Magazyn der Kinderen (1757-1758)

Titelbeschrijving
Magazyn der Kinderen, of Samenspraaken tusschen eene wyze Gouvernante en verscheide van haare Leerlingen van het eerste fatsoen. In welke men de jonge Lieden doet denken, spreeken en zich gedragen elk naar haaren aart; getemperdheid en neigingen; De Gebreken der Keugd en derzelver verbetering aangetoond worden. Benevens een Kort Begrip van de Gewyde en Ongewyde Historie, met leerzaame Vertellingen, om te dienen tot een aangenaam tydverdryf, geschikt naar de tederheid haarer jaaren.

Periodiciteit
Hoewel dit werk in de secundaire literatuur dikwijls als tijdschrift wordt aangemerkt, is het niet als periodiek verschenen. Deze verwarring rechtvaardigt de opname van het Magazyn der Kinderen in de ENT.
Er zijn 4 delen: de delen 1-2 verschenen in 1757, de delen 3-4 in 1758. Er werd voor het eerst voor geadverteerd in de Oprechte Haerlemsche Courant van 29 maart 1757.

Bibliografische beschrijving
In octavo.

Boekhistorische gegevens
Impressum: ‘In ‘sGravenhage By Otto van Thol, Boekverkoper in het Agterom’.
Prijs per deel volgens genoemde advertentie: 14 stuivers.
Het Magazyn der Kinderen was erg populair, zo blijkt uit de tweede verbeterde en vermeerderde editie uit 1761, eveneens bij Van Thol uitgegeven. In 1778 verscheen een derde druk, deze keer bij de Haagse boekverkoper Jan Abraham Bouvink, ‘Boekverkooper op de Plaats’, die op dat moment kennelijk het kopijrecht bezat. Er bestaat ook een vierde, ongedateerde, druk van Bouvink.

Medewerkers
Jeanne Marie LEPRINCE DE BEAUMONT (1711-1780) werkte als Franse gouvernante in Londen en vertelde haar leerlingen educatieve en moraliserende verhalen en sprookjes. Die werden onder andere uitgegeven als Magasin des Enfants (1756). Ook dit Franse origineel is geen tijdschrift.
De vertaler, die signeerde als J.J.D., was volgens Van Dijk (1996) Johan Jacob Dusterhoop.

Inhoud
Dialogen tussen Mademoiselle Bonne en haar Engelse leerlingen, (meisjes van circa 10 jaar, over allerlei zaken des levens. Bijbelverhalen, historische anekdotes en sprookjes – waaronder het bekende verhaal ‘La Belle et la Bête’ – worden met elkaar besproken en voorzien van wijze raadgevingen van de gouvernante.
De sprookjesachtige vertellingen pasten niet meer in het Verlichtingstijdperk, aldus Rietveld (1992). Er was nogal kritiek op de feeën die erin voorkwamen. Om die reden werden deze vertellingen in de bewerking van het Magazyn der Kinderen uit 1819 (door Anna Barbara van Meerten-Schilperoort) vervangen door dialogen over de natuur.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 2222 G 17 (deel 1)
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 711 G 1:2-711 G 2 (deel 2-4)

Literatuur
¶ Suzan van Dijk en Alicia C. Montoya, ‘Madame Leprince de Beaumont (1711-1780), Mademoiselle Bonne en hun Nederlandse lezers’, in De Achttiende Eeuw 34 (2002), nr. 1, p. 3-32
¶ Suzan van Dijk, ‘Vrouwen en hun Republiek der Letteren. Internationale contacten tussen schrijfsters vóór de feministische golven’, in: Tijdschrift voor Vrouwenstudies 17 (1996), nr. 3, p. 235-253
¶ Marjoke Rietveld-van Wingerden, ‘Het jeugdtijdschrift. Twee eeuwen jeugdcultuur en opvoeding’, in: Documentatieblad Kkinder- en Jeugdliteratuur 6 (1992), nr. 21, p. 48-55, aldaar p. 49
¶ Uta Janssens-Knorsch, ‘Virtuous hearts and critical minds’. The progressive ideals of an eighteenth-century governess, Marie le Prince de Beaumont (1711-1780)’, in: De Achttiende Eeuw nrs. 73/74 (1987), p. 1-14.

Rietje van Vliet