Mensch (1771-1778)

Titelbeschrijving
De Mensch in aangenaame Spectatoriaale Vertoogen beschouwd, door een genoodschap van Geleerde Mannen te Halle, uit het hoogduitsch vertaald door George M. Nebe. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
De oudst getraceerde advertentie staat op 27 september 1771 in de Opregte Groninger Courant, waarin wordt aangekondigd dat het eerste stuk van deel 1 binnen zes weken zal verschijnen. Dat gebeurt in december, zo blijkt uit de Opregte Groninger Courant van 31 december 1771. Deel 8 wordt op 16 december 1776 in de Leydse Courant aangekondigd. Het laatste deel verscheen in 1778.
In het Voorbericht van deel 1 meldt de vertaler dat het origineel in zo’n 500 ‘weekelyksche Vertoogen’ is uitgekomen, maar dat hij ervoor heeft gekozen het werk uit te brengen ‘in stukjes, waarvan ‘er twee een bekwaam Boekdeel uitmaaken’. In totaal verschenen er 20 halfjaarlijkse ongedateerde ‘stukjes’ in 10 delen.

Bibliografische beschrijving
Groot octavo. Deel 1 heeft behalve het voorwerk 1-560 pagina’s. De overige delen zijn van vergelijkbare omvang. De titel op de titelpagina is omgeven door putti in een paradijselijk landschap; de namen van de Duitse auteurs staan vermeld in de banderol waarmee de titelpagina wordt omlijst.

Boekhistorische beschrijving
Amsterdam, bij P.J. Entrop. Na zijn overlijden in november 1772 zette zijn weduwe de uitgeverij voort, waardoor de nrs. 5-20 in het impressum hebben: ‘Wed. P.J. Entrop, op het Koningsplein’.
De losse delen waren te koop voor ƒ 2:8. Het lijkt erop dat de weduwe, Agatha van Benthem, die in 1778 haar werkzaamheden heeft beëindigd, het kopijrecht in 1779 heeft verkocht aan haar plaatsgenoot Johannes Allart. Deze adverteert in de Groninger Courant van 7 december 1779 voor de tien delen tezamen à ƒ 16:10, in plaats van de reguliere prijs van ƒ 25.
Het werk genoot een groot onthaal bij vele lezers, aldus de Hedendaagsche Vaderlandsche Letterkunde deel 7-1 (1778), p. 315.

Medewerkers
Vertaling van de in Duitsland populaire Der Mensch, eine moralische Wochenschrift (Halle 1751-1756), waarvan Samuel Gotthold Lange en Georg Friedrich Meier de belangrijkste redacteuren waren. Genoemde advertentie van Allart noemt als contribuanten: Christian Fürchtegott Gellert, Albrecht von Haller, Gottlieb Wilhelm Rabener, Johann August Unzer, Zacharias, Alexander Gottlieb Baumgarten, Friedrich von Hagedorn en Johann Jakob Bodmer.
De Nederlandse uitgave is een vertaling van de hand van Geörge Michael NEBE. Met name bij het vertalen van de dichtstukken werd hij geholpen door zijn vriend, de in Emmerik woonachtige, dichtende koopman Johan Pieter BROECKHOFF. Nebe heeft deel 1 van De Mensch aan hem opgedragen,

tot een blyk van myne byzondere achting en dankbaare erkentenisse voor deszelfs behulpzaame hand, en het zo heerlyk vertolken der dichtstukken in dit werk voorkomende, als andere nodige onderrechtingen en genotene gunstbewyzen zyner edelmoedige vriendschap.

Inhoud
Het doel van het blad is ‘den Mensch, dan op eene vrolyke, dan op eene ernstige wyze, tot verhevener denkbeelden en tot het doelwit zyner bestemminge op te leiden’. De mens verkeert in grote onwetendheid over zichzelf, zo stelt de Duitse redactie, wat het bereiken van waar geluk in de weg staat. ‘De Mensch is een redelyk Weezen, dat uit Ligchaam en Ziel bestaat; de Ziel is zyn voornaamste deel; deeze zal het Onderwerp tot onze Overdenkingen zyn’ (deel 1-1, p. 4). Het gaat daarom om godsdienst, zedeleer en goede smaak (‘fraaije Weetenschappen’).
Het blad werd positief besproken in de Hedendaagsche Vaderlandsche Letteroefeningen.

Relatie tot andere periodieken
De Mensch is in hetzelfde formaat uitgebracht als De Artz, of Genees-Heer (1765-1771), zo prijst Entrop De Mensch aan in de Opregte Groninger Courant van 31 december 1771, ‘om ’t daar by te kunnen voegen’.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: THYSIA 2120:1-20
¶ Full text deel 1-1 en deel 1-2

Rietje van Vliet