Patriot, of Hollandsche Zedenmeester (1742-1743)

Titelbeschrijving
De Patriot, of Hollandsche Zedenmeester.

Periodiciteit
Dit weekblad verscheen in de periode 13 juni 1742 t/m 24 juli 1743. De 60 afleveringen zijn verzameld in twee delen; deel 1 besluit met 26 december 1742.
Volgens een advertentie in de Leydse Courant van 26 september 1742 kwam het blad altijd op woensdag uit.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen (in octavo) zijn buiten het voorwerk gepagineerd 1-240. Elke aflevering telt acht pagina’s.
Het voorwerk van deel 1 heeft een titelpagina, een Voorreden, en een Korte inhoud der vertogen. De titelpagina heeft een vignet, ‘Besoet inven et fe’, waarop een boekvertrek is afgebeeld. Het geheel is omkranst door guirlandes, wetenschappelijk instrumentarium, en beelden. Op de voorgrond bevindt zich een man, met een soort mand (de wan der waarheid?), en daarnaast enkele putti die wijzen op in het rondvliegende papieren. Deze hebben opschriften als ‘matigheid’, ‘Vreyheijt’.
Deel 2 heeft geen voorwerk.
Het titelblok van elke aflevering geeft achtereenvolgens nummer- en datumaanduiding, short title, motto/citaat.

Boekhistorische gegevens
Titelpagina: ‘In ’sGravenhage By Pieter van Cleef, Boekverkoper op ’t Spuy. 1743’.
De colofons zijn een enkele keer uitgebreider, en geven dan op (zoals in nr. 2) dat het blad naast Van Cleef ook verkrijgbaar is: ‘Amst: Uytwerf, Rotterd: Beman, Leiden Hasebroek, Haarlem van Lee, Utrecht Visch, Dort van Braam, Leeuwaarden van Dessel, Middelburg Meerkamp, Nymweegen Hymans, Alkmaar Coster, Gouda Staal’. Later komen daar nog enkele verkooppunten bij.

Medewerkers
De onbekende auteur wordt bijgestaan door inzenders, die af en toe fictieve namen dragen als Fabius Pictor of Klaus Weerhaan, maar soms initialen dragen als: F.G., S.N., C.Z., H.G.Z.
Opvallend is dat de laatste afleveringen vaak in beslag worden genomen door overgenomen teksten uit de De levens-beschryvingen der Nederlandsche konst-schilders en konst-schilderessen van Jacob Campo Weyerman. De auteur zelf heeft blijkbaar zijn kruit verschoten. Aangezien er in dit blad ook bijdragen verschijnen van de reeds genoemde Fabius Pictor, lijkt het mogelijk dat ook hijzelf afkomstig is uit de kunstwereld.

Inhoud
Dit ietwat amateuristische spectatoriale weekblad zegt, in zijn eerste vertoog, ‘aan onze Landgenoten, de plichten en denkbeelden in [te willen] scherpen, die met de verhevenheid der waare deugd overeenstemmen’. Het zal proberen tegelijk vrolijk en ernstig te zijn (die vrolijkheid is zelden te vinden). De titel Patriot moet begrepen worden als die van de Duitse Patriot (in het Nederlands vertaald in 1732). Hier, en in de voorrede, wordt gestipuleerd dat het blad niet over individuen zal gaan, en zich niet tegen het gezag zal richten. Men hoopt op lezers, hoewel de Algemeene Spectator al bestaat.
Er worden voor een spectator typerende onderwerpen behandeld als: mode; stuursheid; eerzucht; lediggang; zich als monarchen gedragende schoolmeesters. De Westerse/Nederlandse merkwaardige gewoonten in de samenleving worden aan de kaak gesteld in een reeks brieven van een bezoekende Indiaan, Guacanarillo. Uiterst vreemd is dat Hollandse gastheren desgevraagd weigeren hun gasten hun horloge cadeau te doen. Erger nog is dat ze de bezoeker hun dochter niet afstaan voor een nachtje. Héél vervelend.
De toegevoegde Voorrede acht het vervelend dat die Algemeene Spectatorenkele weken later (vertoog 7) een aan de Patriot ingestuurd vertoog over de opvoeding der jeugd opnieuw gepubliceerd heeft. – In nr. 13 (29 augustus 1742, p. 101) blijkt de auteur op de hoogte van ‘de wekelyksche Redenaar of Amsterdamsche Merkurius’.

Relatie tot andere periodieken
De auteur vergelijkt zijn Patriot met de Algemeene Spectator (1731-1746) en met de Patriot. Of Duitsche Zedemeester (1732) die een vertaling is van het spectatoriale Duitse weekblad Der Patriot (1724-1726).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: Y 3595

André Hanou