Maandelykse Nederlandsche Mercurius (1756-1807)

Titelbeschrijving
De Maandelykse Nederlandsche Mercurius, Geevende een volledig bericht van alles wat’er aanmerkenswaardig, ieder Maand, in Europa is voorgevallen, nevens de Origineele Stukken en Bewyzen daar toe dienende: als Placaten, Memorien, Besluiten, Verweerschriften, Declaratien, Tractaten, Capitulatien, Ontwerpen, Beschryvingen en accuraate Lysten van veele nuttige Zaaken, met noodige Aanmerkingen, etc.
De ondertitel varieert. Zo werd in januari 1760 aan de titel toegevoegd: Als mede het voornaamste kerkenieuws der Luthersche gemeentens deezer provintiën; naamlyst der overleedenen en verkoopinge van de huizen met de pryzen, dienstig voor makelaars &c.
Overkoepelende titel na 1792: Staatkundige Historie van Holland, behelzende eene staatkundige bespiegeling van de voornaamste gevallen der Nederlandsche geschiedenissen. Benevens de Maandelijksche Nederlandschen Mercurius.

Periodiciteit
Het tijdschrift verscheen van juli 1756 tot en met juni 1807. Er kwamen 16 afleveringen per jaar uit, die gebundeld werden in halfjaarlijkse doorgepagineerde delen. Uitzondering vormen de jaren 1806-1807, toen het blad maandelijks verscheen. Na het overlijden van de uitgever hield het op te bestaan.

Bibliografische beschrijving
In kwarto. De afleveringen tellen 32 pagina’s of meer. Met een voorbericht van de uitgever en een register per deel. De afleveringen zijn geïllustreerd.

Boekhistorische gegevens
In Amsterdam uitgegeven door Bernardus Mourik, boekverkoper in de Nes bij de Vleeshal. Na zijn overlijden op 26 september 1791 werd het blad nog enkele maanden onder de naam van Mourik uitgebracht. Jan Augustijn Swalm, boekverkoper op de Leliegracht, was vanaf 1792 de uitgever (zie deel 71, 1791, p. 135).
Mourik was eveneens in 1756 met zijn Staatkundige historie van Holland begonnen, waarvoor hij steeds adverteerde met de Maandelykse Nederlandsche Mercurius. De advertentie in de Leydse Courant van 23 augustus 1756 geeft informatie over de wijze waarop de twee titels zich tot elkaar verhouden:

welke twee Werken in een alle Maanden zullen volgen voor de goed Koop prys van 6 St., en kunnen van elkander gescheiden worden, volgens het geene in ’t Voorberigt aan den Leezer te zien is.

Voor beide titels tezamen zou Swalm in 1792 een privilege van de Staten van Holland en West-Friesland verwerven. In de Koninglyke Staats-Courant van 30 juni 1806 protesteerde hij tegen het feit dat ‘de voornaamste Rubrieken zijns openlijk verkregen wettigen Eigendoms’ hem onrechtmatig waren ontnomen.

Medewerkers
Het tijdschrift werd samengesteld op de uitgeverij op basis wat correspondenten aanleverden. Dat MOURIK (†1791) en in ieder geval SWALM (†1807) behalve uitgever ook de redacteur waren, kan geconcludeerd worden uit het bericht van ‘de redacteur en uitgever’ in de Koninglyke Staats-Courant van 30 juni 1806.
De meeste illustraties schijnen van de hand van Caspar David PHILIPS (†1780) te zijn, die ze in ieder geval vanaf 1774 stelselmatig signeerde. Vanaf 1792 zijn ze voorzien van de handtekening van schilder Johan Christoph SCHULTZ (1749-1812).

