Oeconomische Courant (1799-1803)

Titelbeschrijving
Oeconomische Courant Ter bevordering van Nationale Huishoudkunde, Nijverheid, Koophandel, Zeevaart, Fabrieken, Trafieken, Beoefenende Konsten, Landbouw en alle andere Middelen van Bestaan. N. 1-52. Van 5 januari 1799. tot 3 augustus 1799. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
De 334 doorgenummerde afleveringen verschenen van 5 januari 1799 t/m 28 december 1803.
Aanvankelijk verscheen het blad tweemaal per week, op woensdag en zaterdag. Vanaf 16 juli 1800 kwam het alleen nog op woensdag uit,

zynde deze dag ons het geschikste in dit geval voorgekomen, zoo tot bespoediging der verzending, als om de Pryslysten van Markten, die toch in ons Vaderland doorgaands op Vrydag, Zaturdag en Maandag gehouden worden, vroeger dan nu aan het Publiek te konnen mededeelen. (nr. 151)

In de laatste aflevering kondigen de redacteuren aan dat ‘samenlopende omstandigheden’ hen hebben genoodzaakt ‘om met dit No de uitgave van dit Tijdschrift BY VOORRAAD TE STAAKEN’. Wanneer de uitgave wordt hervat, zullen ze het publiek daarvan in kennis stellen. Daar is het niet meer van gekomen.
In februari 1799 verscheen Bijlage, No. 1, tot de Oeconomische Courant, behelzende een uitvoerig en naauwkeurig verslag van den tegenwoordigen staat der rivieren in ons vaderland, en de overstroomingen, welke ysgang in dezelve veroorzaakt heeft: met een kaart tot meerdere opheldering van hetzelve(zie advertenties in de nrs. 7 en 10). Saakes adverteerde hiervoor pas in zijn Naamlijst van april 1799 (p. 26). Op 22 december 1800 kwam een extra nummer van de pers (nr. 177) in verband met mededelingen over de ‘oeconomische soepkookery’.

Bibliografische beschrijving
In groot kwartoformaat.
Op de titelpagina van de eerste vier delen staat het deelnummer in een titelvignet: links en rechts de vrijheidsmaagd en Neptunus, met voor hen uitgestald diverse attributen die met productie, handel, en zeevaart te maken hebben. Deel 5 heeft een grafisch vignet op de titelpagina; deel 6 een vignet met de Nederlandse maagd, met lier, te midden van een groot aantal putti (met attributen).

Ieder deel wordt voorafgegaan door een inhoudsopgave. De afleveringen tellen acht doorgenummerde pagina’s en hebben in het titelblok volgnummer en datum, met daaronder de volledige titel. De tekst is in twee kolommen opgemaakt. Aan het einde staat – na de eventuele advertenties – het colofon.
Er werden nauwelijks of geen illustraties van werktuigen opgenomen, ondanks het verzoek daartoe van ene ‘Leergraag’. De ‘uitgeevers’ vonden het te duur: ‘Hiertoe zou eene uitgave vereischt worden, die ten minste voor 2/3 den prys der Intekening verhoogde’. Literatuurverwijzingen moeten geïnteresseerden naar publicaties voeren waar de gewenste illustraties wel zijn afgedrukt. Als de types Leergraag hiermee geen genoegen willen nemen, dan moeten ze het driedubbele van de abonnementsprijs maar gaan betalen (nr. 99). Desondanks bevat deel 4 wel twee vouwprenten: met een fornuis voor zaagmeel (nr. 185).

