Nieuwe Bydragen tot opbouw der Vaderlandsche Letterkunde (1763-1767)

Titelbeschrijving
Nieuwe Bydragen tot opbouw der Vaderlandsche Letterkunde. Eerste [Tweede] Deel.

Periodiciteit
Er zijn acht afleveringen verschenen: het eerste viertal is in 1763 gebundeld tot deel 1, het tweede viertal is opgenomen in deel 2, met het jaartal 1766.
De frequentie was niet regelmatig. Men zal zich, aldus het ‘Bericht’ voor in deel 1, ‘aen geen getal van bladen, of geregulde tijd van uitgave verbinden, dan voor zoo verre men toe zal leggen, om den Lezer in twee jaren een gelijk deel; als de vorige [de voorloper] te leveren’. Er verschenen vier afleveringen in 1763, een in 1764, een in 1765 en twee in 1766. Het laatste stuk van deze aflevering zou blijkens een brief van Van Lelyveld pas eind juni 1767 van de pers zijn gekomen (Kossmann, p. 56).
Na de oprichting van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde kwam er een einde aan de Nieuwe Bijdragen.

Bibliografische beschrijving
In octavo. Deel 1 telt X + 632 doorgenummerde pagina’s. Het voorwerk bestaat uit een titelpagina met vignet, de inhoudsopgave, een Bericht en een gedicht van twee pagina’s ‘Aen de Nederduitsche zang-godinnen’. Op het titelvignet (R. Vinkeles sculp. 1764) zijn Pallas Athene en Mercurius afgebeeld, met de woorden ‘Cibos Atque Salutem’ als zinspreuk.
Deel 2 heeft na het titelblad 700 doorlopend genummerde pagina’s. De inhoudsopgave staat op p. 1-2.

Boekhistorische gegevens
Het impressum op beide titelpagina luidt: ‘Te Leyden, By Pieter vander Eyk’.
Omdat Van Eyk niet over een eigen drukkerij beschikte, besteedde hij het drukwerk uit aan zijn plaatsgenoot Hendrik van Damme. Diens knecht Hendrik Wardenaar beschrijft later, in 1801, welke gevolgen het drukkerijpersoneel ondervond van de afwijkende spelling in de Nieuwe Bydragen. Hij herinnert zich

dat zomtijds 6, 8, à 10 Proeven te gelijk, aen bijzondere Persoonen, verzonden wierden om het onderscheid der spelling, zoo veel mooglijk tot één te brengen; welke Proeven by geval zwart van veränderingen terug kwamen, waer aen de Zetters, geheele dagen, de Navel van de Buik, op de Corrigeersteen plat lagen […] om de aengeteekende veränderingen te corrigeren. (p. 383)

Medewerkers
Het blad komt voort uit Leidse studentenkringen en is de voortzetting van de Maendelyksche Bydragen ter opbouw van Neerlands Tael en Dichtkunde (1758-1762) die het studentengenootschap Minima Crescunt had doen verschijnen. Drijvende kracht is Frans VAN LELYVELD (1740-1785). Overige redactieleden waren waarschijnlijk Petrus PALUDANUS (1742-1774), Herman TOLLIUS (1742-1822), Hendrik VAN WIJN (1740-1831) en Rijklof Michael VAN GOENS (1748-1810).
Andere belangrijke medewerkers waren Adriaan KLUIT (1735-1807), Meinard TYDEMAN (1741-1825), Zacharias Hendrik ALEWIJN (1742-1788), Cornelis Antony VAN WACHENDORFF (1737-1810) en Jan MACQUET (1731-1798).

Inhoud
In het vier bladzijden tellende Bericht in het voorwerk van deel 1 wordt kort ingegaan op de ontwikkelingen in de Leidse genootschapswereld, waar men zich heeft voorgenomen ‘zich tot een algemeene Maetschappye te vereenigen’. De Nieuwe Bydragen moesten fungeren als het blad van dit nieuwe genootschap. Ook wordt kort ingegaan op de gevolgde spellingconventies.
De Nieuwe Bydragen bevatten historische, letterkundige en filologische uiteenzettingen, en daarnaast gedichten. De geleerde verhandelingen hebben vaak de oorspronkelijke betekenis van woorden, begrippen of klanken als onderwerp. In deel 2 is meer ruimte voor literair-theoretisch werk, met name van Van Goens. Recensies, die in de Maendelyksche Bydragen ter opbouw van Neerlands Tael en Dichtkunde nog voorkwamen, staan er niet meer in.

Relatie tot andere periodieken
De periodiek is een voortzetting van de Tael- en Dichtkundige By-Dragen ofwel Maendelyksche Bydragen ter opbouw van Neerlands Tael en Dichtkunde (1758-1762). De Nieuwe Bydragen zijn opgegaan in de Werken van de Maetschappy van Nederlandsche Letterkunde.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 707 E 17-18
¶ Full text deel 1 en deel 2

Literatuur
¶ F.J. Jansen (ed.), Zetten en drukken in de achttiende eeuw. David Wardenaar’s Beschrijving der boekdrukkunst (1801) (Haarlem 1982), p. 382-383
¶ F.K.H. Kossmann, Opkomst en voortgang van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (Leiden 1966).

Gijsbert Rutten