Rapsodisten (1784-1785)

Titelbeschrijving
De Rapsodisten of Mengelaars, Zynde een Zamenspraak tusschen een Vlaming en een Hollander, onder de namen van Sincerus en Philalethos, Inhoudende gemeenzame gesprekken over de godsdienst, Regeringsvorm, Landbouw, Fabrieken en Commercie; met opgeving van vrye gedachten ter verbetering van ider in het bezonder tot nut van alle welmenende Nederlanderen; nu en dan, tot voldoening der Nieuwsgierige, gemengt met eenige geestige herssen vruchten uyt de thans ontroerde zeven Vereënigde Staaten.
Verkorte titel: De Rapsodisten, of Zamenspraak tusschen Sincerus en Philalethes.

Periodiciteit
Het blad verscheen iedere zaterdag, eenmaal per veertien dagen, van 10 juli 1784 t/m 25 juni 1785 (deel 1: 26 nrs.). 
In nr. 25 meldt de schrijver dat het blad zal worden voortgezet indien er voldoende inschrijvers zijn voor deel 2. Dit blijkt niet het geval. Vanden Berghe (1972) wijst in dit verband op nr. 26. Daarin komt een schrijver naar voren die ‘gekweld werd door de wrevel van de begaafde intellectueel, die machteloos blijft en ondanks zijn capaciteiten nergens bij betrokken wordt’.
Baartmans (2008) zegt over het tegenvallend debiet: ‘zijn stijl was te eenvoudig, de Bataafse aard van De Rapsodisten beviel de Vlamingen niet’.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering telt 16 pagina’s in octavo (420 pagina’s). Titelvignet en motto variëren per aflevering. Het geheel wordt voorafgegaan door een ‘Bericht’ van de uitgever.

Boekhistorische gegevens
Impressum nr. 1: ‘Word uitgegeven tot Brugge by J. Bogaert, Boekdrukker en Verkooper, by d’Academie’. De auteur van de Rapsodisten heeft meerdere werken in de ‘Patriotyske Drukkerij’ van Bogaert laten vervaardigen.
Prijs per aflevering: 1 stuiver. Vanaf nr. 3 is de prijs: 2½ stuiver. Intekenprijs per jaar (26 nrs.): ƒ 3:3:- (1 keizerlijke kroon).

Medewerkers
De auteur is Bernardus DÉTERT (17 mei 1727-na 1792), schrijvend onder het pseudoniem Austriacus Batavus.
De Rotterdammer Détert was enige tijd in Delfshaven werkzaam als koornwijnbrander. Onder invloed van de Antwerpse kanunnik Van Eupen, de latere medewerker van de statist Hendrik Van der Noot, bekeerde hij zich tot de oudkatholieke kerk (vgl. nr. 5). Nadien was een goed leven in Delfshaven onmogelijk geworden. Détert trok naar Brugge, dat op dat ogenblik samen met Oostende door de Vierde Engelse Zeeoorlog een van de knooppunten van de West-Europese handel was geworden. Hij was overtuigd jozefist en beschouwde de Oostenrijkse keizer Jozef II als ‘de Salomon van deze tijd’ en ‘een Verlicht Filosoof’. In 1787 werd hij uit Brugge verbannen. In 1789 verbleef hij in Vlaardingen en in 1792 vinden we hem terug in Dordrecht.
Détert nodigt zijn lezers uit brieven toe te sturen, die hij dan in het blad zou opnemen. Omdat uitgever Joseph BOGAERT (1752-1820) over een vaardige pen beschikte, acht Van den Abeele (1985) het heel wel mogelijk dat ook hij bijdragen aan de Rapsodisten heeft geleverd.

