Misantrope, of de Gestrenge Zedenmeester (1742-1745)

Titelbeschrijving
De Misantrope, of de Gestrenge Zedenmeester; In het Fransch geschreven door Justus van Effen, Schryver van den Hollandsche Spectator. En in het Nederduitsch Vertaalt Door P. le Clercq.

Periodiciteit
Terwijl Le Misanthrope iedere week op maandag verscheen, in 85 afleveringen van 19 mei 1711 t/m 26 december 1712, werd de Nederlandse Misantrope, in 3 delen op de markt gebracht. De genummerde ‘vertogen’ zijn achter elkaar geplaatst; afleveringen zijn als zodanig niet herkenbaar. Ondanks het ontbreken van het tijdschriftkarakter is deze Misantrope, of de Gestrenge Zedenmeester toch in de ENT opgenomen.
De vroegst gesignaleerde advertentie verscheen in de Leydse Courant van 4 april 1742. Voor deel 3 werd geadverteerd in de Amsterdamse Courant van 23 december 1745.
De titelpagina’s van de delen hebben de volgende jaren in het impressum: 1742 (deel 1), 1743 (deel 2) en 1745 (deel 3).

Bibliografische beschrijving
In octavo.
Deel 1 telt II (‘Bericht van den Drukker’) + 534 pagina’s (37 vertogen op p. 1-426 en op p. 427-534 een Beschryving van eene reize van Holland naar Zweden. Begreepen in eenige brieven van den schryver van den Misantrope, met 14 brieven).
Deel 2 telt 533 (41 vertogen) + LXIII pagina’s (‘Bladwyzer’ voor deel 1-2).
Deel 3 telt 568 (75 vertogen ) + VIII pagina’s (‘Inhoud’ van deel 3).
De vertogen zijn van ongelijke lengte. Het titelvignet van deel 1-2 is identiek aan dat van de Hollandsche Spectator. Op de banderol eronder staat als motto: ‘Non Norunt Hæc Monumenta Mori’ (vert. Deze monumentale werken weten niet hoe te sterven; Martialis X.II.12).
In de Leydse Courant van 4 april 1742 wordt apart melding gemaakt van het portret van de auteur, dat ook afzonderlijk te koop is en dat tevens ‘by den Hollandschen Spectator gevoegd [kan] worden’.

Boekhistorische gegevens
Het impressum van deel 1-2 luidt: ‘Te Amsterdam, By Hermanus Uytwerf’; deel 3 is uitgegeven ‘Te Amsterdam, By Arent van Huyssteen’.
Uytwerf was ook de uitgever van Van Effens Hollandsche Spectator (1731-1735) en diens vijfdelige verzameld werk Oeuvres diverses de Mr. Juste Van Effen (1742).
Op 12 november 1743 adverteert Arend van Huyssteen voor het eerst, in de Amsterdamse Courant, voor de op dat moment reeds verschenen delen van de Misantrope. Het is niet duidelijk waarom Uytwerf het kopijrecht op de ook in Nederland succesvolle Misantrope heeft overgedaan aan Van Huyssteen.
Prijs per deel is volgens advertenties: ƒ 1:5 (ingenaaid, inclusief auteursportret). Voor deel 3 moest men eveneens 25 stuivers neertellen en voor de 3 delen compleet ƒ 3:15.
De tweede druk verscheen in 3 delen in 1758 bij de Amsterdammers Fredrik de Kruyff en Harmanus van Werven. In 1765 verscheen bij Fredrik de Kruyff een titeluitgave van de ‘Tweede Uitgaave’ van deel 1 uit 1745 en van de delen 2-3 uit 1758.

Medewerkers
Justus VAN EFFEN (1684-1735) verbleef als gouverneur bij enkele aanzienlijke Nederlandse families in diverse buitenlandse hoven. Zo verkeerde hij in gezelschap van de in Den Haag woonachtige prins Carl van Hessen-Philippsthal gedurende enige tijd in Zweden. Dankzij dergelijke reizen kon hij kennismaken met de cultuur en samenleving buiten de Republiek. In 1733, twee jaar na de start van de Hollandsche Spectator, werd hij benoemd tot commies van ’s Lands Magazijnen van Oorlog te ’s-Hertogenbosch. Hij schreef aanvankelijk in het Frans; Le Misanthrope was zijn debuut.

