Parnassus Courant (1742)

Titelbeschrijving
Parnassus Courant of Dagverhaal uit het Campement van ’t Haagsche Bos.

Periodiciteit
Er zijn slechts twee afleveringen bekend: nr. 1 (over 29 mei – 5 juni 1742) en nr. 2 (over 7 juni – 19 juni 1742). Vermoedelijk zijn er niet meer verschenen, getuige de opmerking aan het einde van nr. 2: ‘Den 18. Juny is de Monsteringe gedaen: en den 19. is het Campement opgebrooken’.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 4 pagina’s in kwarto, doorgenummerd van 1-8. In het titelblok staan aan weerszijden van een houtsnede met postrijder de nummeraanduiding en het jaartal. Onder dit titelvignet staat de titel van het blad, gevolgd door de eerste datum van de periode die behandeld wordt.
De tekst van de periodiek staat op rijm.

Boekhistorische gegevens
De colofon aan het einde van de afleveringen meldt: ‘In ’s Gravenhage, by H. Scheurleer Nic. Zoon, in de Schoolstraat’.

Medewerkers
Over de auteur is weinig meer bekend dan dat hij waarschijnlijk deel uitmaakte van de troepen die in het Haagse Bos hun kampement hadden opgeslagen. Hij moet op moment van schrijven de vijftig al zijn gepasseerd. Op p. 2 herinnert hij zich namelijk een ongelukkig voorval, ‘wanneer ik was te velden’ onder aanvoering van Fagel, tijdens het beleg van Doornik (p. 2). Dit beleg vond plaats in juli 1709.

Inhoud
Het terrein bij de Maliebaan, in het Haagse Bos, werd vanouds gebruikt voor monstering der troepen door de Gecommitteerde Raden. In mei en juni 1742 had een regiment soldaten er zijn kampement opgeslagen. Het kenmerkte zich door zijn grootse opzet, zijn indrukwekkend militair vertoon en de grote publieke belangstelling bij de parades.
De Parnassus Courant beschrijft de krijgsoefeningen en de kermisachtige taferelen op het terrein waarbij het krijgsvolk verslagen wordt door ‘een Corps van ligte vrouwen’ en verblindend mooie Haagse meisjes.
In nr. 2 wordt met instemming verwezen naar D. Marot junior, Plan van ’t campement door de guardes te paert en te voet […] Op den 29. mei 1742 in ’t Haagsche Bosch bezyde de Maliebaan betrokken (’s-Gravenhage, A. Moetjens 1742): ‘Vaar voort ons van uw’ hand veel stukken steets te geeven’ (p. 7). Tussen de regels door wordt de lezer herinnerd aan de Oostenrijkse Successieoorlog, die deels werd uitgevochten in de Zuidelijke Nederlanden. Een vredewens klinkt: ‘Ach! dat de Vrede […] zij van gewenschte duur!’ (p. 8).

Exemplaren
¶ Den Haag, Gemeentearchief: W i 98 (nrs. 1-2)
¶ Full text nr. 2

Rietje van Vliet