Inhoud
De schrijver heeft gekozen voor de samenspraak als literaire vorm voor de Rapsodisten. Aan het woord zijn de Bruggeling Sincerus en de Hollander Philalethes. Het blad is bestemd voor ‘gewichtige Staats-Personen, deftige Magistraten […], eerbiedenswaardige en geleerde Mannen in de Kerk, brave en wel-beredeneerde Kooplieden en Fabrikanten benevens alle welgezinde Borgers’. Zijn uiteindelijke doel was Jozef II en zijn bestuurders voor te lichten over onderwerpen als de ideale staatsvorm, de koophandel en godsdienst. Regelmatig laat Détert daarbij zien te beschikken over een stevige intellectuele basis.
In zijn commentaar op de politieke gebeurtenissen in de Noordelijke Nederlanden sympathiseert hij met de patriotten. Niettemin vindt hij het bij monde van Sincerus verbazingwekkend dat men ongestraft de stadhouder eindeloos kon beledigen. Dat kon tot wraak en zelfs tot oproer en revolutie leiden (nrs. 2-3). Tolerantie is dan ook de boodschap, al geldt niet met betrekking tot bijgeloof, de islam, deïsme, materialisme en andere vormen van vrijgeesterij. Afschaffing van de contemplatieve orden juicht hij toe.
De Rapsodisten bevat theoretisch goed gedocumenteerde beschouwingen over de koophandel, maar ook pleidooien om Brugge ‘tot het middelpunt der Negotie’ verheffen (nr. 25). Na afloop van de Vierde Engelse Zeeoorlog kon de Republiek immers haar positie op de wereldzeeën weer innemen en was het met de tijdelijke opleving van Brugge gedaan. Hij kaart daarom in diverse afleveringen de Scheldekwestie aan, waarbij keizer Jozef II van de inhalige Hollanders de vrije doorvaart voor Belgische schepen had geëist over de Schelde (nrs. 10-11, 16). Ook pleit Détert voor een Schelde-Rijnkanaal.
Déterts eigen plannen om een rederij te beginnen, uiteraard ter meerdere glorie van Brugge, klinken af en toe door in zijn economische uiteenzettingen. Hij heeft bewondering voor de voornaamste kooplieden van de stad (‘mannen met baarden’) en geeft ze allerlei adviezen om de economie uit het slop te halen (nrs. 17-20). Zo raadde hij aan een aantal eilanden in de Caraïbische Zee te confisqueren om daarmee de handel met Amerika te bevorderen.
Het blad wordt spectatoriaal genoemd wegens de variatie in vorm en inhoud, maar ook wegens de moralistische aspecten van het blad. Smeyers (1975):

Détert hekelt de inertie van de stedelijke magistraten en van het centrale ambtenarenkorps, de levenswijze van de als wereldlijke prinsen levende hogere geestelijken, van wie sommigen het geloof als een ideaal middel beschouwen om de volksmassa zoet te houden […]

Ook steekt Détert de draak met de frivole levensstijl van jongelui en veroordeelt hij de francomanie van hogere kringen. Wat hem vooral stoort, is de veronachtzaming van de moedertaal.

Relatie tot andere periodieken
In nr. 6 wordt gereageerd op de Vlaemschen Indicateur met betrekking tot de oudkatholieke kerk, de ‘Utrechtsche cleresij’.

Exemplaren
¶ Brugge, Openbare Bibliotheek: S201 
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OTM: O 60-2653, 2654 

Literatuur
¶ Tom Verschaffel, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De weg naar het binnenland (Amsterdam 2017), p. 113-116
¶ Jacques Baartmans, ‘De Rapsodisten. De eerste Nederlandstalige spectator in de Oostenrijkse Nederlanden?’, in: Pieter van Wissing (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008), p. 73-89
¶ H.J. Vieu-Kuik en Jos Smeyers, Geschiedenis van de letterkunde der Nederlanden, deel 6 (Antwerpen/Amsterdam 1975), p. 537-539
¶ Y. vanden Berghe, ‘De “Verlichte” Wereld van de oud-katholiek B. Détert. De Rapsodisten, Een onbekende economische periodiek (Brugge, 1784-1785)’, in: BMGN – Low Countries Historical Review 87 (1972), nr. 2, p. 216–233
¶ Andries van den Abeele, ‘Drukker-uitgever Joseph Bogaert (1752-1820). Of de standvastige taalijveraar’, in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis 16 (1985) nr. 1-2, p. 25-86.

Rietje van Vliet