Nymeegsche Courant (1800-1811; 1814-1837)

Titelbeschrijving
¶ Nymeegsche Courant.
¶ Spellingsvariant: Nijmeegsche Courant.

Periodiciteit
De krant verscheen vanaf 1 januari 1800 tweemaal in de week, op dinsdag en vrijdag.
Vanaf 1810 mochten krachtens een keizerlijk decreet per departement nog slechts één nieuwsblad en enkele advertentiebladen verschijnen. Het nieuwsblad stond onder toezicht van de prefect en mocht, aldus Bogers (1996), alleen met diens toestemming worden uitgegeven. De courantier van de Nymeegsche Courant viste achter het net en moest per 1 oktober 1810 de krant beëindigen. 
Hij deed daarna diverse pogingen om via de onderprefect van Nijmegen alsnog de krant te behouden. Weliswaar was de onderprefect de courantier gunstig gezind en steunde hij het voorstel om de krant om te vormen tot een advertentieblad, toch hield de prefect van het departement Monden van de Rijn (grofweg van ’s Hertogenbosch tot en met Nijmegen) voet bij stuk. Argumenten als inkomstenderving en armoedeval, en de oprichting van een Nijmeegse kamer van koophandel die een advertentieblad wenselijk maakte, hadden geen effect. In mei 1811 probeerde de courantier het voor de laatste keer, doch tevergeefs. Dit betekende het einde van de Nymeegsche Courant.
Op 4 januari 1814 verlieten de Fransen de stad. Reeds de volgende dag, op 5 januari 1814, verspreidde de weduwe van de inmiddels overleden courantier een prospectus waarin, zo meldt Van Schevichaven (1898), het herleven van de Nijmeegsche Courant onder haar leiding wordt aangekondigd. Het eerste nummer verscheen op 25 januari 1814. 

Bibliografische beschrijving
Tweezijdig bedrukt blad, met tweekoloms opmaak en in de rechtermarge vier dwars geplaatste kolommen. Vanaf 1815 maakte deze indeling plaats voor twee bredere kolommen. Slechts bij uitzondering kende de krant een tweede blad.
Na de herstart in 1814 bestaat het titelblok uit achtereenvolgens het jaartal, volgnummer, de titel aan weerszijden van het vignet, met daaronder de verschijningsdag en -datum. Het titelvignet is het wapen van Nijmegen, met op het door de keizerskroon gedekte wapenschild de dubbelkoppige adelaar en de Gelderse leeuw op het hartschild. Het wapenschild wordt aan weerszijden gesteund door twee klimmende leeuwen.

Boekhistorische gegevens
Gedrukt en uitgegeven door Johan Carel Vieweg; vanaf 25 januari 1814 door Weduwe J.C. Vieweg & Zoon.
De familie Vieweg was afkomstig uit Halle a/d Saale en had zich gevestigd in ’s Hertogenbosch. Johan Carel Vieweg (1770-1813) behoort tot de tweede generatie van dit Brabantse boekverkopersgeslacht. Vanaf 1794 werkte hij als boekverkoper in Tilburg waar hij als compagnon van zijn moeder, die in Den Bosch stadsdrukster was en de ’s Hertogenbossche Courant uitgaf, onder meer optrad als haar agent en verantwoordelijk was voor de verkoop van deze krant aldaar.
In 1799 vestigde Vieweg zich in de Burchtstraat te Nijmegen, naast het stadhuis, met onder meer als doel zelf een krant te beginnen. Nadat hij van de stad concessie had gekregen, verspreidde hij eind 1799 een prospectus voor de nieuwe Nymeegsche Courant
Na zijn overlijden op 13 juni 1813 zette zijn vrouw Johanna Sibilla Winkler (1767-1835) samen met zoon Christiaan August Vieweg (1799-1873) de zaak voort onder de bedrijfsnaam Weduwe J.C. Vieweg & Zoon.
Intekenprijs per jaar: 3 gulden.
Vanaf 1814 is de jaarlijkse intekenprijs: ƒ 4:10, excl. verzendkosten. Advertenties kosten dan 2 à 3 stuivers, afhankelijk van de lengte.

Inhoud
Nieuwsblad.

Relatie tot andere periodieken
De Nijmeegsche Courant werd opgevolgd door de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant (1837-1993).

Exemplaren
¶ Nijmegen, Regionaal Archief Nijmegen: Br 5639 (kopie van nr. 99, 12 december 1804), T 384 (vanaf 1814)
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): PM 2186 (7 maart 1801; 1 februari 1809)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 1604 C 2 (vanaf 25 februari 1814)

Literatuur
¶ A.W.M. Bogers, ‘De pers in het departement van de Monden van de Rijn (1810-1813)’, in: ’s-Hertogenbosch 4 (1996) p. 1-13 
¶ H.D.J. van Schevichaven, Penschetsen uit Nijmegen’s verleden, deel 1 (Nijmegen 1898), p. 247-248

Rietje van Vliet