Nieuwe Bijdragen tot het Menschelijk Geluk (1792-1794)

Titelbeschrijving
Nieuwe Bijdragen tot het Menschelijk Geluk. In IV deelen.

Periodiciteit
Het tweemaandelijks tijdschrift verscheen in de jaren 1792 t/m 1794. Voor het eerste stuk werd geadverteerd in de Leydse Courant van 21 maart 1792. De afleveringen zijn blijkens de titelpagina’s in 1797 gebundeld in vier delen.

Bibliografische beschrijving
De Nieuwe Bijdragen tot het Menschelijk Geluk verschenen in groot octavo. De vier delen hebben betrekking op de ‘afdeelingen’ Zedekunde (deel 1), Opvoeding (deel 2), Burgerlijke Maatschappij (deel 3) en Mengelwerk (deel 4). De delen bestaan zelf ook weer uit twee afzonderlijk gepagineerde ‘afdeelingen’ met een eigen titelpagina; hierin zijn de afleveringen (‘stukken’) in een nieuwe ordening ondergebracht. In de inleiding van deel 1 wordt dit als volgt uitgelegd:

elke afdeeling, in de onderscheiden stukken, ieder van 10 drukbladen, welken wij, om de twee maanden, denken uittegeven, zonder ons echter, echter, aan den dag, of week, te bepaalen, met een doorgaand alphabeth, en voordlopende bladzijden, zal worden vervolgd; zoodat, in ieder jaar, één deel zal verschijnen, bestaande uit vier Afdeelingen, welken de Lezer, des verkiezende, afzonderlijk zal kunnen doen inbinden. (p. 5-6)

De delen beginnen met acht ongenummerde pagina’s voor de Franse titel, de titelpagina en de inhoudsopgave. Soms wordt hierin ook de naam van de schrijver vermeld. De twee afdelingen van deel 1 zijn gepagineerd 1-285 en 1-255; die van deel 2 zijn gepagineerd 1-22 en 1-230; die van deel 3 zijn gepagineerd 250-260; en van deel 4 zijn gepagineerd 1-225 en 1-185.
De lay-out van de titelpagina en het titelvignet zijn identiek aan die van de Bijdragen tot het Menschelijk Geluk (1789-1791).

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de overkoepelende titelpagina luidt: ‘Utrecht en Amsterdam, Bij G.T. v. Paddenburg, en Zoon, en M. Schalekamp’. Voor deel 1 moest volgens attestatie van Saakes in zijn Naamlijst van december 1792 ƒ 5:8 worden neergeteld (p. 271). In december 1793 meldt Saakes de prijs van deel 2, nr. 1 à 18 stuivers (p. 364).

Medewerkers
De auteur-redacteur is Jan KONIJNENBURG (1758-1831). Hij schreef eerder de Bijdragen tot het Menschelijk Geluk.
Het tijdschrift bevat ook bijdragen van andere schrijvers. In deel 1 staan drie artikelen van Paulus VAN HEMERT (1756-1825) over Immanuël Kant, twee artikelen van de medicus G. SCHUTTE. Verder bevinden zich in dit deel bijdragen van de arts W. LOBÉ, de publicist A. FOKKE (1755-1812) en de doopsgezinde student R. K., achter wie Rinse KOOPMANS (1770-1826) schuilgaat.
Deel 2 bevat artikelen van G. Schutte en A. Fokke. In deel 4 staat een groot aantal gedichten van F.H., die vermoedelijk geïdentificeerd moet worden als François HALEWIJN (ca. 1746-?). Konijnenburg kende hem uit het Leidse genootschap Kunst Wordt Door Arbeid Verkregen. Voorts staan er gedichten in van P.M. en M.C.V.H. Dit zijn de initialen van Petronella MOENS (1762-1843), en M.C. VAN HALL (1768-1858).

Inhoud
Aangezien Konijnenburg het blad een breder opzet wilde geven dan zijn Bijdragen tot het Menschelijk Geluk, veranderde hij op de titelpagina’s van deel 1 de ondertitel ‘Menschkunde’ in ‘Zedekunde’ en in deel 3 de ondertitel ‘Maatschappelijke welvaart’ in ‘Burgerlijke maatschappij’. De artikelen krijgen een meer beschouwend karakter.
Deel 1 bevat de definitieve introductie van Kant in Nederland door Paulus van Hemert, die dit werk zal voortzetten in een eigen tijdschrift Magazijn voor de Critische Wijsgeerte (1799-1803). In deel 3 staan artikelen over abortus, homoseksualiteit en volksverlichting. Hier treft de lezer ook verslagen aan van maatschappelijke instellingen, zoals de Kweekschool voor de Zeevaart en het Fonds waaruit Kinderen van minvermogende ouders ten plattelande in het spellen, schrijven en reekenen om niet onderweezen worden (te Bodegraven).

Relatie tot andere periodieken
Dit tijdschrift is een vervolg van de Bijdragen tot het Menschelijk Geluk (1789-1794).
Na de stichting van de Bataafse Republiek in januari 1795 zet Konijnenburg zijn beschouwingen in een meer politieke context voort in het weekblad De Republikein (1795-1797). Van Hemert komt van 1804-1808 met het tijdschrift Lektuur bij het Ontbijt en de Thetafel, dat eenzelfde karakter vertoont als de (Nieuwe) Bijdragen tot het Menschelijk Geluk.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 366 E 28
¶ Full text deel 1deel 2deel 3 en deel 4

Literatuur
¶ S. Vuyk, De verdraagzame gemeente van vrije christenen. Remonstranten op de bres voor de Bataafse Republiek 1780-1800 (Amsterdam 1995), p. 177-190
¶ S. Vuyk, ‘“Wat is dit anders dan met onze eigen hand deze gruwelen te plegen?” Remonstrantse en doopsgezinde protesten tegen slavenhandel en slavernij in het laatste decennium van de achttiende eeuw’, in: Doopsgezinde Bijdragen, nieuwe reeks 32 (2006), p. 171-206
¶ S. Vuyk, ‘Menskunde op de tweesprong in Jan Konijnenburgs Bijdragen tot het Menschelijk Geluk(1789-1794)’, in idem, Verlichte verzen en kolommen. Remonstranten in de letterkunde en tijdschriften van de Verlichting 1720-1820 (Amsterdam 2000), p. 192-208
¶ S. Vuyk, Uitdovende Verlichting, remonstranten als deftige vaderlanders 1800-1860 (Amsterdam 1998)
¶ S. Vuyk, De verdraagzame gemeente van vrije christenen, remonstranten op de bres voor de Bataafse Republiek 1780-1800 (Amsterdam 1995), p. 112-148 en bijlage 3.

Simon Vuyk