Oude Echte Janus (1802)

Titelbeschrijving
De Oude Echte Janus.
Titelvarianten:
Janus Janus-Zoon (nrs. 1-46)
Janus (nrs. 47-80)
De Oude Echte Janus (nrs. 81-103)

Periodiciteit
Op zeker moment na nr. 80 (14 januari 1802) van de Janus verscheen bij een nieuwe drukker-uitgever, in doorlopende nummering én dito paginering, nr. 88 van De Oude Echte Janus, gedateerd 11 maart 1802. Omdat de tussenliggende afleveringen niet bewaard zijn gebleven, moeten we voor de exacte datering van de eerste Oude Echte Janus te rade gaan bij eigentijdse krantenadvertenties.
De nieuwe uitgever blijkt op 16 januari 1802 in de Oprechte Haarlemse Courant voor het eerst te adverteren  voor de Janus, in het bijzonder voor nr. 81. Die aflevering moet op donderdag 21 januari 1802 zijn verschenen.
De Janus heeft dus onder de titel Oude Echte Janus voortbestaan vanaf 21 januari 1802 (nr. 81) t/m 24 juni 1802 (nr. 103). Het weekblad werd eind juni 1802 verboden.

Bibliografische beschrijving
Net als de overige Jani tellen de afleveringen 8 pagina’s in groot octavo. Het titelblok is nagenoeg identiek aan dat van de Janus (1801-1802): hetzelfde titelvignet met aan weerszijden de jaartallen 1802 respectievelijk 1799 – in de Janus was dit: 1798 –, daaronder het motto ‘Cuique Suum’ – een omkering van het motto van de oer-Janus uit 1787 – het volgnummer, de verschijningsdag en datum.

Boekhistorische gegevens
‘Gedrukt en werd Uitgegeeven in Den Haage, by A. Rosmuller in het Kettingstraatje, en verder alöm te bekomen à één en één halve Stuiver’.

Rosmuller is een nieuwe naam binnen de familie van Janus-tijdschriften. Bekender was de Haagse boekverkopers- en drukkersfirma Sneyders en Van Tienen en Comp. Zij gaven niet alleen de Politieken Blixem uit, maar bijvoorbeeld ook, iedere donderdag, de Janus Janus-Zoon (10 juli 1800-21 mei 1801), die na die laatste datum werd omgedoopt tot Janus (28 mei 1801-14 januari 1802). Bij de transformatie tot Oude Echte Janus, januari 1802, zou deze drukkerscompagnie niet meer betrokken worden.
Jacob Sneyders en Marinus van Tienen hadden begin januari door dat beroepsoplichter Jacob Eduard de Witte van Haemstede, op dat moment in gevangenschap in Alkmaar en ooit medewerker van de Janus, de redactie voerde over een ‘valsche Janus’. Hij had zich het eigenaarschap van dit blad toegeëigend (Utrechtsche Courant 4 januari 1802). Iets dergelijks flikte hij ook met de Politieken Blixem, waaraan hij tijdens zijn detentie in Den Haag eveneens korte tijd had meegewerkt. Eenmaal overgeplaatst naar Alkmaar was hij een eigen tijdschrift onder diezelfde naam begonnen.
In genoemde advertentie protesteren Sneyders en Van Tienen tegen De Wittes inbreuk op hun kopijrecht op beide bladen en verklaren met instemming van de redacteurs:

dat J.E. DE WITTE, Gedetineerde op de Gevangen-Poort in den Haag, na van ons Ondergetekenden, meer uit meede lyden voor zyne arme Famille dan wel uit noodzaakelykheid, tot redacteur onzer Weekbladen, DE POLIETIEKE BLIXEM en JANUS, gebruikt en door ons als zodanig, om genoegzame redenen, bedankt te zyn: – dat J.E. DE WITTE zich heeft durven verstouten, zich als Eigenaar dier Bladen op te werpen, en met een laatdunkenden trotsch door een Circulairen aan alle onze Correspondenten te verzoeken, hem met hunne Correspondentien te willen favoriseeren; als meede, dat hy Redacteur, de verzending en incasseering van Penningen en het doen van Liquidatien aan zekeren MEYER, woonende alhier [Den Haag] op de Prinsegragt No. 4 heeft overgegeeven.” – Dit berigt oordeelden de Ondergetekenden noodzaaklyk en tevens genoegzaam voor eerlyke Boekverkooperen en Correspondenten, om hun de Schelmachtige [s]treeken en de zwarte ondankbaarheid van gemelden DE WITTE, die meer overschryver der toe gezonden Stukken dan wel Steller van gemelde Blade CIRCA zes weeken geweest is, te doen kennen, en hun voor dien ELLENDELING, wien eene eeuwige Gevangenis tot zegen zoude strekken, te waarschouwen. – Verders, vertrouwen de ondergetekenden, dat alle Boekverkoopers, die Bladen, gedrukt bij ROSMULLER, als een ROOF zullen beschouwen, en daar meede zodanig handelen, als zy in dergelyke gevallen, ter beveiliging van hun Eigendom, ter instandhouding van den Boekhandel en ter eere van de Vryheid der Drukpers, van hunne meede Confraters zoude verwachten, – terwyl zy op dien grond met de Uitgave hunner Weekbladen op de zelfden wyze zullen voordgaan.

