Pedagoog (1764-1766)

Titelbeschrijving
De Pedagoog, in tweeënvyftig Vertoogen.

Periodiciteit
Het blad verscheen om de veertien dagen van 2 november 1764 t/m 17 oktober 1766 (52 afleveringen). De titelpagina van de gebundelde afleveringen dateert uit 1766.
Het lijkt erop dat het debiet uiteindelijk tegenviel. In de na afloop geschreven ‘Voorreden’ schrijven de auteurs enigszins teleurgesteld dat er sprake is van een ‘overtollige veelheid van Periodique blaadjes, waar onder de drukkende Drukpers zwoegd en hijgd’. Bovendien, zo geven zij toe, zou het wellicht meer in de smaak zijn gevallen als ‘de tijtel [van de Pedagoog] weitser en minder Magistraal’ was geweest en zij wat vaker ‘het eerwaardig koor der geestelijken nu en dan eens scherp [hadden] geroskamt’.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 8 pagina’s in octavo. Het geheel telt 416 doorgenummerde pagina’s. Aan de bundel afleveringen zijn behalve een titelpagina toegevoegd: een ‘Voorreden’ (2 p.), ‘Inhoud der Twee-en-vyftig Vertoogen’ (2 p.) en ‘Zinhinderende Drukfeilen dus te verbeteren’ (2 p.).
De titelpagina wordt opgesierd met een titelvignet: een putto met op de achtergrond een arcadisch landschapje. Op de banderol staat ‘Per Haec Meliora’. Het titelblok van de afzonderlijke afleveringen bevat achtereenvolgens de titel, het volgnummer, de datum en een passend citaat.

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de titelpagina luidt: Te Amsteldam, By Hermanus de Wit, Te Rotterdam By Abraham Bothall. Boekverkoopers’.  De stoklijst van nr. 1 bevat de volgende gegevens:

Deeze Vertoogen, zullen alle veertien dagen des Vrijdags uitgegeven worden, en te bekomen zijn, te Amsterdam bij Hermanus de Wit, Haarlem J. Bosch, Leiden C. v. Hogeveen, ’s Hage Wed. O. v. Thol en Zoon, Delft H. Sterk, Rotterdam Abr. Bothall, Gouda G. de Vry, Dord. A. Blussée, Middelburg P. Gillissen, Utrecht A. v. Paddenburg, Breda J. v.d. Kieboom, ’s Bosch Pallier, Hoorn Tjallingius, Harlingen F. v.d. Plaats, Maassluis vander Burg, Z. Zee P. v.d. Thoorn, Goes J. Huisman. Dit Vertoog word gratis uitgegeven, en de volgende voor 1½ stuiver ieder Vertoog.

Medewerkers
De Voorreden is geschreven in de wij-vorm, wat duidt op een meerkoppige redactie. De schrijvers stellen zich in nr. 1 voor: een gezelschap van zes personen, ‘alle van onderscheide Studien’ en dito karaktertrekken: Aristus, Aximander, Philetes, Dorantes, Leander en Camillus. Ingezonden bijdragen zijn niet welkom omdat er onder de eventuele contribuanten doorgaans nogal wat kwaadsprekers zullen zijn (p. 7). Sommige afleveringen zijn overigens in de ik-vorm geschreven (bijv. nr. 5) en een aantal briefschrijvers richt zich tot ‘Mijn Heer Pedagoog’ (nr. 6) in enkelvoud.
In nr. 7 staat een beschrijving van de speurtocht van lezers naar de identiteit van de redactie en de uitgever: er waren lezers die vermoedden dat niet Hermanus de Wit de Pedagoog had uitgegeven maar Cornelis van Hoogeveen Junior uit Leiden en Abraham Bothall uit Rotterdam. Elders werd er gefluisterd dat Gouda de geboorteplaats was van de Pedagoog, maar ook Amsterdam, Leiden en Rotterdam worden in dit verband genoemd. De gissingen worden in dit nummer steeds zotter. Het resultaat van deze duizelingwekkende exercitie is dat de schrijvers nog altijd onbekend zijn en onbekend willen blijven.

Inhoud
Spectatoriaal tijdschrift met vertalingen en stukken van eigen vinding. Bij tijd en wijle humoristisch.
In nr. 1 worden de doelstellingen van het schrijverscollectief uiteen gezet. Gemeenschappelijk is hun weerzin tegen ‘gezelschappen der zoogenaamde Politijken’. Het zestal komt al vijf jaar wekelijks bijeen, wat inmiddels een aardige collectie ernstige en boertige verhandelingen heeft opgeleverd. Met ernst en boert kan men

de kennis van zijn’ Aankweekling vermeerderen; de verwarde denkbeelden, dewelke zich aan ’t weeldrig verstand der Jeugd’ voordien, voorzichtig opklaren, en hen, op eene aangename wijze, bereiden voor alles het welk de hoogheid der zieke uitmaakt; en waar door het menschelijk wezen zich boven het dierlijke verheft.

De vertogen zelf hebben zedenkundige thema’s, variërend van dronkenschap en hypochondrie tot en met dichtkunst, hobby’s, het huwelijk, astrologie, deïsterij en opvoeding van kinderen.
Het onderwerp vrouwen neemt in de vertogen een belangrijke plaats in. Zo is er een ‘Satijrike beschrijving van den heer G… en zijne meesteresse, de bevallige Agneese’ (nr. 8), een ‘Brief van Jan Wittekéés aan den Pedagoog, behelzende een vraag over ’t beste middel om zijn Vrouws kwaataardige natuur te genezen’ (nr. 31), een ‘Onderrigting aan de schoone Sexe, over de gepaste middelen om behagelijk te zijn’ (nr. 38), een ‘Voorschrijving der Regels aan de Dames, om de Mouches gelukkig te plaatzen’ (nr. 40) en een ‘Brief […] behelzende het Caracter van een deuchtzaame Vrouw’ (nr. 44).
De literaire vormen verschillen. Er staan fabels in, dromen, oosterse vertellingen, verhalen, geneeskundige redevoeringen, reisbeschrijvingen, brieven, satirische beschrijvingen, ernstige vertogen en dichtstukjes.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: KW 366 G 4
Full text

Rietje van Vliet