Nieuwe Engelsche Spectators (1737-1738)

Titelbeschrijving
De Nieuwe Engelsche Spectators, Vertoonende hunne beschouwingen over staatkundige, geestryke, ernstige en boertige onderwerpen, door de pennen van verscheiden Schryveren. Eerste [Tweede] deel.
De afleveringen 1-16 en 20 verschenen, blijkens hun titelblok, onder de titel Polityke en Historische Aanmerkingen Over de Staatsbelangen en den Koophandel in Europa, zoo van dezen als den voorledenen tyd.

Periodiciteit
Maandags weekblad, waarvan in totaal veertig afleveringen zijn verschenen, tussen 4 november 1737 en 4 augustus 1738.
De reden van de titelwijziging wordt duidelijk gemaakt in een noot bij nr. 21, die vooruitwijst naar uitvoeriger uitleg in het komend voorbericht (nu ingebonden bij deel 1, met de nrs. 1-20). In dat voorbericht wordt gezegd dat de titel niet geheel meer overeenkwam met de inhoud en dus zou veranderen, omdat men geleidelijk aan steeds meer excerpeerde uit bladen als de Craftsman (1726-1752) en het Londensche Journaal (1720-1731). Deze bladen hadden niet zozeer te maken met staatkunde; zij getuigden eerder van belangstelling in ‘fraai vernuft’. Men wilde de staatkundige berichtgeving daarom beperken tot eens in de twee weken. Daarnaast wilde men geven: ‘vertogen over de zeden van de eeuwe, over de liefde, de vrindschap, de historiekunde, de natuurkunde, en andere fraaije wetenschappen’; kortom over alles waarover Addison en Steele in hun Spectators, Snappers enzovoorts schreven.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen in octavo tellen elk 16 pagina’s. De nrs. 1-20 (4 november 1737-17 maart 1738) zijn doorgepagineerd 1-320; de nrs. 21-40 (24 maart 1738-4 augustus 1738) eveneens. Deze twee reeksen hebben elk een eigen titelpagina en voorwerk gekregen, van respectievelijk XVIII en VI pagina’s, waarin steeds een ‘Aanwyzer van de onderwerpen’, en, in het geval van deel 1, een voorbericht.
Het titelblok van de afleveringen geeft steeds de op dat moment in zwang zijnde short title, opgave van de Engelse periodiek waaruit het materiaal van de aflevering geput is en de datumaanduiding.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘Te Amsterdam By Jakobus Loveringh, Boekverkooper in de Kalverstraat, 1738’. De colofon op p. 32 (die naderhand weinig wijzigingen ondergaat):

Deze polityke en historische aanmerkingen, zullen de Maandagen te bekomen zyn te Amsterdam by J. Loveringh, als mede te Dort van Braam, Gouda Staal, Rotterdam Beman en Smithoff, Delft P. van der Kloot, s’Hage J. van der Kloot, Leyden van Kerchem Haarlem van Lee, Gorkom Goetzee, Alkmaar Hoolwerf, Hoorn Beukelman en Duin, Enkhuizen Callenbach, Sardam Ketel en Brand, Nimwegen de Roever, Middelburg Bakker en Meerkamp, Vlissingen Payenaar Leeuwaarde van Dessel en Ko[u]mans, Harlingen van der Plaats, Uitrecht Visch, Groningen Febens, Deventer van Wyk, Zwol Verstraten, Harderwyk Brinkink, Breda van den Kieboom en in andere buyten Steden meer.

De colofon van nr. 21 geeft het advies aan de boekverkopers, wegens de dikte van de afleveringen, ‘yder blad te vouwen en met een’ draad door te steken’.
In de Leydse Ccourant van 18 februari 1774 vindt men gemeld dat er van het blad (40 nrs.) nog 80 exemplaren beschikbaar zijn bij M. de Bruyn in de Amsterdamse Kalverstraat, voor 30 stuivers (tot 28 februari, daarna ƒ 3).

Medewerkers
In het voorbericht worden eventuele inzenders verzocht hun bijdragen te sturen naar uitgever Loveringh; net zoals iets dergelijks voorheen usance was bij de Hollandsche Spectator van Van Effen. Zij zouden dan vermeld worden als ‘Bondgenoot’.

Inhoud
De opzet van het blad: deels ‘staatkunde’, deels cultuur, is duidelijk te zien uit het reeds geciteerde voorbericht. Aldaar wordt ook aandacht besteed aan het begrip ‘spectator’, dat eigenlijk ‘toneelkijker’ betekent maar nu een literair genre geworden is; en waar geen personen maar wel karakters beschreven worden.

Relatie tot andere periodieken
In de ‘Aanwyzers’ wordt door middel van letters bij de inhoudsopgave zichtbaar gemaakt welke Engelse tijdschriften gebruikt zijn. Bij de eerste Aanwyzer wordt daarbij opgegeven: ‘C = Craftsman; L.J. = Londensche Journaal; D.G. = Dagelyksche Gazettier; D.P. = Dagelyksche Post.’ In de tweede Aanwyzer wordt hieraan toegevoegd: ‘G.L. = Letterbode van de Grubstraat; K.B. = Katoos Brieven’; P.D. = Plain Dealer, of Man voor de Vuist’.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OK 62-9579
¶ Full text nrs. 1-40

André Hanou