Mentor (1801)

Titelbeschrjving
De Mentor. Een Weekblad. Van 7 april tot 27 juny 1801. Tot zinspreuk voerende: Die het eind wil, kan zich aan de middelen niet onttrekken.

Periodiciteit
Het blad verscheen wekelijks, op zaterdag; na 12 nummers is de reeks beëindigd.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 8 pagina’s in octavo. De pagina’s zijn doorgenummerd tot en met p. 108.
De eigenlijke titelpagina heeft eerst ‘Vaderland, vryheid, verlichting’. De eerste bladzijde van elk nummer geeft achtereenvolgens nummeraanduiding, titel van het blad (zonder datering), het motto ‘Vaderland, vryheid, verlichting’, en het submotto (‘Die het eind wil…’).
Er is een voorkatern van 4 bladzijden, bestaande uit titelpagina bij het geheel, en een voorrede gedateerd ‘27 juni 1801. / Ao. 7. N.s.’, en ondertekend ‘P. Linthorst’. Hij deelt mee dat deze twaalf nummers slechts ‘een proef’ zijn.

Boekhistorische gegevens
Het gebundelde geheel is uitgegeven ‘In Den Haag, bij J.L. van Laar Mahuët en comp. 1801’. De verkoop bleef beperkt tot vrijwel uitsluitend Holland, blijkens het regelmatig terugkerende colofon:

Dit Weekblad, zal alle Weeken des Saturdags voor 1 en een halve Stuiver uitgegeven worden te Amsterdam by Wynands, van der Kroe en Schooneveld; Rotterdam D. Vis, van Santen en van den Dries; Dordrecht Blussé; Haarlem Bohn, Loosjes, en de Wed. van Brussel; Leiden Herding en Cyffeer; Utrecht Wed. van Ter Veen, van der Schroef en Paddenburg; Delft de Groot; en in den Haag by van Laar Mahuët & Comp. en Leeuwesteyn.

Medewerkers
De auteur, de te Amsterdam geboren Pieter LINTHORST (1757-1807), was rond 1795 boek- en behangseldrukker te Utrecht. Hij werd na 1795 lid van verschillende Utrechtse besturen en van het landelijke Vertegenwoordigend Lichaam (1798-1801). Hij schreef diverse politieke toneelstukken en pamfletten. Hij eindigde als bestuurder van Guinee.

Inhoud
De auteur stelt zich voor als mentor die al twintig jaar ervaring heeft in het politieke bestel. Hij wil adviseren tégen de door het Uitvoerend Bewind voorgestelde revisie van de staatsregeling van 23 april 1798 en vóór het behoud daarvan als uitdrukking van de revolutie en van de verlichting.

De Bataafsche staatsregeling is een wysgeerige proef op de maatschappelyke stand; een Theoretisch gewrogt, gebouwd op historiëele ondervindingen; een zaamenstel, waarin welligt die duurzaamheid zal gevonden worden, die tot heden in alle maatschappelyke inrigtingen te vergeefsch gezogt – immers blykens de uitkomst, niet is gevonden. – Zy is de vermoedelyke middenweg tusschen Despotismus en Regeringloosheid- of liever […] tusschen het hoogstmogelyk maar altyd gevaarlyk en zeer kortstondig geluk van eene verstandige alleenheersching, en de verwarde werkloosheid van een onuitvoerbaar geworden Democratismus. (p. 17)

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 462 F 4
Full text

Literatuur
¶ A.M. Elias en P.C.M. Schölvinck, Volksrepresentanten en wetgevers. De politieke elite in de Bataafs-Franse tijd 1796-1810 (Amsterdam 1991), p. 160.

André Hanou