Politieke Kruyer (1782-1787)

Titelbeschrijving
De Politieke Kruyer

Periodiciteit
Van dit weekblad verschenen tussen woensdag 25 september 1782 en circa 10 september 1787 totaal 482 genummerde, ongedateerde afleveringen, die tussen 1783 en 1788 in tien delen werden gebundeld.
Van de gebundelde uitgaven zijn alleen voor de eerste drie delen vignetten ontworpen. Pieter Wagenaar ontwierp het vignet voor deel 1 (1783) en Cornelis van Cuylenburgh junior voor de delen 2 en 3 (beide 1784), die zijn gegraveerd door respectievelijk Theodorus Koning en Jan Gerritsz. Visser.

De Politieke Kruyer kreeg regelmatig met verboden te maken. Zo verbood Amsterdam in juli 1783 de verkoop van de titelprent van deel 1, een plaat waarop was te zien hoe het ‘heerschzugtig Hoofd’ de Vrijheid (= de Nederlandse maagd) aanvalt. Bijna iedereen zag achter het ‘heerschzugtig Hoofd’ de Hertog van Brunswijk opdoemen. In een berijmd onderschrift riep de auteur ‘U o Belgen’ [= Nederlanders] op eigendom en vaderland te verdedigen tegen het ‘wangedrogt’. Dat riep in Amsterdam en daarbuiten veel kritiek op.


In de Zuidhollandsche Courant van 22 december 1783 probeerden de schrijver en de uitgever een onschuldiger verklaring voor de titelplaat te geven, door niet de hertog, maar het ‘heerschzuchtig Engeland’ als aanvaller van de Nederlandse maagd voor te stellen. Het hielp niet: de schrijver, Wagenaar en Koning werden desondanks gedagvaard.
De oranjegezinde Utrechtse politicus ‘gatlikker’ Nicolaas Pesters wilde van de gelegenheid gebruik maken en probeerde justitie vergeefs tot een verbod van het hele blad te bewegen. Alles liep met een sisser af.
Ook een latere poging om het blad te verbieden, deze keer door de politiek labiele Amsterdamse burgemeester Joachim Rendorp, mislukte. Niettemin werd De Politieke Kruyer gedurende de looptijd regelmatig in gewesten en steden verboden, zoals in Gelderland (1786), Amsterdam, (1785), Edam, Utrecht en Zaltbommel (alle in 1787).
Veel impact had het verbod in april 1785, onder andere vanwege Kruyers bewering dat Amsterdam een afzonderlijke vrede met Engeland had willen sluiten. De nauwelijks verhulde kritiek richtte zich op het eigenmachtig optreden van de burgemeesters Willem Gerrit Dedel en Joachim Rendorp. Het stuk was ook een aanklacht tegen wat de ‘Aristocratische en Familie-cabaale’ werd genoemd in een brief van maart 1785 van zekere Justus Plebejus in nr. 224.
De schrijver en zijn uitgever gingen na een veroordeling de gevangenis in en moesten bij vrijlating de gebruikelijke boete of borgsom van 3000 gulden betalen. Die werd snel via crowdfunding bijeen gecollecteerd, terwijl de schrijver zelf tijdens zijn detentie gefêteerd werd en later een triomfantelijke tournee door het land maakte. De schrijver gaf zijn bezoekers na hun bezoek een visitekaartje mee met de tekst:

Mr. J.C. Hespe bedankt voor het bezoek in de Gevangenis.

Het vonnis (2 juni 1785) beslaat 25 bladzijden druks en is ook apart verschenen met een aantal reacties. Hespe kreeg daarin toenamen als ‘vrijheidszoon’, ‘de man met het beste hart’, ‘de belangelooze’’de moedige’ en ‘de belager van eene gevloekte aristocratie’.
Bij de inval van de Pruisen in september 1787 hield De Politieke Kruyer op te bestaan.

