Naakte Waarheyt (1737)

Titelbeschrijving
De Naakte Waarheyt.

Periodiciteit
Het blad verscheen iedere week, van maandag 18 maart 1737 t/m maandag 17 juni 1737.

Bibliografische beschrijving
Alle 14 afleveringen tellen 8 pagina’s in kwarto. Het titelblok vermeldt linksbovenaan het volgnummer en rechtsbovenaan het paginanummer. Dan volgt in kapitaal gecentreerd de titel. Daaronder staan de datum en het motto van iedere aflevering. De motto’s zijn meestal aan de klassieken ontleend, met een voorkeur voor Juvenalis en Horatius. De meeste zijn in het Latijn, een in het Italiaans, en één regeltje Grieks.
De eerste letter van ieder vertoog is een groot initiaal in een versierd kader.

Boekhistorische gegevens
De stoklijst achter op iedere aflevering luidt:

TE LEYDEN [nr. 1 vermeldt: LEIDE]. Gedrukt by ADRIANUS vander HOEVEN, Boekverkooper in de Maarsemansteeg, en zyn te bekoomen tot Amsterdam by Bosch en Esveld, te Haarlem by Jan van Lee, Dordregt by van Braam, Rotterdam by Lozel, te Delft by vander Kloot, s’Gravenhaage by de Broeders Bouquet, Utrecht by Paddenburg, Gouda by Kloppenburg, Alkmaar by Holewerf, Hoorn by Verduyn, en vorders by de voornaamste Boekverkoopers in de Nederlandsche Steden.

Het aantal verkooppunten in het land wisselt in de stoklijst van het tijdschrift: van acht tot twaalf boekverkopers.
De advertenties in de Leydse Courant van 15, 18 en 25 maart 1737 vermelden geen prijs van dit periodiek, maar op 25 september 1741 adverteert Adrianus vander Hoeven in dezelfde krant nogmaals voor De Naakte Waarheyt voor 20 stuivers. In het Naamregister(1773) van Van Abkoude en Arrenberg staat voor De Naakte Waarheyt de prijs van 1 gulden en 2 stuivers, dus 1½stuiver per aflevering.
Adrianus vander Hoeven begon zijn carrière als boekverkoper in 1727 bij zijn vaders bedrijf in Leiden. In 1742 was hij nog actief in die branche. De Naakte Waarheyt is het enige werk van Weyerman dat hij heeft uitgegeven.

Medewerkers
De auteur is Jacob Campo WEYERMAN (1677-1747). Hij was in 1737 al een bekende Nederlander toen hij zich voor de tweede keer in zijn leven liet inschrijven aan de Leidse universiteit en weer voor de studie medicijnen. Zijn tijdgenoten kenden hem als schrijver van toneelstukken en weekbladen, als schilder en biograaf. In 1731 ontvluchtte hij zijn schuldeisers door de wijk te nemen naar de vrijstad Vianen. Van maart 1737 tot maart 1738 huurde hij een kamer bij een knopenmaker in Leiden. Misschien is dat verblijf in Leiden de reden dat zijn NaakteWaarheyt bij Adrianus vander Hoeven gedrukt en uitgegeven werd. Het is geen typisch Leids tijdschrift geworden. Een heel enkele keer zinspeelt hij op de studenten van de hogeschool, maar verwijzingen naar andere plaatsen in Nederland zijn talrijker en uitvoeriger.
Dit tijdschrift speelde wel een belangrijke rol in het proces dat tegen Weyerman werd aangespannen wegens zijn smaadschriften en chantagepraktijken. Mr. Johan Blocqueau, een gewezen vriend van Weyerman, wordt in nr. 5 en 14 van De Naakte Waarheyt als kreupele procureur belachelijk gemaakt. Hij stapt naar de procureur-generaal, die het Hof van Holland verzoekt om Weyerman in hechtenis te nemen. Dat laatste gebeurt pas in december 1738, wanneer hij in Vianen gevangen genomen wordt en overgebracht naar de Gevangenpoort in Den Haag, waar hij uitvoerig verhoord wordt. Het gerechtshof veroordeelt hem tot levenslang.
Het periodiek bevat twee brieven gericht aan de ‘Schryver van de Naakte Waarheyt’. De eerste is van de beroepspeler Markies Sept & Lera (nr. 12) en de tweede geeft een beschrijving van de herberg ‘De drie Fransche leelien’ (nr. 13).