De vermelding van Rosmuller in de advertentie is opmerkelijk: alsof De Witte zijn ‘valse Janus‘ bij hem had laten drukken. Wisten de redacteurs, die in een aparte advertentieregel verklaarden ‘zich te confirmeeren met bovenstaande Advertentie’, dan niet dat zij juist Rosmuller zouden vragen het drukwerk van de getransformeerde Janus, in casu de Oude Echte Janus, voor zijn rekening te nemen?
In het voorlaatste nummer van de Janus (nr. 79, 7 januari 1802) vaart een van de redacteurs uit tegen Jacob Eduard de Witte van Haemstede. ‘Ik dacht de eenige Man met twee Koppen te zyn’, zo zet deze Janus-schrijver zijn aanval op de ‘ellendeling’ in.

De Janus-schrijver wist vermoedelijk nog niet dat Van Tienen dubbelspel speelde, maar dat duurde niet lang. Op 19 januari werd de drukkerij van de firma Sneyders en Van Tienen en Comp. van overheidswege verzegeld, omdat er in nr. 102 van de Politieken Blixem een tekst (‘een Droom’) had gestaan die niet door de beugel kon. Van Tienen, ene mevrouw Van Nierop, en de burgers Bongers, Bernardus Bosch en Hespe moesten mee. Iedereen mocht ’s avonds naar huis, behalve Hespe, die door Van Tienen was aangewezen als de schrijver van de gewraakte droom. Van Tienen werd ‘onder handtasting ontslagen’ (Bataafsche Leeuwarder Courant 28 januari 1802).
Pas op 18 maart 1802 werd de drukkerij ontzegeld. Tot die tijd kon Sneyders niets meer uitrichten met zijn drie persen. Dit verklaart de snelle overstap van de Janus naar de Haagse boekdrukker Rosmuller, die vanaf donderdag 21 januari 1802 de Oude Echte Janus zou uitgeven: een titel waarmee het verschil met de ‘valse Janus‘ werd benadrukt.
Intussen was de relatie tussen Sneyders en Van Tienen er bepaald niet beter op geworden. Sneyders plaatste namelijk in de Amsterdamse Courant van 27 februari 1802 een lange advertentie. Hij wist nu dat Van Tienen als drukker betrokken was bij de productie van de ‘valse Janus’ van Jacob Eduard de Witte van Haemstede, die gedrukt werd bij Jacobus Wiegman in Delft. En ook had Sneyders gemerkt dat Van Tienen nog altijd uit naam van hun compagnie, die kennelijk was ontbonden, goederen bestelde, geld opnam, wissels trok en assignaties uitgaf ‘ook daar, alwaar dezelve niets te vorderen heeft’. Doe dus alleen zaken met de compagnie, waarschuwde Sneyders, als mijn handtekening erbij staat. Verder verklaart hij

Dat het doen drukken en debiteeren van gemelde Schandbladen [Janus en Politieken Blixem], door en by Wiegmans, te Delft, geheel buiten zyn [Sneyders’] medeweeten en toestemming geschiedt; en door hem Ondergetékende, en de Echte of oorspronglyke Redacteurs van de Politieke Blixem en Janus, by Rosmuller in Den Haag, wordende uitgegeven, – als een inbreuk en illusie, of bespotting, ten aanzien van de Justitie (na het verzégelen der Drukkery en der ingrediënten van dien, der gemelde Compagnieschap) wordt beschouwt, en – in een tweede opzicht, op deze Ondergetékendens en der Echte Redacteurs, van de Politieke Blixem en Janus, hun wettig Recht en Eigendom (door het vervolgen en doen aandrukken op hunne Numero’s, en strydig met den styl en in den Boekhandel altoos geëerbiedigden en practicabelen régel) is indringende […].