Bibliografische beschrijving
Aanvankelijk op een half vel, in octavo. Nr. 2 bevat al tien pagina’s, daarna kwamen regelmatig twee nummers per week of een heel vel uit. Na nr. 27 besloot de uitgever wekelijks een dubbelnummer uit te geven, doorgaans op de vrijdag. De verdubbeling van het aantal pagina’s is illustratief voor het succes van het weekblad.

Boekhistorische gegevens
De Amsterdamse boekverkoper en courantier Jan Verlem, ‘in de Warmoesstraat, het derde huis van de Pijlsteeg’ gaf De Politieke Kruyer uit. Hij was ook uitgever van de Nederlandsche Courant en de Noordhollandsche, later Diemer- of Watergraafsmeersche Courant. Een nummer kostte 1½ stuiver, vanaf nr. 27 twee stuivers.

Medewerkers
De belangrijkste schrijver was mr. Johannes Christiaan HESPE (1757-1818), advocaat en tevens als medewerker betrokken bij de Nederlandsche Courant van Verlem. Hij ontving drie dukaten per aflevering. Hespe was doctor in beide rechten, maar kwade tongen beweerden dat hij nooit een academie had bezocht en zijn titel via een bevriende hoogleraar ‘was aangewaaid’. Met andere woorden: hij trompetterde wat anderen hem voorzeiden.
In Harderwijk vertaalde Hespe ‘eenige drooge’ Latijnse theses, die uiteindelijk tot zijn promotie op 17 augustus 1781 hebben geleid. In Amsterdam vestigde hij zich als advocaat; druk werd het niet in zijn praktijk. In 1786 werd hij secretaris van de burgersociëteit, opgericht om via de burgerkrijgsraad invloed op de (Amsterdamse) vroedschap te krijgen.

De naam van het weekblad wijst op een kruier die de brieven van geestverwanten van Hespe en Verlem onder het publiek moet bestellen. Tientallen veelal anonieme correspondenten droegen bij, maar van verschillende inzenders kennen we wel de namen, zoals de Zutphense (mars)dichter Engelbert CASPERS, die ook voor De Post van den Neder-Rhijn correspondeerde, de secretaris van de Leidse vierschaar Cornelis Pieter CHASTELEIN, de Herenvener Reinier DIBBITZ die later het weekblad Heraclyt en Democryt op zijn naam zou zetten, de Amsterdamse dichter W.A. FERBER, de Alkmaarse ontvanger Willem HOFDIJK, de bij patriotten geliefde Amsterdamse burgemeester Hendrik HOOFT Dz., de genootschapsman Jan VOORMAN en de Tilburgse lakenfabrikant Pieter VREEDE: allen min of meer uitgesproken patriotten. Mogelijk gaat Nicolaas HOEFNAGEL schuil achter het pseudoniem Klaas Hoefspijker, die enige keren over Monnickendam schrijft. Ultrajectinus behoort tot de schrijvers die de meeste brieven inzond – hij schreef vooral over de stad Utrecht.

