Narrensteinsche Moniteur (1814)

Titelbeschrijving
De Narrensteinsche Moniteur.

Periodiciteit
Datering is op grond van Saakes’ Naamlijst van april 1814, die meldt dat het verscheen op maandag (p. 32).
Het jaar 1814 lijkt in strijd met de reactie op de Narrensteinsche Moniteur, in nr. 3 van de Narrensteinsche Courant, dat in januari 1808 van de pers gekomen moet zijn.Er zijn echter aanwijzingen dat nr. 3 van het bestudeerde Leidse exemplaar een gewijzigde herdruk is van veel latere datum dan 1808. Sautijn Kluit wees al op afwijkende exemplaren die hij had bestudeerd. Een en ander lijkt te worden bevestigd door de genoemde aankondiging bij Saakes, die voorafgegaan wordt door de vermelding van nr. 01 van de Narrensteinsche Courant.

Bibliografische beschrijving
Half vel folioformaat.

Boekhistorische gegevens
‘Gedrukt te Narrenstein, voor rekening van de Redakteurs’.
Het was verkrijgbaar te Amsterdam, bij A. Vink. De prijs bedroeg in april 1814 volgens Saakes 2 stuivers (p. 32).

Inhoud
Vermoedelijk een even kolderieke pastiche op de dagelijkse kranten; vergelijkbaar met de Narrensteinsche Courant (1807-1811).
Saakes (t.a.p.) geeft informatie over nr. 0,0 (sic). Het blad zou verschenen zijn onder de zinspreuk ‘Al lagchende zegt men de waarheid’. Over de inhoud meldt Saakes het volgende:

Inh. op eene Komische en Ironische wijze, Binnen- en Buitenlandsche Berigten uit Narrenstein, Roofnest, Schurkenoord, Vluchtburg, enz. Annonces van Geboorten en Sterfgevallen; Schouwburg-nieuws, Advertentien van Boekwerk en vermiste Goederen, enz. alles om te lagchen; niets zonder bedoeling, en die de schoen past trekt hem aan.

Relatie tot andere periodieken
In nr. 3 van zijn Narrensteinsche Courant reageert Fokke Simonsz. op de Narrensteinsche Moniteur:

De Narrensteinsche Maatschappij, tot aankweeking van het Menschdom – in zeker schendblad, dat den Fransch gezinden naam draagt van Narrensteinschen Moniteur, gelezen hebbende eene lasterlijke aantijging, waaruit men gevolgtrekkingen zou kunnen afleiden, dat zij geene andere grondstelling had, dan zedelijke wanorde; en geene andere bedoeling, dan vuile ontugten gelukverwoestende Huuwlijksschennis aanteprijzen – wil of zal zich niet verlagen, om, op deze kwaadaartigelaster-taal, eenige verdedigende aanmerkingen te maken […].

Dan volgt een idioot voorstel van een  huwelijksbemiddelingskantoor onder leiding van Jurrie de Porder, Vrijheer van Wippenburg (p. 10).
Het zou blijkens Saakes (t.a.p.) een vervolg hebben gekregen met het Narrensteinsch Weekblad (1814).

Exemplaren
Geen exemplaar bekend.

Literatuur
¶ R. van Vliet, ‘Een luimig spotkrantje. De Narrensteinsche Courant (1807-1811) van Arend Fokke Simonsz’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 2014-2, p. 280-288
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Narrensteinsche, Utopiaansche en Liliputsche couranten’, in: De Nederlandsche Spectator 1872, p. 105-109.

Rietje van Vliet