Boekhistorische gegevens
Gedurende alle verschijningsjaren werd het blad uitgegeven ‘Te Amsteldam, by C. Covens’. Vanaf nr. 213 staat in de colofon bovendien ‘Gedrukt by D. Zimmerman’. Vanaf nr. 275 is diens naam verdwenen en meldt de colofon ‘gedrukt by J.G. Rohloff, te Amsteldam’.
In de Oeconomische Courant staan regelmatig berichten over de verkrijgbaarheid van de krant. De colofon van nr. 55 bijvoorbeeld meldt de volgende adressen:

Te Alkmaar, by J. Hand. Te Arnhem, by P. Nyhoff. In den Bosch, by Palier en Zoon, en Noman en Zoon. Te Deventer, by G. Brouwer. Te Dordrecht, by P. van Braam. Te Enckhuisen, by de Wed. Lub, geboren Vlaming. Te Gorcum, by J. van de Wall. Te Gouda, by A. van der Ben. Te Groningen, by W. Zuidema. Te Haarlem, by A. Kampen. In den Haag, by J. du Mee. Te Hoorn, by L. Vermande. Te Leiden, by du Mortier. Te Leeuwaarden, by G.M. Cahais. Te Medemblik, by C. Visscher. Te Middelburg, by J. van den Sande. Te Purmerende, by B. Peereboom en Zoon. Te Rotterdam, by D. Vis. Te Utrecht, by J. Visch. Te Zaandam, by P. Quakkelstein. Te Zwol, by J. de Vri. En verder alom.

In het colofon doen zich in de loop der jaren wijzigingen voor. In een enkel geval zijn van deze wederverkopers ook eigen advertenties in lokale nieuwsbladen aangetroffen, zoals van de Groningse boekverkoper W. Zuidema, die op 18 januari 1799 in de Groninger Courant adverteerde dat de Oeconomische Courant bij hem verkrijgbaar was.
Op 13 oktober 1802 (nr. 271) melden de redacteuren, die tot dan toe slechts op indirecte wijze bij het blad waren betrokken, dat zij het kopijrecht van de krant hebben verworven. Zij zullen de krant in het vervolg voor eigen rekening uitgeven.
Volgens Schama (1977) is de Oeconomische Courant na stopzetting eind 1803 overgenomen door de Oeconomische Tak van de Hollandsche Maatschappij, maar bewijzen zijn hiervoor niet aangetroffen. De overname door de Oeconomische Tak is overigens twijfelachtig, aangezien ze als zodanig toen niet meer bestond. In 1797 was het onder de naam Nationale Nederlandsche Huishoudelijke Maatschappij een adviesorgaan van de regering geworden.

De eerste aflevering verscheen als een proefexemplaar en werd gratis verspreid. Daarna moesten de afleveringen 1½ stuiver per stuk opleveren en buiten intekening 2 stuivers (nr. 1). Vanaf nr. 157 (deel 4) is de prijs in beide gevallen 2 stuivers. Bijlage no. 1 kostte 15 stuivers. Dit blijkt uit de vermeldingen in Saakes’ Naamlijst: februari 1799 (p. 12), april 1799 (p. 26), december 1799 (p. 95), december 1800 (p. 190), december 1802 (p. 382), december 1803 (p. 478). Per half jaar moest men ƒ 3:18 neertellen (Oeconomische Courantnr. 99). De Oeconomische Courant van 16 juli 1800, na de frequentiewijziging, noemt als oude abonnementsprijs ƒ 7:16 per jaar en als nieuwe prijs ƒ 5:4 (nr. 151). De titelpagina en bladwijzer waren voor de abonnees gratis (nr. 163).
De advertentietarieven staan diverse malen in de Oeconomische Courant vermeld: 10 stuivers voor zes regels, ‘en anders 1½ stuiver per regel’. De tekst moest ondertekend en portvrij aan de uitgever worden toegezonden (bijvoorbeeld nr. 64). Na de frequentiewijziging werd het tarief verlaagd tot 9 stuivers per zes regels (nr. 151).
In hun oproep aan de lezers om zich opnieuw voor een half jaar te abonneren melden schrijvers en uitgever in de Leydse Courant van 5 juli 1799 – met de bekende verkoopgrootspraak – dat de Oeconomische Courant ‘by aanhoudendheid met toenemend succes gedebiteerd wordt’ (de inschrijfvoorwaarden staan achterin nr. 40). Het toereikende debiet blijkt vooral te danken aan de Agent van Nationale Oeconomie, erkennen de redacteuren een jaar later (nr. 151). De minister had met ingang van het tweede half jaar een bulkabonnement afgenomen van honderd exemplaren tegelijk, met als doel het verder gratis te verspreiden onder belanghebbenden (nr. 60). Later waren de adhesiebetuigingen van de Agent nog eens herhaald, met de mededeling dat Covens voortaan zelf, namens de Agent, de verzending zal doen naar de departementale besturen (nr. 89; cf. nr. 151).

