Oeconomist (1779-1780)

Titelbeschrijving
De Oeconomist. Eene byeenzaameling Van Vertoogen, Gesprekken, Voorslagen en Proeven tot welzijn van het Vaderland.

Periodiciteit
Hiervan zijn voorzover bekend drie afleveringen verschenen. De eerste wordt geadverteerd in de Leydsche Courant op 22 februari 1779, de tweede op 21 mei 1780, de derde op 4 augustus 1780. In het voorwerk van nr. 1 wordt gevraagd het oordeel over het blad op te schorten ‘tot wy nog drie a vier Stukjes verder zyn’ (p. X).

Bibliografische beschrijving
Uitgave in octavo. De eerste aflevering bestaat uit II (titelpagina) + XII (Voorrede en Inhoud) + 112 doorgenummerde pagina’s. Het titelblok geeft de titel; daarna beginnen de Romeins genummerde tekstparagrafen. De Vaderlandsche Letteroefeningen geven als omvang van de nrs. 2 en 3 op: 140 en 180 bladzijden.

Boekhistorische gegevens
Voorwerk nr. 1:

Word uitgegeeven te Alkmaar by de Wed. J. Maagh en Zoon A. Maagh Amsterdam H.W. de Bruin, Bom, Conradi, Dóll, Guérin, van Hulst, Erven Houttuin, Hayman, Holtrop, van der Kroe, Keyzer, Wed. Klipping, de Kruyff, Schalekamp, Sepp, van Selm, J. Smit, van Toll; Warnars, &c. (p. XI)

Hierna volgen nog 62 andere verkooppunten.
De prijs van de drie stukjes was volgens de genoemde advertenties respectievelijk 12, 14 en 12 stuivers.

Inhoud
De voorrede geeft een korte uitleg van de titel en van het begrip ‘oeconomist’. Die laatste is ‘medebeminnaar der werkdaadige Huishoukennis met betrekking ons Gemeenbest’. De tot nu toe verwaarloosde wetenschap der economie is haar populariteit verschuldigd aan de recente ‘Oeconomische stigting’ maar deze toont gebreken (zwakke voorstellen, bestuursproblemen). De auteur richt zich tot het zeer klein getal kundige lieden op dit terrein, vooral uit de koophandel. Aan het einde van de verhandelingen zal men soms ter afwisseling ‘een stukje van Vernuft of Vinding’ treffen.
De eerste aflevering bevat vijf inhoudelijke opstellen: inleiding over het doel van het blad en het nut van de studie der economie voor het vaderland; over wezen en doel van de economie en de soorten daarvan; historisch overzicht van economische denkbeelden; samenspraak tussen Liebaut, Herkmans en Nieuwburg (kapitalist, koopman en fabrikant) over de ‘Oeconomische Tak’; en een ‘Tafereel van het hedendaags patriötismus’ over onder andere opvoeding, volwassen taalvaardigheid in het Nederlands, Nederlandse textiel. Ten slotte volgt nog een lofrede op Petrus Camper, als ‘goede patriot en waare oeconomist’.
De inhoud van nr. 2 was volgens de advertenties: ‘onder anderen, eene Verhandeling die gedongen heeft naar den Prys van eene door de Stad Deventer opgegeeven vraag, naar het beste plan eener fabrik, om den armen werk te geeven, in welke gevonden word een algemeen kort begrip van ons fabrik weezen; beredeneerd Plan van een algemeen fabrikhuys enz.’ Nr. 3 wordt als volgt omschreven: ‘Narigt van de oeconomie der Grieken, en derzelver Oeconomische Schryvers; de Egte en Onegte Patriot; Proeven eens patriottische catechismus; Samenspraak over den Oeconomischen Tak, Kenschets van een Volmaakt Oeconomist; de oeconomist naar de Mode’.
Een bespreking van de drie afleveringen wordt gevonden in deVaderlandsche Letteroefeningen1779-I, p. 164-165, 287-288 en 1780-I, p. 487-488.

Exemplaren
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: Br. 47-11 (nr. 1)
¶ Full text nr. 1

André Hanou