en vriend van Oostwoud bijvoorbeeld een lofdicht op diens recent overleden vrouw, met daaraan gekoppeld een vraagstuk dat neerkomt op de oplossing van een derdegraads vergelijking om te kunnen bepalen hoe lang de dierbare overledene met Oostwoud getrouwd was geweest.
De tweede rubriek bevat hoofdzakelijk uitwerkingen van eerder verschenen opgaven (in eerste instantie slechts door de paginering en een klein tussenkopje van het eerste onderscheiden). Daarnaast verschijnen hierin korte verhandelingen, meestal opmerkingen over bepaalde oplossingen in een eerdere afleveringen, of wiskundige onderdelen uit een recentelijk afgenomen schoolmeestersexamen. Ook verschijnen er verhandelingen in briefvorm over zeevaartkundige en astronomische onderwerpen, waaronder een aantal van de vader van Oostwoud en brieven uit de nalatenschap van Dirk Rembrandtszoon van Nierop (Van Nierop was een coryfee onder de rekenmeesters). Af en toe verschijnen er advertenties voor nieuwe boeken (ook bij andere uitgevers).
De derde rubriek was duidelijk van de eerste twee onderscheiden onder een herkenbare kop (met ornament): ‘Het nieuws van de Franse en Duytsche scholen’. Hier werden lijsten van schoolhouders afgedrukt, vacante plaatsen, necrologieën en grafredes van schoolmeesters, lofdichten en examens die bij schoolmeesters werden afgenomen. Soms bevinden zich hier ook weer – soms afzonderlijk genummerde – fragmenten uit schoolboeken, bedoeld als reclame.

Relatie tot andere periodieken
Het tijdschrift kent geen Nederlandse voorlopers, maar is gebaseerd op het succes van opgavencollecties zoals die bij het Hamburgse wiskundig genootschap werden gepubliceerd. Wellicht heeft als inspiratiebron gediend het Britse periodiek The Ladies’ Diary (1704-1841), waarin eveneens wiskundig ‘vermaak’ werd geboden, in dit geval gecombineerd met informatie die van nut kon zijn voor de Britse dames van goede huize.
Het project van Oostwoud was uniek in de zin dat het gedragen werd door een gemeenschap van onderwijzers in spe en daardoor onderwijsnieuws combineerde met de mathematische liefhebberij. Het vond navolging in de Oeffenschool der Mathematische Wetenschappen (1770-1771) en diverse genootschapstijdschriften, in het bijzonder de tijdschriften van Amsterdamse en Leidse wiskundige genootschappen.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 61-2347-2362
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 163 G 5-20
¶ Full text 1759

Bronnen
¶ Gemeentearchief Zaandam bewaart manuscripten van Jacob Oostwoud en diens vader. Vaak treft men titeluitgaven van de Liefhebbery aan, onder de aanbeveling dat het zoveelste duizendtal opgaven van Oostwoud gebundeld is.

Literatuur
¶ D. Beckers, Het despotisme der mathesis. Opkomst van de propaedeutische functie van de wiskunde in Nederland, 1750-1850 (Hilversum 2003)
¶ H. Zuidervaart, Van ‘konstgenoten’ en hemelse fenomenen. Nederlandse sterrenkunde in de achttiende eeuw (Rotterdam 1999).

Danny Beckers