Maandschrift tot Nut van ’t Algemeen (1805-1808)

Titelbeschrijving
Maandschrift tot Nut van ’t Algemeen, uitgegeeven door de Bataafsche Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, Departement Groningen.

Periodiciteit
Voor nr. 1 wordt geadverteerd in de Groninger Courant van 4 januari 1805.
Het blad verscheen op de laatste dag van de maand. De afleveringen zijn gebundeld in 4 delen (à 12 nrs.).

Bibliografische beschrijving
De afleveringen hebben een omvang van nominaal 32 bladzijden in groot octavo.

Boekhistorische gegevens
De genoemde advertentie is geplaatst door de Groninger boekverkopers Wybe Wouters en H. Eekhoff Hz. Op de gedigitaliseerde aflevering uit 1808 staat in het impressum ook de naam van hun Amsterdamse confrater J.F. Nieman vermeld. Dit drietal wordt ook door Saakes in zijn Naamlijst van december 1805 genoemd (p. 189). Nieman zal vermoedelijk voor de distributie in Holland hebben gezorgd.
De Algemene Konst- en Letterbode (1809) geeft de volgende verkoopadressen:

te Amsterdam, by Nieman, Leeneman van der Kroe en van der Hey, Alkmaar Coster, Dordrecht Blusse en Zoon, Deventer Brouwer, Haarlem Loosjes, den haag Erve Thierry en Mensing en de Wed. Leeuwestyn en Comp., Leyde Wed. Cyfveer, Rotterdam D. Vis en van den Dries en Zoon, Utrecht van Paddenburg en de Wed. van Terveen, Zaandam van Aken, en verder bij de meeste Boekverkoopers’ (p. 176).

De prijs per aflevering: 3 of 3¼ stuivers. De jaarlijks uitgegeven titelpagina met inhoudsopgave kreeg de abonnee gratis. Saakes noemt in december 1805 als prijs voor de nrs. 1-12 van 1805 ƒ 1:16 (p. 189). In december 1806 is het bedrag voor een jaardeel opgelopen naar ƒ 1:19 (p. 286).

Medewerkers
De redactie van dit Maandschrift is niet bekend. Wel weten we dat de Groninger volksverlichter, tijdschriftredacteur, kinderboekenschrijver en courantier Mattheus VAN HEYNINGEN BOSCH (1773-1821) er als schrijvend redacteur aan meewerkte.
Een groot aantal bijdragen is ondertekend. Een keur aan vooraanstaande Nut-leden heeft kopij geleverd. Zo leverde ene G. BECKERING DE VRIES gedichtjes, die volgens Van der Aa niet onverdienstelijk zijn. Ook zijn er bijdragen van de uitgever Wybe WOUTERS (1762-1826), de Groningse schoolopzieners Theodorus VAN SWINDEREN (1784-1851) en Hendrik WESTER (1752-1821), grietman (en vader-van) Hendrikus Octavius FEITH (1778-1849), de latere Groningse hoogleraar scheikunde Sibrandus Stratingh Ez. (1785-1841), de Farmsumse predikant Johannes Henricus HEMMES (1787-1850) en Judith Francina MUNTINGHE-DRIJFHOUT (1761-1840), echtgenote van de rector van de Groninger universiteit.

Inhoud
Het Departement van het Nut in Groningen voor Stad en Lande, opgericht in 1791, was zeer actief. Overeenkomstig het landelijk devies was volksontwikkeling de opdracht: ‘Kennis als weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling’. Men zette zich in voor verbetering van het onderwijs, voor volksbibliotheken maar ook voor deugd- en kennisverspreiding door middel van periodieken. In dat kader verscheen onder auspiciën van het Groninger Departement het Weekblad voor den zoo genaamden Gemeenen Man (1797-1800), daarna het Weekblad tot Nut van ’t Algemeen (1801-1804) en nu, vanaf 1805, het Maandschrift tot Nut van ’t Algemeen.
In het Maandschrift staan verhaaltjes en anekdoten in, fabels, gedichtjes, maar ook goed leesbare vertogen over ‘Orde [,dat] de bron is van huisselijken en Maatschappelijken voorspoed’, over de kwalijke gevolgen van gierigheid, over deugd en bijvoorbeeld een ‘Redevoering over den voortgang der Menschheid in verlichting en deugd’.

Relatie tot andere periodieken
Het blad is een voortzetting van het Weekblad tot Nut van ’t Algemeen (1801-1804). Zelf werd het opgevolgd door Nieuw Maandschrift tot Nut van ’t Algemeen (1809-1811).

Exemplaren
¶ Groningen, Universiteitsbibliotheek: TB 5357
¶ Full text deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4 (nrs. 1-6, 8-10, 12)

Literatuur
¶ A.J. van der Aa, Nieuw biographisch anthologisch, en critisch woordenboek van Nederlandse dichters, deel 3 (Amsterdam 1846), p. 322-323.

Rietje van Vliet