Nationaal Magazijn (1801-1802)

Titelbeschrijving
Nationaal Magazijn.
Nr. 1 heeft als ondertitel: Opengesteld voor alle rechtgeäarte Nederlanderen, die, na zoo veele en zoo langdurige Staatkundige schokken en folteringen, ernstig na rust verlangen; en, Wars van alle partijschappen, overtuigd zijn, dat het éénmaal tijd wordt, die allen te doen ophouden.

Periodiciteit
Weekblad, althans geïntendeerd als zodanig want het blad schijnt niet geheel regelmatig verschenen te zijn: ‘de Uitgave deezer blaadjes [is] aan geene vasten tijd of dag verbonden’ want wij schrijven als we lust hebben, naast onze bezigheden’ (p. 169). Er zijn niet meer dan 20 afleveringen. Op 8 september 1801 verschijnt een advertentie voor nr. 1 in de Middelburgsche Courant. In december 1801 blijken de nrs. 1-17 verschenen, aldus Saakes’ Naamlijst (p. 286), terwijl het bestaan van de nrs. 18-20 gemeld wordt in december 1802 (p. 382).

Bibliografische beschrijving
Het werk bestaat uit II (titelpagina) + 276 bladzijden, in octavo. De afleveringen variëren in omvang van 8 tot 16 pagina’s. Het titelblok bestaat uit titel en nummeraanduiding, waarna soms een motto volgt (van of uit Brissot, Voltaire, Slingeland, Marbot, Ruttiman, de Spectateur du Nord, Mousson).

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘Amsterdam, J. ten Brink, Gz. 1802’. De colofon bij nr. 1 vermeldt:

Deeze No. worden uitgegeeven, te Utrecht bij de Wed. Ter Veen & Zoon; ’s Hage van Cleef en Leeuwenstyn; Leyden Honkoop en Herdingh; Amsterdam J. ten Brink Gerritsz., van Vliet en v.d. Hey; Haarlem Loosjes en Bohn; Delft J. de Groot; Rotterdam D. Vis, v.d. Dries, Pols, en verder alom bij alle Boekverkopers. De prijs is 2 ½ stuiv.

Vanaf nr. 19 wordt slechts Ten Brink vermeld.
Nr. 1 kostte in september 1801, aldus Saakes’ Naamlijst van die maand, 2 stuivers en 8 duiten (p. 260); de nrs. 1-17 kostten in december 1801 ƒ 1:18:8 (p. 286).

Medewerkers
Traditioneel wordt het auteurschap toegeschreven, althans het redacteurschap, aan allereerst J.A. UITTENHAGE DE MIST (1749-1823); verder aan A.G. BESIER (1758-1829), G.J. JACOBSON (1757-1816) en G.J. SPOORS (1751-1833).
Zij waren allen niet-radicale patriotten en bewindslieden. Augustinus Gerhard Besier was burgemeester van Deventer, lid van de provinciale Staten van Overijssel, lid van de Nationale Vergadering, lid van het Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republiek, President van het Staatsbewind, Directeur van Marine en Finantiën.
Jacob Abraham (Uitenhage) de Mist was advocaat te Kampen en bekleedde tijdens de Bataafs-Franse tijd diverse bestuursfuncties. Zo was hij lid van de Nationale Vergaderingen, maar werd na de staatsgreep van januari 1798 als federalist gevangen gezet. Hij keerde in 1800 terug als bestuurder maar werd in 1802 benoemd tot commissaris-generaal in Kaapstad.
De jurist Gerrit Jan Jacobson was ooit lid van de vroedschap van Deventer maar vertrok na de omwenteling in 1795 naar Den Haag waar hij diverse bestuursfuncties bekleedde. Zo was hij vanaf 1801 lid van de Raad van Marine.
Jacob Spoors vervulde na 1795 verschillende functies in het revolutionaire bewind. In 1798 werd hij eerste agent voor Marine en maakte daarna deel uit van het gematigde Intermediair Uitvoerend Bewind en van het Staatsbewind.

In de tekst zelf komen als medewerkers/inzenders voor: D., Batavus, Gelrus, Batavier, B.M., Dirk van Hogendorp (p. 174-176) en C. van Vollenhoven Jansz (p. 233-264).
De politicus Elias Canneman (1777-1861) vermoedde dat Samuel WISELIUS achter het blad zat.

Inhoud
In 1801 vond een derde staatsgreep plaats, waarbij de staatsregeling van 1798 op ongrondwettige wijze werd vervangen door een minder democratische staatsregeling.
In nr. 1 wordt de Nederlander opgeroepen de geest van ware Bataaf te tonen (zie de ondertitel). Ondanks dit verzoenend streven keert men zich tegen de ideeën van het Staatbewind (Van Swinden, Ermerins, Gogel) als te radicaal en om diezelfde reden tegen de nieuwe staatsregeling.
Vooral de economie heeft de belangstelling van de schrijvers; daarnaast de nieuwe constitutie, de belastingen, de scheiding staat/kerk, de regelingen rond de koloniën. Er is merkwaardig veel aandacht voor de Zwitserse republiek.
De afleveringen hebben veelal de vorm van een ingezonden brief (alle gedateerd in de periode 17 augustus 1801 t/m 14 december 1801). De stijl is ietwat verheven, maar vooral bedaard.

Reacties waren:
¶ Cornelis van Vollenhove, Missive aan de schrijvers van het Nationaal Magazijn (1801)
Brief van D. van Hogendorp in “Nationaal Magazijn” nr. 13; een antwoord daarop van een ongenoemde in nr. 15-16; en een antwoord daarop van C. van Vollenhoven Jansz. in nr. 18-19
Antwoord van Dirk van Hogendorp, op het Onderzoek der gronden van zijn stelzel, omtrent de vrije vaart en handel op de Nederlandsche bezittingen in Oost-Indien, en de verandering in ’t bestuur over dezelven, door eenen ongenoemden, uitgegeeven te Amsterdam, bij P. den Hengst; en op drie brieven, mede van eenen ongenoemden, geplaatst in de nummero’s 15, 16 en 20, van het Nationaal Magazijn (Den Haag 1802).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: UBM 445 G 27
Full text

Bronnen
¶ Den Haag, Nationaal Archief: toegang 2.21.008.77, inv.nr. 60, Brievenboek van mr. A.G. Besier (1797-1808).

Literatuur
¶ Niek van Sas, ‘De Republiek voorbij. Over de transitie van republicanisme naar liberalisme’, in: Frans Grijzenhout, Niek van Sas, Wyger Velema (red.), Het Bataafse experiment. Politiek en cultuur rond 1800 (Nijmegen 2013), p. 88
¶ H.T. Colenbrander, Gedenkstukken der algemeene geschiedenis van Nederland van 1795 tot 1840 IV: Staatsbewind en raadspensionaris 1801-1806 (Den Haag 1908), p. 387.

André Hanou