Inhoud
De Maandelykse Nederlandsche Mercurius is door zijn excerpten uit het binnen- en buitenlandse nieuws te vergelijken met de Europische Mercurius. De dikwijls geïllustreerde berichten werden gemengd met ambtelijke mededelingen van de stad Amsterdam. Het streven was het nieuws zakelijk en objectief weer te geven. Hoewel Mourik oranjegezind was, probeerde hij ook in de jaren ’80 zijn neutraliteit te bewaren. Hierin is hij lang niet altijd geslaagd, zo blijkt bijvoorbeeld uit het nagenoeg ontbreken van berichten over de patriotse vrijcorpsen. Hij berichtte in 1794/1795 vrij afstandelijk over de Bataafse Omwenteling, maar verzweeg de vlucht van Willem V naar Engeland.
Later werd er ook ‘letternieuws’ opgenomen, met berichten van lokale genootschappen. Door de rubriek (luthers) kerknieuws is het blad vanaf 1758 tevens te beschouwen als het orgaan van de Evangelisch Lutherse Kerk. Swalm daarentegen nam ook berichten op van andere denominaties. Kenmerkend zijn verder de vele overzichten: begrafenissen en huwelijken in Amsterdam, scheepsberichten, veilingaankondigingen van huizen en schepen en bijvoorbeeld gespecificeerde opgaven van effecten die waren geveild. In de nadagen van het tijdschrift lag het accent minder op Amsterdam en kreeg het een nationaler karakter.
De Maandelykse Nederlandsche Mercurius is van belang wegens de berichtgeving over de Nederlandse bouwkunst. Er staan talrijke artikelen in over aanbestedingen, eerstgelegde stenen en inwijdingen; ook wordt menig publiek gebouw, kerk, monument of waterbouwkundig bouwwerk uitvoerig beschreven en voorzien van een architectuurplaat. De platen waren tevens bedoeld voor verzamelaars en werden (na 1792) ook los te koop aangeboden.

Relatie tot andere periodieken
De Maandelykse Nederlandsche Mercurius staat in een lange traditie, waarvan ook de Hollantsche Mercurius en de Europische Mercurius deel uit maken. Vermoedelijk heeft de fraaier vormgegeven Maandelykse Nederlandsche Mercurius in 1756 de Europische Mercurius uit de markt geconcurreerd. Als opvolger kan de Amsterdamsche Mercurius van Jan Ruysendaal worden gezien, al verscheen dit blad onregelmatig. Jacob van Lennep en
Adriaan van der Hoop zouden in 1818 met een eigen Nederlandsche Mercurius uitkomen.

Exemplaar
Door Google gedigitaliseerde exemplaren van de New York Public Library en de University of Michigan:
deel 1 (juli-december 1756), deel 2 (januari-juni 1757), deel 3 (juli-december 1757), deel 4 (januari-juni 1758), deel 5 (juli-december 1758), deel 6 (januari-juni 1759), deel 7 (juli-december 1759), deel 8 (januari-juni 1760), deel 9 (juli-december 1760), deel 10 (januari-juni 1761), deel 11 (juli-december 1761), deel 12 (januari-juni 1762), deel 13 (juli-december 1762), deel 14 (januari-juni 1763), deel 15 (juli-december 1763), deel 16 (januari-juni 1764), deel 17 (juli-december 1764), deel 18 (januari-juni 1765), deel 19 (juli-december 1765), deel 20 (januari-juni 1766), deel 21 (juli-december 1766), deel 22 (januari-juni 1768), deel 23 (juli-december 1768), deel 24 (januari-juni 1769), deel 25 (juli-december 1769), deel 26 (januari-juni 1770), deel 27 (juli-december 1770), deel 28, deel 29, deel 30, deel 31, deel 32 (januari-juni 1772), deel 33 (juli-december 1772), deel 34 (januari-juni 1773), deel 35 (juli-december 1773), deel 36, deel 37, deel 38, deel 39, deel 40, deel 41, deel 42, deel 43, deel 44 (januari-juni 1778), deel 45 (juli-december 1778), deel 46 (januari-juni 1779), deel 47 (juli-december 1779), deel 48 (januari-juni 1780), deel 49 (juli-december 1780), deel 50 (januari-juni 1781), deel 51 (juli-december 1781)

Literatuur
¶ Thomas H. von der Dunk, ‘De Maandelykse Nederlandsche Mercurius, 1756-1807, en de rol van zijn architectuurprenten bij de verbreiding van de kennis van de vaderlandse bouwkunst’, in: De Achttiende Eeuw 31 (1999), p. 65-127
¶ Nicole van der Steen, ‘De Europische Mercurius en de Maandelykse Nederlandse Mercurius. De evolutie van een periodieke kroniek tot “de” Mercurius’, in: Ex Tempore 15 (1996), p. 211-235.

Rietje van Vliet