Medewerkers
Oprichter van de krant was Willem Anthonie OCKERSE (1760-1826). Nadat deze politicus na de staatsgreep van juni 1798 gedwongen was de politiek te verlaten, begon hij in 1799, het beginjaar van de Oeconomische Courant, een carrière als effectenmakelaar. De jaargangen 1801 tot en met 1803 heeft hij naar eigen zeggen voor zijn rekening genomen.
Volgens Van Doorninck namen Pieter Gerard WITSEN GEYSBEEK (1774-1833) en Abraham Louis BARBAZ (1770-1833) nadien de redactie op zich, maar bewijzen hiervoor zijn niet gevonden. Hun namen komen wel in de krant voor. Zo tekende Witsen Geysbeek voor een ‘Beschouwing van den Koophandel by de alöude volkeren’ (nr. 232), voorheen voorgelezen in Felix Meritis. Van de hand van Barbaz verscheen in nr. 291 een dichtstukje.
Vanaf deel 4 neemt het aantal ingezonden brieven en bijdragen van derden toe.  In een enkel geval werden ze ondertekend, zoals door B. Tieboel, apotheker te Groningen (nr. 159), A. Schrage, medisch doctor uit Amsterdam (nr. 169), en de arts H. van den Bosch uit Wageningen (nr. 187). In veel gevallen staan er slechts initialen onder toegezonden bijdragen. Sommige bijdragen werden via het Agentschap van Nationale Oeconomie ter plaatsing toegezonden, zoals dat van de Arnhemse geneesheer G.J. van Wit over de behandeling van breuken (nr. 170).

Inhoud
De uitgave van de Oeconomische Courant zorgde onder alle lagen van de bevolking voor de verbreiding van technische, landbouwkundige en economische kennis in het land. Het blad bevat vele ‘oeconomische kundigheden’, zoals over de bereiding van boter en kaas, het verven van katoenen stoffen, de bereiding van papaverolie, een werktuig waarmee hoeden opgemaakt kunnen worden, de papierindustrie, elektrieke lampen, ‘telegraphische correspondentie’, staalfabricage, oestervisserij, werkverschaffing. Verder zijn er ‘oeconomische berichten’ over de uitvinding van het kousenweefgetouw, de zijdeproductie in Saksen, de Mongoolse economie, Rumfordse soepkokerijen, papiergeld, ‘land-oeconomie of landelyke geneering’, Pestalozzi, stenografie en Engels boekhouden.
Verder staan er de trekkingen van de nationale loterijen in, zeetijdingen, maandelijkse meteorologische waarnemingen op Zwanenburg (bij Halfweg), prijzen van grondstoffen en levensmiddelen, programma’s of prijsvragen van genootschappen, allerhande huis-, tuin- en keukenmiddeltjes en aankondigingen van recent verschenen werken die inhoudelijk in het verlengde liggen van de Oeconomische Courant. Vanaf deel 5 staan er steeds vaker uitgebreide tabellen in, met prijzen, carga, en in- en uitvoergegevens (zie hierover nr. 261).