Ruim een week later, op 11 maart 1802, haalde de redacteur van de Oude Echte Janus (nr. 88) flink uit naar Van Tienen. Die had zich schuldig gemaakt aan ‘bedrog en onëdelen handel’ door het ‘nadrukken van onzen Tytel, Motto en Nommer’.
De relatie tussen de redacteurs en Sneyders heeft niet echt onder druk gestaan, al was hij niet meer betrokken bij de Oude Echte Janus. – Misschien wilde Sneyders dat ook niet meer? In de laatste afleveringen wordt als correspondentieadres gegeven de uitgevers Sneyders en Meyer, ‘in de Boekhorststraat Wyk U No. 259’.

Medewerkers
In het blad wordt gesproken van ‘de redacteurs’. Bernardus BOSCH (1746-1803), radicaal patriot in hart en nieren, was de voornaamste redacteur. Ooit begonnen als predikant in Diemen, maar nadat zijn positie als voorganger onmogelijk was geworden, maakte hij naam als broodschrijver en later ook politicus.
Vanaf nr. 55 van de Janus Janus-Zoon hebben ook andere auteurs bijdragen geleverd, aldus Van Wissing. Welke bijdragen dat waren en of dit ook gold voor de Oude Echte Janus, is niet bekend. Het gaat om Pieter ’T HOEN (1744-1828) en Pieter Philips Jurriaan Quint ONDAATJE (1758-1818). Beide patriotten hebben sporen verdiend in de journalistiek: ’t Hoen met zijn Post van den Neder-Rhyn (1781-1787), en Ondaatje met onder andere de Courant van Waarheid en Gezond Verstand (1795-1796).

Relatie tot andere periodieken
De Oude Echte Janus is in vele opzichten een voortzetting van de Janus (1801-1802), die zelf weer een gewijzigde titel is van de Janus Janus-Zoon (1800-1801). Van de Janus (1801-1802) bestaat een valse Delftse variant; die net als de Oude Echte Janus in juni 1802 werd verboden.

Inhoud
Satirisch patriots blad. Binnen één aflevering wordt gebruikgemaakt van diverse literaire vormen. Die vormen variëren van quasi ingezonden brieven (bijvoorbeeld over het drankgebruik en hoererij tijdens de wijkvergaderingen), dito advertenties, nieuwsberichten, zeetijdingen tot dichtstukjes, samenspraken, vertogen (bijvoorbeeld ‘getrokken uit de nagelatene Schriften van myn Overgrootvader’, in casu Janus den Ouden).
Sommige stukjes zijn niet zozeer satirisch als wel informatief, bijvoorbeeld over de zittingsduur van de huidige leden van het staatsbewind, de begroting per ‘ministerie’, en een lofzang in proza op ‘den Grooten Buonaparta’ wegens de zojuist gesloten Vrede te Amiens, die nu eindelijk in Europa de vrede zou inluiden. Opvallend zijn de vele verwijzingen naar de valse Janus en de valse Politieken Blixem, en naar gefingeerde kooplieden uit Alkmaar in fake advertenties.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 3166 G 3
¶ Full text Janus (Haagse editie) en Oude Echte Janus
¶ Full text Janus Janus-Zoon
¶ Full text Janus (Delftse editie)

Literatuur
¶ Arianne Baggerman, ‘“Alles kan gebeuren”. Het verborgen tweede leven van Jacob Eduard de Witte’, in: Cis van Heertum, Ton Jongenelen, Frank van Lamoen (red.), De andere achttiende eeuw. Opstellen voor André Hanou (Nijmegen 2006), p. 167-201
¶ Pieter van Wissing, ‘“De voetstappen van den onsterfelijken Grijsaart”. Janus en zijn opvolgers (1787-1802)’, in: Tijdschrift voor Tijdschriftstudies #20 (2006), p. 6-15
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003), p. 108, 111, 305, 316-318
¶ C.W. Bruinvis, Jacob Eduard de Witte van Haemstede (z.p. [1987]), p. 8-14
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Janus; de Politieke Blixem; en beider gevolg’, in: De Nederlandsche Spectator 1867, nr. 44, p. 347-352.

Rietje van Vliet