Nederlandsche, Maandelykse Post-Ryder (1701-1798)

Titelbeschrijving
De Nederlands[ch]e, Maandelyk[s]e Post-Ryder, medebrengende Berigten van de voornaamste en gedenkwaardigste Staat- en Oorlogszaaken, die in en buyten ’t Christenryk zyn voorgevallen. Rykelyk met de daar toe behorende Bewys-stukken voorzien.
Vanaf januari 1756 luidt de titel: Nederlandsche Post-ryder, Geevende naauwkeurige Berichten van de Zaaken van Staat en Oorlog, zo in als buiten Europa, en van andere aanmerkelyke Voorvallen.
In 1795 is aan deze titel toegevoegd: Doormengd met Staatkundige Aanmerkingen.

Periodiciteit
Op grond van de volgnummers die gedurende de eerste decennia in de voettekst vermeld worden, kan worden geconcludeerd dat de eerste aflevering (het eerste ‘deel’) in mei 1701 verschenen moet zijn. In de ‘Voorreden’ van het januarinummer 1756 melden de uitgevers dat het blad begonnen is ‘in den aanvang deezer Eeuw’.
Volgens opgave in de NCC zag de laatste aflevering omstreeks april 1798 het licht.
In mei 1768 verscheen een extra aflevering: Vervolg van den Nederlandschen Post-Ryder van de maand May, 1768. Gevende een bericht der Reize, Komst, Receptie en Onthaal van den Prins Neerlands Erfstadhouder en H.K.H. Mevrouwe de Prinses, deszelfs Gemalin, te Amsterdam.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen bevatten circa 120 doorgenummerde pagina’s in duodecimo. De titelpagina’s bevatten gedurende de gehele looptijd de volledige titel, een postrijder als titelvignet, het impressum en de vermelding ‘Met Privilegie’. Vrijwel iedere jaargang is voorzien van een ‘Bladwyzer’, terwijl ook de afleveringen zelf inhoudsopgaven hebben. De Post-Ryder bevat geografische kaarten (soms met ingekleurde landsgrenzen), portretten, stadsgezichten (onder andere van de ramp van Lissabon, 1755).

Boekhistorische gegevens
De impressa luiden voor zover bekend achtereenvolgens:

  • Tot Amsterdam, By Nicolaas ten Hoorn, Boekverkooper over ’t Oude Heere Logement (1701-1728)
  • Amsterdam, wed. N. ten Hoorn (december 1728 tot en met juni 1729)
  • Amsterdam, Cornelis Lelivelt (juli 1729)Amsterdam, wed. C. Lelivelt (1733)
  • Te Amsterdam, By de Erve van Cornelis Lelivelt, in de Beursstraat (1736 tot en met december 1743)
  • Te Amsterdam, By de Weduwe Jan van Broek in de Beursstraat [later: ‘op den Dam, het derde huis van de Beursstraat’] (januari 1744 tot en met juli 1755)
  • Te Amsterdam, By Cornelis van Tongerlo, Boekverkoper in de Kalverstraat, over de Keizers-Kroon (augustus 1755 tot en met december 1755)
  • Te Amsterdam, By K. v. Tongerlo en F. Houttuin (januari 1756 tot en met maart 1765)
  • Te Amsterdam, By F. Houttuyn en de Wed. K. van Tongerlo en Zoon’ (april 1765 tot en met september 1765)
  • Te Utrecht, By de Wed. J.J. van Poolsum, Abraham van Paddenburg, en Te Amsterdam, By de Wed. K. v. Tongerlo en Zoon (oktober tot en met december 1765)
  • Te Utrecht, By de Wed. J.J. van Poolsum, Abraham van Paddenburg, en Te Amsterdam, By Steven van Esveldt (januari 1766 tot en met december 1771)
  • Te Utrecht, By de Wed. J.J. van Poolsum en Te Amsterdam By Steven van Esveldt (van januari 1772 tot en met april 1776)
  • Te Utrecht, By de Wed. J.J. v. Poolsum, en Te Amsterdam, By de Wed. S. van Esveldt, Holtrop (mei 1776 tot en met maart 1780)
  • Te Utrecht, By Samuel de Waal, en Te Amsterdam, By de Wed. S. van Esveldt, en Holtrop (april 1780)
  • Te Utrecht, By Samuel de Waal. en Te Amsterdam, By Willem Holtrop’ (mei 1780 tot en met juli 1780)
  • Utrecht, S. de Waal en Te Amsterdam, erven Houttuyn (augustus 1780 tot en met juni 1781)
  • Te Amsteldam By M. Schalekamp, In de Warmoesstraat (1795).