Inhoud
De Politieke Kruyer is, politiek gezien, het iets jongere maar brutalere broertje van De Post van den Neder-Rhijn: de bedaagde Pieter ’t Hoen naast de impulsieve Hespe. Hun bladen trokken samen duizenden lezers gedurende de gehele patriottentijd. Hespe beantwoordt de ingekomen brieven meestal meteen, soms scherp, in gezwollen taal, veelal langdradig, maar hij vermijdt vreemde en bastaardwoorden.
De redacteur en zijn correspondenten van De Politieke Kruyer schreven, zoals een tijdgenoot zei, niet altijd ‘op een beschaafde wyze over regeeringspersoonen en staatszaaken’, en gaven ‘greetig loopende vertellingen voor zekere waarheeden’ op. Anderen typeren hem als een hartstochtelijke, maar weinig begaafde schrijver.
De geschiedenis van de verboden geeft aan dat Hespe geen blad voor de mond nam en ook zijn correspondenten de ruimte gaf hun ongenoegen te ventileren; vooral in Holland. Grote delen van de (Amsterdamse) burgerij waren ontevreden met de conservatieve stadhouder Willem V en zijn dito regenten, die hen geen enkele politieke invloed toestond. Al in het openingsnummer zette Hespe de toon: het erfelijk stadhouderschap heeft de burgers in de Republiek na veertig jaar slechts onderdrukking, maar geen vrijheid gebracht. Mogelijk lag dat, aldus de redactie, aan het feit dat Willem V de functies stadhouder, kapitein-generaal en admiraal-generaal in één persoon uitoefende, maar al gauw hekelden Hespe en zijn correspondenten het gebrek aan lokale politieke invloed.
Talloze correspondenten signaleerden ‘misstanden’ in hun woonplaats, terwijl Hespe zelf zijn Amsterdamse regenten voortdurend de maat nam. Daarbij schroomde hij niet zelf de straat op te gaan en bijvoorbeeld de Amsterdamse vroedschap Nicolaas Calkoen bij de kraag te vatten om hem patriotse ‘mores’ bij te brengen. Het leidde niet alleen tot een rel, maar Hespe werd er ook voor vervolgd: in 1788 werd hij bij verstek veroordeeld tot ‘eeuwige’ verbanning uit Holland en West-Friesland. Dat verhinderde hem niet na 1795 zijn loopbaan in publieke functies en als schrijver succesvol te vervolgen.

De Politieke Kruyer maakte in belangrijke mate deel uit van de opkomende patriotse opiniepers die, zolang het blad zich tegen de stadhouder keerde, werd gedoogd door het patriotse Amsterdam, waar schrijver en zijn uitgever zetelden. De scherpe pen van de anonieme ‘Politieke kruyersbaas’, die ook nog eens allerlei pseudoniemen gebruikte, bracht het oranjegezinde smaldeel, vooral de conservatieve aristocraten, keer op keer in het nauw.
Kwesties als het verraad van vaandrig Jacob Eduard de Witte en Pieter van Brakel komen uitvoerig aan de orde. Zij zouden geheime informatie aan de Engelsen hebben doorgespeeld waarmee een vijandelijke landing op de Zeeuwse eilanden een kansrijke militaire operatie werd. Het perfide Engeland zocht zo voortdurend gelegenheden de Republiek te overmeesteren, meenden Hespe en zijn correspondenten. Daarom moest de burger zich oefenen in het omgaan met wapens, het liefst in het openbaar om mogelijke tegenstanders (zoals de stadhouder) te waarschuwen. De legitimatie vinden zij in het recht op ‘geschikte zelfsbeschikking’ (zie bijvoorbeeld nr. 26).
Maar ook werden individuele patriotten en oranjegezinden over meerdere afleveringen gevolgd. De redactie steunde de kritische patriotse hoogleraar Frederik A. van der Marck in zijn overigens succesvolle poging een professoraat in Deventer te verwerven, en hekelde oranjegezinden als de predikant Dingeman Wouter Smits en de vroedschap Rijklof Michael van Goens, als schrijver van Het Politiek Vertoog en andere antipatriotse geschriften.