Inhoud
De Naakte Waarheytpast naadloos in de andere serie tijdschriften van Weyerman zoals Den Amsterdamschen Hermes (1722-1723), Den Vrolyke Tuchtheer (1729-1730), Den Laplandschen Tovertrommel (1731), of De Hollandsche Spectator (1731-1734) van Justus van Effen. Besloegen Weyermans eerste tijdschriften vaak een of twee jaargangen, na 1731 komen ze na 10 (Den Laplandschen Tovertrommel) of 11 (Den Adelaar) afleveringen abrupt aan hun einde.
De auteur van De Naakte Waarheyt biedt de lezers met zijn 14 vertogen gevarieerde stof aan. De alwetende ik-verteller presenteert zich als een belezen, bereisd en ouder persoon, die de maatschappij kent van hoog tot laag en nu rustig in eenzaamheid leeft. Hij zal oplichters, valsspelers, alchimisten, koppelaressen aan de kaak stellen, de naakte waarheid brengt in alle afleveringen leugen en bedrog aan het licht. Oplichters bij het kaarten en dobbelen, net zoals alchimisten, profiteren van de blinde geld- of goudzucht van hun slachtoffers. Jaloezie en ongeoorloofde erotische verlangens worden uitgebuit door koppelaressen, die er financieel beter van worden.
Merkwaardig zijn de vertogen over enkele atheïsten, de vrijmetselarij en het bijgeloof. Hier is volgens Weyerman sprake van geestelijke misleiding. Pietro Aretino, Girolamo Cardanus en Benedictus Spinosa zijn geen geestelijke leiders maar verleiders. Weyerman behandelt als eerste Nederlandse schrijver de vrijmetselarij, hij vindt het een mysterieuze broederschap die een nieuwe zotheid is en de opvolger van een oude dwaling.
De auteur wil zijn lezers stichten en vermaken met zijn ‘geestrijke’ vertogen op dezelfde wijze als Trajaan Boccalyn (ook Trajano Boccalini), Richard Steele en Jacob Campo Weyerman (nr. 1). Zijn vaste lezers zullen heus wel begrepen hebben dat die laatste ook de schrijver was van De Naakte Waarheyt. Ook in nr. 4 toont hij zijn bewondering voor Steele, die Britse fonkelende ster onder de schrijvers van periodieken.
Een andere Engelsman waar hij kennelijk bewondering voor had, was Richard Burton (1577-1640). Aan diens The Anatomy of Melancholy (1621) ontleende hij veel materiaal voor zijn Vermakelyk wagen-praatje (1739), maar ook voor het nummer over de koppelkunde (nr. 14) van zijn Naakte Waarheyt, en niet alleen het citaat. Het verslag van de werkwijze van een koppelares in Rome en de uitspattingen van Jupiter komen beknopter voor in The anatomy of melancholy. Ook de afleveringen over het bijgeloof (nrs. 11, 12) in de Naakte Waarheyt gaan voor een gedeelte terug op een Engels werk Resolves of superstition (1623) van Owen Felltham.
Sommige bedriegers worden met naam (en voornaam) genoemd als Pieter Aretyn, Moses Limburg, Baron van Waveren en de Baron van Syberg. Enkele anonieme slachtoffers kunnen door de beschrijvingen en typeringen toch geïdentificeerd worden, zo blijkt Johan Blocqueau de naam van de kreupele procureur (uit nr. 5) te zijn en is Dr. Goossens het Brussels geneesheertje (uit nr. 2), dat ook mocht optreden in Weyermans tijdschrift De Doorzigtige Heremyt (1730). De Viaanse burgemeester Alexander le Roux, die in nr. 2 ‘Rufus den Franschen woekeraar’ en in het volgende nummer ‘myn heer Rufus’ wordt genoemd, viel hij in datzelfde jaar aan in zijn Verdeediging van Jakob Campo Weyerman tegens Alexander le Roux. De kastelein in ‘De Goude  Star’ van Alphen aan de Rijn (in nr. 1 en 3)  moet wel Cornelis van Aken zijn, al verfranste Weyerman diens achternaam tot Aix la Chapelle.
De stijl van Weyerman is schitterend vooral door zijn verrassende, beeldende beschrijvingen. In de eerste aflevering wordt de Naakte Waarheyt tegenover de Leugen geplaatst en de auteur beschrijft die laatste dame als volgt:

De lispende leugen, die hakkelende hofpop, was opgetraaliet in een flodderende Sack, wiens zyde stoffe uyt meer koleuren bestont als een Zwitsersche speelkaart. Het wuft hoofd van de leugen pronkte met een tros brosse glaaze pluymen, en haar karos was overschaduuwt door een damp van zwaarmoedige wolken.

Relatie tot andere periodieken
De concurrenten van De Naakte Waarheyt zijn het blad De Schertser (1735) en De Filosoof in zyn Eenzaamheyt (1737). In nr. 4 van De Naakte Waarheyt valt hij tegen de beide bladen uit: hij vindt de schertser niet pittig genoeg, zelfs zijn aardigheden zakken de lezers in de schoenen. En het wekelijks papier De Filosoof in zyn Eenzaamheyt en de smakeloze Delftse Historische Courant durven P.C. Hooft en Richard Steele aan te vallen, maar hebben zelf geen niveau.
De Naakte Waarheyt is opnieuw uitgegeven in 1997, met een inleiding door A.J. Hanou.

Exmplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis: ZO17734 (nrs 1, 3-14)
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OTM O 63-5436  (nrs. 1-12 en fotokopie nrs 13, 14)
¶ Den Haag, Museum Meermanno: M 148 J 096 (nrs. 1-9, 11-14)
¶ Den Haag, Nationaal Archief: inv. nr. 5443, dossier 7, stuk 50-52 (nrs. 5, 7, 14)
¶ Leiden, Universteitsbibliotheek: 1073 H 101  (zoek)
¶ Full text editie 1997

Literatuur
¶ R. van Vliet, ‘Weyerman als ideale lezer van het vertoog over de drie bedriegers’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 31 (2008), p. 32-40
¶ J. Bruggeman, ‘Het tijdschrift Het Schouwburg der Hartstogten van Jacob Campo Weyerman’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 30 (2007), p. 146-148
¶ F. Wetzels, De vrolijke tuchtheer van de Abderieten (Breda 2006)
¶ A.J. Hanou, De Naakte Waarheyt der vrije metselaars. Teksten van de 18deeeuwse schrijver Jacob Campo Weyerman over de Vrijmetselarij ([Den Haag] 2004)
¶ K. Bostoen en A.J. Hanou, Geconfineert voor altoos (Leiden 1997)
¶ A. Nieuweboer, ‘Gelaagdheid in de satirische structuur van de tijdschriften van Weyerman, gedemonstreerd aan De Naakte Waarheyt’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 14 (1991), p. 56-58
¶ T. Koelewijn, ‘Een mager boek doorspekt met het vet van andere schrijvers. Robert Burtons The Anatomy of Melancholy als bron van Vermakelyk Wagen-praatje van Jacob Campo Weyerman’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 13 (1990), p. 1-20
¶ K. Bostoen, ‘De student Jacobus Weijermans in Doelestraat en Heerensteeg’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 11 (1988), p. 13-15.

Frans Wetzels