Eind 1728, na het overlijden van Nicolaas ten Hoorn in november van dat jaar, kwam zijn weduwe Alida Graming in conflict met weduwe Jacobus van Egmont over het recht van uitgave van de Post-Ryder. Uit de insinuatie van Alida Graming d.d. 29 december 1728 blijkt dat Van Egmont en/of zijn weduwe het blad heeft gedrukt en net als Ten Hoorn ook heeft verkocht.
De dood van Ten Hoorn had weduwe Van Egmont doen besluiten het blad onder eigen naam voort te zetten. In de kranten had ze de uitgave reeds aangekondigd. Weduwe Ten Hoorn bezat echter sinds 17 december 1728 het octrooi en kon met deze troef weduwe Van Egmont van haar verdere plannen weerhouden.
Weduwe Ten Hoorn deed het octrooi overigens weer snel van de hand. Vanaf juli 1729 prijkt de naam van Cornelis Lelivelt op de titelpagina. Mogelijk is de verkoop het gevolg geweest van het aanstaande huwelijk tussen Alida Graming en de Rotterdamse drukker-uitgever Arnold Willis, op 18 september 1729.

De Post-Ryder vond aanvankelijk gretig aftrek, zo melden Van Tongerlo en Houttuyn in de ‘Voorreden’ van januari 1756, maar op het moment van schrijven had het blad behoorlijk aan populariteit ingeboet.
Verschillende afleveringen van de Nederlandsche Post-Ryder zijn herdrukt: de afleveringen van februari en maart 1757, november 1767, juni 1772.

Medewerkers
Over de redactie van de eerste jaargangen van de Post-Tyder is nauwelijks iets bekend. In januari 1756 riepen de uitgevers hun lezers op om hen te voorzien van ‘stukken’. Een jaar later, januari 1757, is sprake van ‘Stukken, die wy tot meerder volkomenheid van dit Werk, ’t zy in het korte of in hunne geheele uitgebreidheid, uit vreemde Taalen ten dienste van den Postryder hebben overgezet’.
In de ‘Voorreden’ van januari 1762 heeft de wij-vorm waarmee de redactie (de uitgevers?) zichzelf voorheen heeft beschreven, plaatsgemaakt voor een ik-figuur. Hierachter ging de broodschrijvende kruidenier Jacobus BAROEN schuil, afkomstig uit Goes maar sinds 1743 woonachtig te Amsterdam. Hij was wegens staatsgezinde, antistadhouderlijke publicaties diverse malen op de vingers getikt. In juli 1760 werd hij veroordeeld tot zes jaar tuchthuis en levenslange verbanning uit Holland, Zeeland en Utrecht. Hij kreeg echter toestemming om op de Voorpoort te blijven. Van daaruit zette hij zijn literaire arbeid voort, al waagde hij zich niet meer aan politiek incorrecte teksten. Mede om die reden vertrouwde men hem de redactie van de Post-Ryder toe.
In 1765 overtrad Baroen echter opnieuw de regels. Hij beschreef de bemoeienissen van de predikanten met een tot ophanging veroordeelde soldaat als theatrale poespas: alsof deze soldaat daarmee nog kon worden bekeerd. De opmerkingen waren extra beledigend voor de Hertog van Brunswijk, onder wiens verantwoordelijkheid de ophanging had plaatsgevonden. Voor Baroen bleef het bij een reprimande, maar toen hij in 1766 op vrije voeten kwam, is hij met de noorderzon vertrokken.

Inhoud
De Post-Ryder geeft maandelijkse samenvattingen van voornamelijk buitenlands nieuws over diplomatieke kwesties, oorlogen en rampen. De berichten zijn naar land ingedeeld en dikwijls voorzien van officiële brieven, missiven en dergelijke. Verder is er informatie te vinden over belangrijke overheidsbenoemingen. Iedere aflevering wordt afgesloten met beursberichten. In januari 1744 neemt de redactie zich voor iedere aflevering te beginnen met een ‘Korte schetse van de toestand, de wyze der Regeering, de Staatkunde en Belangens der Buytenlandsche Hoven, Vorsten en Staaten van Europa’ (p. 7-8). Dit wordt echter niet lang volgehouden.
Nadat Cornelis van Tongerlo in januari 1756 ging samenwerken met Houttuyn en het blad voortaan onder hun beider naam verscheen, kreeg het een ander karakter. De compagnie deed een poging het te revitaliseren door ‘Stukken’ eraan toe te voegen, ‘inzonderheid zodanigen, die op de Zaaken van Staat en Oorlog in Europa betrekking hebben; gelyk, die tot verklaaring strekken van de tegenwoordige Geschillen tusschen de twee Mogendheden, onze Nabuuren, enz.’

