Oeffenschool der Mathematische Weetenschappen (1770-1771)

Titelbeschrijving
Oeffenschool der Mathematische Weetenschappen. Behelzende een welgeschikte Handleiding tot de Arithmetica, Algebra, Geometria en alle andere deelen der Wiskunde; welke, volgens een nieuwe Leerwyze, klaar en bevatbaar voorgesteld worden. Waar agter gevoegd is, eene keurige Versaameling van Mathematische Voorstellen, Welke door Geleerden in Engeland elkanderen tot Oeffening zijn voorgesteld; benevens eenige Voorstellen, die door Liefhebbers aan malkanderen, in de Nederduitsche Taal, opgegeeven, en waar van de Ontbindingen, in een welgeschikte orde, zullen medegedeeld worden. Ten dienste der geene, welke zich in de verhevene, en gemeene deelen der Wiskunde zouden willen Oeffenen.

Periodiciteit
Het blad verscheen in tweemaandelijkse afleveringen (‘stukjes’), van januari/februari 1770 tot na juli 1771 (twee delen). Het is na 1771 niet verder voortgezet omdat de uitgave niet rendabel bleek.
Voor nr. 1 werd geadverteerd in de Leydse Courant van 31 januari 1770 maar de aflevering liet op zich wachten tot 20 maart (advertentie 23 februari 1770). Nr. 6 werd op 7 en 11 januari 1771 aangekondigd.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 80 pagina’s in groot octavo, exclusief de prenten. Die bestaan hoofdzakelijk uit meetkundige figuren en constructies op afzonderlijke uitklapbladen, zodat die naast de tekst konden worden uitgeslagen en bekeken.
De beide delen van het tijdschrift zijn afzonderlijk genummerd, en sommige van de teksten worden ook als afzonderlijke titeluitgave aangetroffen. Vanwege de onbetrouwbare paginanummering is het lastig na te gaan of exemplaren compleet zijn.

Boekhistorische gegevens
De Oeffenschool werd uitgegeven door J. Morterre te Amsterdam. Een lijst met boekhandelaren waar de uitgave te verkrijgen is, staat achterin nr. 1: J. Morterre en Jacobus Vriesse (Amsterdam), J.H. Van Delden (Haarlem), A. Kallewier (Leiden), E. de Haan en J. Thierry (Leiden), J.G. Wittich (Dort), de Weduwe Dirk Vis, R. Arrenberg en Dirk Vis (Rotterdam), C. Bohemer, J. v.d. Sande en W. Abrahams (Middelburg), T. Corbeleyn (Vlissingen), L. Schmidt (Schiedam), de Wed. J.J. van Poolsum (Utrecht), J. van der Klos (Gouda), A. Ferwerda (Leeuwarden), V. van der Plaats (Harlingen), Udink en D. Romar (Franeker), de Wed. J.A. van Santen (Zwolle), A.J. van Hoorn (Zutphen), L. Huysingh (Groningen), W. Brinkink (Harderwijk), Callembach Klenk (Enkhuisen), E. Verlaan (Alkmaar), J. van Slee en Vermande (Hoorn), P. Jordaan (Purmerend), P. Quakkelstyn (Zaandam).
De prijs per aflevering is 12 stuivers (Leydse Courant van 23 februari 1770, en 7 en 11 januari 1771).

Medewerkers
De hoofdredacteur en voornaamste auteur was de Amsterdamse rekenmeester Arnold Bastiaan STRABBE (1741-1805). Strabbe had goede contacten in de uitgeverswereld als vertaler van (wiskunde)boeken. Hij nam het grootste deel van het Oeffenschool (de handleiding) voor zijn rekening, al citeerde hij hier en daar gedeelten van andere auteurs en werden sommige stukken door zijn collega’s geschreven.In deel 1 bleef Strabbe als schrijver anoniem, maar in het voorwoord van het deel 2 ondertekende hij met zijn eigen naam en nam hij ook de in het verleden verschenen afleveringen voor zijn rekening.
Voor het mengelwerk trad Strabbe op als redacteur en kon hij terugvallen op een groot aantal medewerkers. Deze zijn deels anoniem. Onder andere de volgende namen worden genoemd (naast die van Strabbe): Jan BOLTEN (landmeter te Amsterdam), Jacob FLORIJN (Amsterdam), Esaye en Maria GILLOT (Amsterdam), Marten JELLEN (Wener, Oostvriesland), Pieter KARMAN (in de Rijp), Lucas OLING (Wener), Laurens PRAALDER (Utrecht). De genoemde mensen komen uit de kringen van rekenmeesters en liefhebbers waartoe ook Strabbe behoorde.
Als latere oprichter van het Wiskundig Genootschap te Amsterdam onder de zinspreuk ‘Een onvermoeide arbeid komt alles te boven’, waarbinnen hij ook zijn contacten met het Hamburgs wiskundig genootschap uitbuitte, zou Strabbe als redacteur (en zeer frequent ook als auteur) van de tijdschriften en boekuitgaven van dat genootschap optreden.

Inhoud
In de inleiding van deel 1 geeft Strabbe aan dat het zijn doel is om ‘met behulp mijne geëerde Kunst-vrienden’ een mathematische handleiding ten behoeve van de mingeoefenden uit te geven, en daarnaast mengelwerk bestaande uit ‘eener keurige versaameling van mathematische voorstellen […] ten dienste der geenen, welcken zich in de gemeene, en verhevene deelen der wiskunde zouden willen oeffenen’.
De opgaven worden van een uitwerking voorzien. In een aantal afleveringen treffen we brieven van lezers aan, met daarin op- en aanmerkingen met betrekking tot de wijze waarop de theorie in de handleiding wordt behandeld, of hoe een bepaald vraagstuk is aangepakt. Daar wordt dan weer een reactie van Strabbe aan toegevoegd. Soms geeft Strabbe uitweidingen over onderwerpen die net buiten de theorie vallen, zoals zijn verhaal over de quadratuur van de cirkel.

Relatie tot andere periodieken
Als voorloper is ongetwijfeld de Mathematische Liefhebbery (1754-1769) te noemen. De verschijning van het periodiek van Strabbe sluit immers direct aan op de aankondiging van uitgever Jordaan om de Mathematische Liefhebbery in 1769 te discontinueren.
In het voorwoord voor in deel 2-1 kondigt Strabbe aan dat het helaas niet rendabel is gebleken voor zijn uitgever Morterre om dit project verder voort te zetten. Hij geeft de lezers in overweging of het niet de moeite waard is om gezamenlijk een genootschap te vormen met als doel om een dergelijk tijdschrift wél financieel rendabel te houden. In 1778 wordt de oprichting van het Amsterdams Wiskundig Genootschap, onder de zinspreuk: ‘Een onvermoeide Arbeid komt Alles te Boven’ door onder anderen Strabbe aangekondigd. Dat genootschap begint inderdaad met de uitgave van een tijdschrift – Kunst-Oeffeningen over Verscheide Nuttige Onderwerpen der Wiskunde (1779-1787) – en andere publicaties.

Exemplaren
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: P oct 686-689
¶ Full text deel 1 en deel 2

Literatuur
¶ D. Beckers, Het despotisme der mathesis. Opkomst van de propaedeutische functie van de wiskunde in Nederland, 1750-1850 (Hilversum 2003)
¶ S.B. Engelsman, ‘Het Wiskundig Genootschap en eerste secretaris Strabbe’, in: R.H. De Jong, T.W.M. Jongmans en P.H. Krijgsman (red.), Tweehonderd jaar onvermoeide arbeid (Amsterdam 1978), p. 9-19.

Danny Beckers