Onmondige (1782)

Titelbeschrijving
De Onmondige of Het Kind Spreekt de Waarheid; Vervat in een Samenspraak tusschen een Oome en zyn Nigje daar hy Voogd over is.

Periodiciteit
Voor nr. 1 van dit weekblad, volgens Sautijn Kluit (1881) gedateerd 3 juni 1782, wordt geadverteerd in de Diemer- of Watergraaf-Meersche Courant van 5 juni 1782: iedere maandagochtend vanaf 11 uur zal het verkrijgbaar zijn. Voor nr. 16 wordt in dezelfde krant op 23 september 1782 geadverteerd. Nr. 18 is vermoedelijk de laatste aflevering, gedateerd 30 september 1782.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 8 pagina’s in groot octavo. Het titelblok bevat de titel, het volgnummer en de datum. 

Boekhistorische gegevens
Colofon nr. 7:

Dit Vertoog-Werk zal precies alle Maandagen een Nommer van te bekomen zyn, te Amsterdam by van Laar Mahuet, Schuurman, Dempter en Elwé, Rotterdam D. Vis, Lindenberg en J. Hendriksen, ’s Hage van Drecht, Leiden F. Does en Herding, Dort Blussé en van Braam, Haarlem de Wed. van Brussel, Utrecht Stubbe.

De uitgever heeft op een gegeven moment problemen met de verzending van het blad naar enkele ‘Buitensteeden’. In de Diemer- of Watergraaf-Meersche Courant van 23 september 1782 meldt hij dat de Onmondige al drie weken niet naar enkele steden buiten Amsterdam is verstuurd. Daarom gebeurt dat voortaan op vrijdag of zaterdag, zodat het de maandag daarop in de winkel kan liggen. Verkoopadressen zijn in Amsterdam: Nutby, Demter en Schuurman.
Sautijn Kluit (1882) noemt de Amsterdamse boekverkoper Louwerens Nutbey Lz. als uitgever van de Onmondige. Ook de anonieme schrijver van het satirische Orde, welke men houden zal by de aanstaande plechtige begrafenis van den beruchten schryver der Diemermeersche Courant Theodorus van Brussel [z.p. 1783] wijst Nutbey als uitgever van de Onmondige aan (p. 13). 
Prijs per aflevering: 1½ stuiver.

Medewerkers
Het werk werd reeds door tijdgenoten toegeschreven aan Nicolaas HOEFNAGEL (1735-1784), een broodschrijver die zijn ergernissen over bijvoorbeeld collega-schrijvers en drukkers schmierend tot onderwerp maakte van zijn tijdschriften en pamfletten. Hij sympathiseerde met het opkomend patriottisme.

Inhoud
In de eerstgenoemde advertentie wordt het blad aangekondigd als een ‘doorkneet Staatkundig Vertoogwerk’.
Nr. 2 bevat blijkens de Diemer- of Watergraaf-Meersche Courant van 10 juni 1782 een versje op ‘de Beeltenis van den Hertog, doch echter omgekeerd’. Nr. 8 bevat blijkens dezelfde krant, van 22 juli 1782, een ‘zeer koddig Stukje by wyze van Toneelspel, voerende tot Tytel: De alarm slaande Tamboer der Engelschgezinde Cabalisten, of het Complot van heele en halve Verraders vol schrik en vrees’. In nr. 16 is volgens genoemde krant van 23 september 1782 te vinden ‘een Merkwaardigen Brief van een Heer in Leyden, aan zyn Vriend in Amsterdam’.
In nr. 9 van zijn Onmondige reageert Hoefnagel naar eigen zeggen op het pamflet Echo of scherpe weerklank (1782), waarin hij wordt uitgemaakt als ‘den prul of hongerigen broodrot Hoefnagel’ die aan de toren van de Westerkerk zou moeten worden opgehangen.

Relatie tot andere periodieken
Rijklof Michaël van Goens, regelmatig door Hoefnagel aangevallen, spreekt in de nrs. 55 en 56 van zijn Ouderwetse Nederlandsche Patriot (1781-1782) zijn afkeur uit over het ‘boevenschrift’ De Onmondige.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG): ZO 17766 (nrs. 1, 3-4, 10)
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 674 B 241-242 (nrs. 7 en 11)
¶ Full text nr. 7 en nr. 11

Literatuur
¶ Ton Jongenelen, ‘“O so mooy! O so fraay! O so curieus!” De Lanterne magique (1782-1783)’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 31 (2008), p. 124-135, aldaar p. 124-125
¶ André Hanou, ‘Bibliografie Nicolaas Hoefnagel (1735-1784), Dl. I’, in: Documentatieblad Werkgroep Achttiende Eeuw 1973, p. 21-31 (nt. 15)
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Nicolaas Hoefnagel als journalist’, in Nederlandsche Spectator 1881, p. 181.

Rietje van Vliet