Redelijke Christen (1807)

Titelbeschrijving
De Redelijke Christen.

Periodiciteit
Het periodiek verscheen eenmaal per week, op maandag, zo blijkt uit de advertentie in de Oprechte Haarlemse Courant van 10 januari 1807. In dat jaar kwamen 52 afleveringen van de pers.
In de slotpassage van de laatste aflevering meldt de schrijver dat het blad niet vervolgd zal worden omdat volgens de uitgever ‘het voordeel voor hem naauwelijks genoeg is, om de belastingen, op deze soort van letterarbeid gelegd, te voldoen’. Dit is voor de recensent van de Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen (1808) aanleiding om te verzuchten: ‘Hartelijk wenschen wij, dat deze regtmatige en beslissende klagte van zulk eenen Man de aandacht niet ontgaan zal van ons Rijksbestuur’ (p. 574).

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat 8 pagina’s in octavoformaat. Het geheel is doorgepagineerd van pagina 1 t/m 416. Het gebonden deel bevat tevens een voorkatern (8 pagina’s) met titelpagina en inhoudsopgave.
Elke aflevering geeft steeds de titel, het volgnummer en het onderwerp van de aflevering. Er zijn geen dateringen.

Boekhistorische gegevens
Het impressum op de titelpagina luidt: ‘Te Amsterdam, bij W. Brave, Op den Nieuwendijk, bij de Ramskooij. 1807’. De onveranderlijke colofons geven steeds alleen Brave. Genoemde advertentie noemt als prijs per aflevering: 1½ stuiver.

Medewerkers
De auteur is volgens de titelpagina Ysbrand VAN HAMELSVELD. Deze theoloog en gematigde patriot (1743-1812) was afwisselend predikant, hoogleraar en volksvertegenwoordiger.

Inhoud
In de eerste aflevering wordt het blad gepositioneerd: het is bestemd voor alle christenen zonder vooringenomenheid, ongeacht hun gezindte. Het is bedoeld ter bevordering van verlichting, deugd, godzaligheid.

Een redelijk Christen is […] niet iemand die zich een’ Christen noemt, maar die te gelijk zich aanmatigt of verbeeldt a priori […], door zijne rede eerste te kunnen of te moeten vaststellen of bepalen, wat waarheid of dwaling, wat deugd of ondeugd, pligt of misdaad zij; en die dan den Bijbel […] op die wyze, verklaart en uitlegt. (p. 6)

De rede mag de goddelijke Openbaring geen ‘zin’ afdwingen;

neen, de Rede en het gezond verstand gebieden, dat wij des Schrijvers zin, en dus ook dien der Openbaring, opmaken uit de beteekenis, en het oogmerk, en uit de eigene verklaringen des Schrijvers en der Openbaring; en dan, zal de Rede en het gezond verstand van achteren zien en erkennen, of zoodanige leer der aanneming waardig zij, al behelst dezelve ook voorstellen, die de menschen nooit door hunne Rede alleen zouden hebben kunnen uitvinden of opmerken. (p. 7)

Dit tamelijk gematigd orthodoxe, soms wel wat apologetische standpunt blijft zichtbaar in de behandeling der onderwerpen, waar moderne problemen steeds getoetst blijven aan de tekst van de bijbel.
Bewonderde schrijvers zijn: John Craig, Casparus Rensing, J. Hazeu, G.J. Zollikofer, J.L. Ewald. Van Hamelsveld is echter herhaaldelijk bitter over de door hem als ‘ongelovig’ ervaren Reize uit Egypte door Sennaar naar Abessynië (1807).
De vertogen worden aan het einde veelal besloten met een gedicht.

Relatie tot andere periodieken
In het ‘Inleidend vertoog’ (nr. 1) bespreekt Van Hamelsveld de eisen die aan ‘een goed Weekblad’ gesteld mogen worden. Dat moet vooral nuttig zijn. In die geest zijn eerder door hem gepubliceerd de Welmeenende Raadgever (1792-1795) en de Ongeveinsde Christen (1795).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: 335 E 8
Full text

André Hanou