De Nederlandse vertaling onder de titel de Misantrope is in opdracht van de uitgever gemaakt door Pieter LE CLERCQ (1687-1759), een politicus die ook als vertaler en historicus actief was en aan wie bijvoorbeeld Philanthrope (1756-1762) was opgedragen. Le Clercq heeft ook zorggedragen voor de vertaling van enkele oorspronkelijk Engelse spectators, zoals de delen 3-6 van de Spectator of Verrezene Socrates (1720-1727) en de Snapper, of de Britsche Tuchtmeester (1732-1752).
Het portret van Van Effen is vervaardigd door Pieter Tanjé (1706-1761) naar een ontwerp van ‘des Angeles’ (Mattheus des Angles?). Het bijschrift is van de Leidse advocaat Theodoor van Snakenburg (1695-1750), met wie Van Effen bevriend was en die met enkele dichtstukken had bijgedragen aan diens Hollandsche Spectator.

Inhoud
Buijnsters (1992) noemt de Franstalige Misanthrope het eerste tijdschrift volgens spectatoriale formule op het continent. Anderen rekenen het blad tot het beste wat de vroege Verlichting op essayistisch gebied heeft voortgebracht.

De Nederlandstalige Misantrope is echter géén integrale vertaling van haar Franstalige naamgenoot. Het is een Nederlandstalige bloemlezing uit de genoemde Oeuvres diverses, waarin ook La Bagatelle (1718-1719) en Le Nouveau Spectateur François (1725-1726) van Van Effen zijn opgenomen.
Uit dit laatste spectatoriale blad is bijvoorbeeld de psychologische novelle ‘Lettre d’un homme d’âge’ overgenomen, die in deel 2 van de Misantrope terechtgekomen is als een meerdelige ‘Brief van een Bejaarden man’. Buijnsters (1993) noemt het een vrij vertaald egodocument: het is een ‘confessie van een romaneske burgerjongen, die hier vertelt over zijn tot mislukken gedoemde ambitie om opgenomen te worden in de adellijke kringen waar hij zich intellectueel en moreel thuisvoelt’.
Ook de ‘Histoire d’une dame âgée’, die Van Effen had gebaseerd op het gelijknamige verhaal uit Marivaux’ Spectateur François (1721-1724), vond haar weg – via Van Effens Nouveau Spectateur François – in deel 2 van de Misantrope (‘Geschiedenis van eene bejaarde Juffer’).
De Relation d’un Voyage en Suède, die Van Effen in briefvorm opstelde naar aanleiding van zijn halsbrekende tocht naar Zweden in 1719, samen met zijn werkgever, werd pas in 1726 gepubliceerd in de tweede druk van Le Misanthrope en eveneens, met kleine wijzigingen, opgenomen in de Oeuvres diverses. Le Clercq bezorgde de overigens niet-integrale vertaling in deel 1 van de Misantrope onder de titel Beschryving van eene reize van Holland naar Zweden.

Voor het overige kenmerkt de Misantrope zich als een spectatoriaal tijdschrift, met essays, brieven, samenspraakjes en zedekundige geschiedenissen, afgewisseld met enkele dichtwerken. Deugden en ondeugden worden aan de orde gesteld, zoals libertinisme, schijnvroomheid, petit-maîtres en coquettes, geleerdheid en schijngeleerdheid, bibliofilie, ware en valse filosofie, zedelijke en godsdienstige opvoeding, strijd tussen ‘Anciens’ en ‘Modernes’ (de ‘Ouden en Hedendaagschen’).
Van Effen verwijst alleen naar Franstalige schrijvers; Nederlandse tijdgenoten komt men in de Misantrope niet tegen. Op één na: Vondel duikt als lichtend voorbeeld op in deel 3 in een vertoog over de kwaliteit van hedendaagse schrijvers:

Hun vaerzen vinden toch, hoe slecht zy moogen weezen,
Een Boekwurm die ze drukt en gekken die ze leezen. (p. 235)

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 553 H 3-5
¶ Full text deel 1deel 2 en deel 3

Literatuur
¶ Justus van Effen, Brief van een bejaard man en Reis naar Zweden, ed. en vert. P.J. Buijnsters (Amsterdam 1993), Nawoord
¶ P.J. Buijnsters, Justus van Effen (1684-1735). Leven en werk (Utrecht 1992), m.n. hoofdstuk 3 en 7
¶ Catharina H. Schoneveld, ‘”Iets des nazaats waardig”. De vertaalarbeid van Pieter le Clercq (1693-1759)’, in: Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw 24 (1992), nr. 1, p. 217-255
¶ P.J. Buijnsters, Van ‘Misantrope’ tot ‘Hollandsche Spectator’. Over aard en ontwikkeling van het schrijverschap van Justus van Effen (1684-1735) (Amsterdam 1991)
¶ Justus van Effen, Le Misanthrope, editie J. Schorr (Oxford 1986)

Rietje van Vliet