Verder wilden de uitgevers ook achtergrondinformatie leveren, bijvoorbeeld van natuurverschijnselen (zoals aardbevingen). De Voorreden eindigde met een oproep,

hopende dat de Liefhebbers der Historien, Staat- en Letterkunde, of anderen, die daar toe gelegenheid hebben, ons verder zullen gelieven te begunstigen, met deeze of gene Stukken, den algemeenen toestand van Europa betreffende, die tot ons oogmerk dienstig zyn.

Andere vernieuwingen betroffen overzichten van geboorte-, trouw- en sterftecijfers, uitbreiding van de beursberichten tot ‘Negotie-nieuws’, de rubriek ‘Akademische zaaken’, en vanaf januari 1757 beschrijvingen ‘tot opheldering van de hedendaagsche Historie der Volkeren’.
In januari 1762 onderging de Post-Ryder opnieuw een koerswijziging. Bij wijze van voorwerk zou het blad voortaan beginnen met een verhandeling ‘over het Recht, dat uit de Tractaaten, die tusschen de Hoog Mog. Heeren Staaten Generaal der Vereenigde Provincien van de eene zyde, en de andere Europesche Mogendheden van de andere zyde gemaakt zyn, voortvloeit’ (p. 8). Hiermee wilde de redactie haar lezers een beter overzicht bieden van wat er in Europa gaande is:

gezien hebbende, dat de zaaken, in het zelve verhandeld, niet anders, dan in zekeren opzichte verward, en onaaneengeschaakeld, konden voorgesteld worden, welk gebrek niet weg te neemen was, zo lang wy ieder Ryk afzonderlyk beschouwden. (p. 9)

De informatie werd in het vervolg anders gerubriceerd: ‘de Staatszaaken onder dien Tytel, de Krygsverrichtingen, Weetenschappen en andere onderwerpen van onze Verhaalen, weder onder een andere tytel’ (p. 9). Had de Post-Ryder voorheen meer het karakter van een kroniek, nu wilde de redactie meer de gelegenheid te baat nemen om het nieuws te voorzien van commentaar en achtergronden (p. 10).
Het gevolg van deze nieuwe redactieformule was dat het accent steeds meer kwam te liggen op achtergrondverhalen. Zo bevat het julinummer 1765 een ‘Schets van ’t Vermogen der Jesuiten om onnozele Luiden te begoochelen, en aan hun snoer te binden’. In november 1767 komt het huwelijk van Willem V in Berlijn uitvoerig ter sprake. Verder verschijnen er afleveringen lang biografische artikelen over de prinsen van Oranje (de levensbeschrijving van Willem I van Oranje is over diverse jaren uitgesmeerd). In de aflevering van mei 1772 is veel plaats ingeruimd voor de brand van de Amsterdamse schouwburg.

Relatie tot andere periodieken
Het blad kan door zijn karakter van een nieuwsboek vergeleken worden met de Europische Mercurius (1690-1757), die echter door zijn halfjaarlijkse frequentie inhoudelijk meer afstand kon nemen van de actualiteit.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Persmuseum: PMK 14698 (1702-1714 diverse nrs.)
¶ Nijmegen, Universiteitsbibliotheek: Tz c 735 (januari-juni 1706); OD Tz c 735 (september 1795)
¶ Haarlem, Stadsbibliotheek: 132 C 51 (april, mei 1710)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 238 N 23 (september-december 1710); 71 A 11: na fol. 54 (december 1755)
¶ Gouda, Streekarchief: 541 D 21 (april 1721)
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1114 H 1-11 (diverse nrs. 1721); 296 G 5-22, 297 G 1-18 (1728-1744 met enkele ontbrekende nrs.); 299 G 6-19, 301 G 1-20, 302 G 1-12, 305 G 1-5 (1756-1781 met enkele ontbrekende nrs.); 299 G 8, 301 G 10, 301 G 19 (herdrukken)
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: Rariora duod. 550 (juni 1746).

Bronnen
¶ Amsterdam, Stadsarchief: Notarieel archief 8495, 831 (notaris Angelkot, d.d. 29 december 1728).

Literatuur
¶ T. Jongenelen, ‘Jacob Baroen (?-?). Spel rond een pamflettist of rechtspraak tussen de coulissen’, in: A. de Haas (red.), Achter slot en grendel. Schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800 (Zutphen 2002), p. 113-119, 118-119
¶ T. Jongenelen, Van smaad tot erger. Amsterdamse boekverboden 1747-1794 (Amsterdam 1998), p. 31 (nr. 100)
¶ T. Jongenelen, ‘Vuile boeken maken vuile handen. De vervolging van persdelicten omstreeks 1760’, in: Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 2 (1995), p. 77-96, 83.

Rietje van Vliet