Reizende Chinees (1727-1728)

Titelbeschrijving
De Reizende Chinees, Op bevel en kosten van zynen Keizer. Gevende denzelve kennis van den Staat en Geschiedenissen der Wereld, dog wel byzonderlyk van Europa. Beschryvende deszelfs Steden, Gewoontens, Wetten, Zeden, Regerings-Form &c. Beneffens zommige aanmerkelyke Berigten, 1 Van het Chinesche Ryk, en deszelfs Heerlykheid. Als ook 2 Van den Turkschen Alkoran. Meestendeels voorgesteld in aangename Zamenspraken.
Het titelblok van de afleveringen bevat de short title, de maand en het jaar.

Periodiciteit
Maandblad, zo blijkt uit het titelblok van de afzonderlijke afleveringen (‘delen’). Deze werden ieder half jaar gebundeld in een boek. Boek 1 en 2 hebben als jaartal 1727, boek 3 en 4 hebben 1728 in het impressum.
Er werd voor het eerst voor geadverteerd in de Amsterdamse Courant van 26 november 1726, waarin gemeld wordt dat nr. 1 in januari 1727 het licht zal zien. Er zijn 24 afleveringen verschenen.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen (ca. 64 pagina’s) hebben elk een eigen titelpagina waarop tevens een korte inhoudsopgave staat. Ze bevatten bovendien een (uitklap)prent, onder meer van de Nederlandse steden die de Chinese reiziger heeft bezocht. De 4 boeken eindigen met een bladwijzer en fondslijst van de uitgever.

Boekhistorische gegevens
Amsterdam, Hendrik Bosch, ‘Boekverkoper over ’t Meisjes-Weeshuis’.

Medewerkers
De auteur van het origineel is de Duitse historiograaf David FASSMANN (1685-1744). In 1712-1715 reisde hij ook zelf door de Nederlanden. In 1726 werd hij aan het Pruisische hof benoemd tot ‘Zeitschriftreferent’, maar reeds na korte tijd keerde hij het hof de rug toe om als vrij broodschrijver/journalist de kost te verdienen.
Er wordt wel gesuggereerd dat de Nederlandse vertaling van de hand van Jacob Campo Weyerman is, maar dit berust op een misverstand die door Sautijn Kluit is veroorzaakt. Mogelijk is de verwarring ontstaan door het feit dat Weyerman wel de Zamenspraaken tusschen de dooden en de leevenden (1726) heeft vertaald en bewerkt, dat traditioneel wordt toegeschreven aan Fassmann en eveneens is uitgegeven bij Hendrik Bosch. De advertentie die uitgever Bosch liet plaatsen in de Leydse Courant van 26 maart 1727, zou aan de verwarring debet geweest kunnen zijn omdat daarin na een reeks Weyerman-edities zonder enige toelichting de Reizende Chinees wordt genoemd. De fondslijstjes van Bosch in de Reizende Chinees bevatten bovendien veel Weyermanniana. Pos (2008) ziet een verband met de chinoiserieën in het werk van Weyerman. De betrokkenheid van Weyerman met de Reizende Chinees is evenwel nooit met harde bewijzen aangetoond; in autobiografische passages in zijn oeuvre wordt dit werk nergens vermeld.

Inhoud
De Reizende Chinees bestaat uit brieven van de twee fictieve Chinezen Herophile en Val du Prez aan de Chinese keizer. Op het moment van schrijven reizen ze in de Duitse landen en de Republiek; ze beschrijven de steden en gewesten, kruiden hun verhalen met anekdoten en plaatsen ook kritische beschouwingen over hun observaties.
Het werk past in de grote belangstelling voor China, mede dankzij de groeiende handelsbetrekkingen tussen Europa en Azië. De vormgeving is duidelijk geïnspireerd op de Lettres Persanes (1721) van Montesquieu.

Relatie tot andere periodieken
Het maandblad is een vertaling van Der auf Ordre und Kosten seines Kaysers reisende Chineser (1724).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OK 61-1694
¶ Full text boek 1 (januari-juni 1727), boek 2, boek 3 en boek 4 (juli-december 1728)

Literatuur
¶ A. Pos, Het paviljoen van porselein : Nederlandse literaire chinoiserie en het westerse beeld van China (1250-2007) (dissertatie Universiteit Leiden 2008), p. 117-119
¶ W. Bauer, ‘Wirkliche und unwirkliche Chinesen im Europa der frühen Neuzeit’, in: Internationales Asienforum 19 (1988), nr. 2, p. 125-136
¶ J.J.L. Duyvendak, ‘Voordracht van den voorzitter Dr. Duyvendak over China in de Nederlandsche letterkunde’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1938, p. 3-14, aldaar p. 11
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Jacob Campo Weijerman als journalist’, in: Bibliographische adversaria, deel 2 (Den Haag 1874-1875), p. 126-127.

Rietje van Vliet