De Politieke Kruyer heeft veel (anonieme) reacties opgeroepen, zoals:
Wouter de Watergeus, nageleezen, of Proeve van antwoord aan den Schryver van den Brief in den Politieke Kruyer, no. 106 ] (1784)
¶ [J. le Francq van Berkheij], Samenspraak tusschen Govert Bidloo, Romain de Hoog en de Politieke Kruijer in de Acheronse Velden (1784)
Briev van Doelicus Patriot, jongste zoon van de Ouderwetschen Patriot, aan den advocaat mr A.V.K., [= Elie Luzac] resideerende te Cl … over de tytelplaat van den Politieken Kruyer, mitsgaders antwoord en advys van denzelfden advocaat (1784)
¶ Machétas, Open brief aan den opsteller van het bericht van schout en schepenen der stad Amsterdam aan de Staten van Holland etc., in de zaak van J.C. Hespe en J. Verlem […], dienende tot eenige opheldering van hetzelve bericht (Utrecht 1785)
Bericht van schout en scheepenen der stad Amsterdam aan Haar Ed. Gr. Mog. de Heeren Staten van Holland en Westfriesland in de zaake van mr Jan Christiaan Hespe (1785)
Déclararoir[sic], somnatie en protest van M. Joannes Christianus Hespe burger en advocaat voor den gerechte der stad Amsterdam, tegen M. Willem Cornelis Backer fungerende als hoogschout derzelver stad en verdere personen, welke in deeze betrokken zijn (1788)
Missive van een Amsterdammer aan zyn vriend te Groningen, betreffende de procedures tegens mr Jan Christiaan Hespe en de boekverkoper Jan Verlem (1788).

Relatie tot andere periodieken
Verscheidene malen hebben lokale autoriteiten getracht De Post van den Neder-Rhijn te verbieden. Op 12 en 17 december 1782 stond Post-uitgever Van Paddenburg voor het Utrechtse gerecht. Hij won het proces. Natuurlijk volgde De Politieke Kruyer dit proces tegen ‘het Postje’ op de voet, getuige een aantal vertogen over deze zaak.
Er zijn talloze sneren en reacties in andere bladen aan te treffen, onder meer in De Post van den Neder-Rhijn, Philarche, Krelis en Louw (waaraan Hespe ook meewerkte) en de Utrechtsche en de Geldersche Courant.

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 947 F 4
¶ Full text deel 1deel 2deel 3deel 4, deel 5, deel 6, deel 7, deel 8, deel 9 en deel 10

Bronnen
Over de rechtszaak in 1785:
Remonstrantie van het Hof, tegen het declaratoir by haar Edele Groot Mogenden […] genoomen, waar by het Hof is verklaart, onbevoegt tot het requireeren der verhooren voor den regter […] in zaaken waar in crimineel […] geprocedeert is. Relatief tot […] de zaak van mr. J. Hespe en J. Verlem (Amsterdam 1785) (Knuttel 21099)
¶ Cornelius Wilhelmus Decker, De volgens eed en plicht verschuldigde achting […] der Amsteldamsche burgery opgewekt, door betoog, dat derzelver achtbare rechters, in de zaake van […] J. Verlem en mr. J.C. Hespe […] allezints den rechten dezer landen […] overeenkomstig hebben gehandelt (Amsterdam 1785) (Knuttel 21108)

Literatuur
¶ N.C.F. van Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900 (Amsterdam 2004), p. 175-194 en passim
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus 1787. Opkomst en ondergang van een achtttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003), passim
¶ Peet Theeuwen, ‘Johan Christiaan Hespe. Proces tegen een ‘Poltieke Kruyersbaas” en zijn uitgever’, in: Anna de Haas (red.), Achter slot en grendel. Schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800 (Zutphen 2002), p. 192-199
¶ Peter Altena, ‘Jacob Eduard de Witte (1763-1853) Van landverrader tot schrijver’, in: Anna de Haas (red.), Achter slot en grendel, p. 182-191
¶ Pieter van Wissing, ‘”Al weder wat nieuws van de Geldersche tieranny’. Uit het leven van de ‘braave Autheur ‘Engelbert Caspers’, in: Zutphen. Tijdschrift voor de Historie van Zutphen en omgeving 19/1 (2000), p. 11-21
¶ Ton Jongenelen, ‘Van smaad tot erger’. Amsterdamse boekverboden 1747-1794 (Amsterdam 1998), nrs 144, 157 en 172
¶ H. Italië, ‘Mr. Johannes Christiaan Hespe’, in: Amsterdamsch Jaarboekje (1903), p. 30-65
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘De Politieke Kruyer’, in: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, derde reeks, eerste deel (’s-Gravenhage 1882), p. 176-263.

Pieter van Wissing