Politieke Snapper (1785)

Titelbeschrijving
De Politieke Snapper.

Periodiciteit
Zaterdags weekblad, dat tussen 16 april en 5 november 1785 in 31 afleveringen verscheen. Het blad maakte de jaargang niet vol, omdat het op 1 november 1785 op instigatie van de schout werd verboden door de burgemeesters van de stad Leiden. De nrs. 28 en 29 werden in beslag genomen. De nrs. 30 en 31 verschenen gelijktijdig op 5 november, nadat het verbod reeds in werking was getreden.

Bibliografische beschrijving
Het blad, in octavo, telt 4 pagina’s per nummer en is in zijn geheel ongepagineerd. Na het titelblok – met titel, datum en volgnummer – begint direct de tekst, opgemaakt in twee kolommen. De bewaard gebleven exemplaren hebben geen afzonderlijke titelpagina.

Boekhistorische gegevens
Het tijdschrift werd uitgegeven bij de Leidse ‘oortjesboekverkoper’ Christoffel Frederik Koenig (1756-1796), die een zaak had op het Rapenburg. Hij werd zo genoemd, omdat zijn tijdschriften slechts enkele duiten (‘oortjes’) kostten.Koenig was een fanatieke patriot en lid van het Leidse exercitiegenootschap. Met zijn uitgaven speelde hij in op de vraag naar politiek leesvoer.
In het colofon bij het eerste nummer wordt gemeld dat De Politieke Snapper bij Koenig ‘en verder alom’ verkrijgbaar was.
Een los nummer kostte vier duiten. Kennelijk ging Koenig ervan uit dat hij veel meer nummers zou uitgeven, want hij gaf kopers die meerdere nummers in één keer bestelden korting: het blad kostte

de 12 voor vier stuivers, de 25 voor 8 de 50 voor 14 en de 100 voor 25 stuivers, zoo dat, die ’er 100 te gelyk neemt, heeft dezelve voor twee duiten het stuk.

In hetzelfde colofon meldde Koenig ook dat zijn tijdschrift De Post voor de Boeren (1785), waarin het platteland werd opgeroepen om vrijkorpsen op te richten,1 stuiver per nummer kostte.
Volgens Van Goinga was de oplage van De Politieke Snapper 2200 exemplaren.

Medewerkers
Net als bij De Politieke Praatvaar (1784-1785) werd de redactie van De Politieke Snapper voornamelijk gevoerd door de Leidse jurist en literator Jan STEENWINKEL (1754-1812). Hij was lid van diverse Leidse letterkundige genootschappen en een ijverig patriot. Samen met Jacob Arnout Clignett gaf hij in 2 delen de Spiegel historiael van Jacob van Maerlant uit (1784-1785). In 1822 verscheen postuum het derde deel, met aantekeningen van Steenwinkel en Bilderdijk, die ook een voorbericht schreef. Na de omwenteling van 1787 ten gunste van de stadhouder vluchtte Steenwinkel naar Antwerpen. In 1795 vestigde hij zich in Harderwijk, waar hij lid was van de gemeenteraad en werkzaam als vredesrechter.
Van Goinga noemt nog de Leidse geneesheer Pieter VAN SCHELLE (1749-1792) en de doopsgezinde predikant en radicale patriot François Adriaan VAN DER KEMP (1752-1829) als mogelijke auteurs van het tijdschrift.

Inhoud
Het tijdschrift heeft een onmiskenbaar patriots karakter. Het taalgebruik in alle is eenvoudig. In korte gesprekken bespreken de buurlieden Jaap en Piet, en soms een derde personage, politieke kwesties. Steeds wordt partij gekozen en propaganda gemaakt voor de zaak van de patriotten.
Het tijdschrift was vooral gericht op de minvermogende, van oudsher Oranjegezinde volksklasse. Aan de hand van eenvoudige dialoogjes werden de patriotse beginselen uitgelegd en werd de ‘gemene man’ overgehaald toe te treden tot het vrijkorps.
In prinsgezinde bladen en pamfletten werd Koenigs tijdschrift fel bekritiseerd.

Relatie tot andere periodieken
Het tijdschrift is zowel qua vorm als qua inhoud een voortzetting van het eveneens bij C.F. Koenig uitgegeven weekblad De Politieke Praatvaar (1784-1785).
De Politieke Praatmoer, bestaande in twee- en veertig vaderlandsche gesprekken (1785)een duidelijk prinsgezind periodiek, verscheen ‘ter wederlegging der politieke praatvaar en soortgelyke partydige geschriften en ter bevordering van waare vryheid’.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 729 D 37
Full text

Literatuur
¶ H. van Goinga, ‘“De politieke praatvaar”, “De politieke snapper” en “De politieke nalezer”. Een blik op de context van drie patriotse volksblaadjes’, in: P. van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008), p. 59-72, 314-317, 352
¶ H. van Goinga, Alom te bekomen. Veranderingen in de boekdistributie in de Republiek 1720-1800 (Amsterdam 1999)
¶ H. van Goinga, ‘Een blik op de praktijk van de Nederlandse boekhandel omstreeks 1785. Christoffel Frederik Koenig, uitgever van volksblaadjes, Leiden 1782-1786’, in:De Achttiende Eeuw 25 (1993), p. 39-72
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘“De Politieke Praatvaar”, “Praatmoer”, “Snapper” en “Snapster”’, in: De Nederlandsche Spectator (1873), p. 266-269, 274-275, 282-283.

Rick Honings