In de loop van 1800 laten steeds meer externe partijen hun berichten plaatsen in de Oeconomische Courant, zoals genootschappen en gemeentebesturen (de laatsten vooral over de inrichting van soepkokerijen). Steeds vaker worden er officiële missiven geplaatst van de Agent van Nationale Oeconomie. Dergelijke berichten zijn dikwijls voorzien van enkele inleidende alinea’s van de redacteuren van de krant.
De frequentiewisseling na 16 juli 1800 dwong de redacteuren inhoudelijke keuzes te maken. De anekdotes bleven behouden omdat ze bedoeld waren minder geïnteresseerden de krant in te trekken: met ‘een aanloksel van bevallig bywerk’ werden ook zij tot ‘ernstige overwegingen’ geleid. Ook de marktprijslijsten bleven behouden, wegens het algemene nut daarvan. Met ingang van nr. 157 sneuvelden de oeconomische berichten, aangezien ze slechts voor een beperkte doelgroep bestemd waren, die dergelijk nieuwe overigens ook elders kon betrekken. Verder zou de krant wat gecomprimeerder worden geschreven en vormgegeven (nr. 151). De korte boeksignaleringen betreffen vrijwel alle buitenlandse literatuur over uitvindingen in techniek, landbouw en huishoudkunde.

Nadat de redacteuren het kopijrecht hadden verworven, besloten zij ook inhoudelijk de koers enigszins te verleggen. Op 13 oktober 1802 plaatsen zij een persverklaring hierover. Er zal in het vervolg ‘een plaatsje voor het Letterkundige vak’ worden ingeruimd, om daarmee ‘spyze voor allerhande monden op te disschen’:

het is ’er verre af; neen, maar na den geest een’ tyd lang door Handel-, Fabriek- Handwerkkundige en andere overdenkingen en berekeningen te hebben ingespannen gehouden, willen zy [de redacteuren] dien door Stukjes van luchtiger’ aart eenige verstrooijende uitspanning verschaffen, waartoe inzonderheid de fraaije Letteren, het zy dan Proza, of Poëzy, zyn ingericht. (nr. 271)

Er wordt in de Oeconomische Courant slechts spaarzaam geadverteerd: vaak door de uitgever zelf, maar regelmatig ook door bijvoorbeeld P.J. Uylenbroek en H. van Kesteren. Het aantal advertenties neemt vanaf deel 4 toe.

Een reactie is te vinden in B. Hussem, Missive, aan den redacteur van de Oeconomische Courant, in 1800 en 1803, betreffende het drinkwater in Amsterdam: in genoemde courant toen geplaatst, en nu, die courant niet meer te bekomen zijnde, met eenige vermeerderde bijvoegsels herdrukt (Amsterdam 1830, 2e druk).

Relatie tot andere periodieken
Een aantal bijdragen is vertaald uit vakliteratuur en tijdschriften, zoals het Journal für Fabrik, Manufaktur, Handlung und Mode (1791-1808), de Oekonomische Hefte (1793-1807) en de Physikalisch-ökonomische Bibliothek (1770-1806) en de Annales de Chimie (1789-1815). Een groot enthousiasme spreekt uit de uitgebreide bespreking van het Journal der Praktischen Haushaltung und weiblichen Oekonomie, in der Stadt und auf dem Lande (1799) (nrs. 66, 67).

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 316 B 1-6 (t/m 1803, nr. 312)
¶ Full text deel 1deel 2deel 3 en deel 4

Literatuur
J. Stouten, Willem Anthonie Ockerse (1760-1826), leven en werk (1982), p. 178-179, 275
¶ S. Schama, Patriots and Liberators Revolution and Government in the Netherlands 1780-1813 (New York 1977), p. 381
¶ J.I. van Doorninck, Vermomde en naamlooze schrijvers opgespoord op het gebied der Nederlandsche en Vlaamsche letteren, deel 2, (Leiden 1885), p. 156
¶ W.A. Ockerse, Vruchten en resultatenvan een zestig jarig leven, deel 3 (Amsterdam 1823), p. 238.

Rietje van Vliet