Reizende Staatsman (1760)

Titelbeschrijving
De Reizende Staatsman.
Uit een advertentie van Abraham Ferwerda en Gerrit Tresling in de Leeuwarder Courant van 28 mei 1760 blijkt dat het werk ook een ondertitel kende: De Reizende Staatsman, of Gedenkwaardige Aantekeningen, van Cabinet en Legergeheimen van den Baron *** staande zyn verblyf van de voornaamste Hoven der Oorlogvoerende Mogentheden van Europa. Bevattende behalven een menigte onbekent Staats- en Oorlogs-nieuws; verscheide zeer aanmerkenswaardige Gevallen, kortelings gebeurt in de plaatsen van zyne doortogt.

Periodiciteit
In zijn autobiografie schrijft Kersteman dat hij tijdens zijn verblijf in Maarssen werkte aan een

maandwerkjen de Reizende Staatsman genaamd, voor een’ Boekverkooper te Utrecht, dat geen minder opgang maakte [dan de biografieën van onder andere Jacob Campo Weyerman], en door middel van welke ik bij aanhoudendheid ordentelijk zoude hebben kunnen bestaan, indien mijn Boekverkooper tot mijn ongeluk onder het afdrukken van het derde stuk niet ware komen te overlijden.

De advertentie voor nr. 2 (juni 1760) in de Middelburgsche Courant van 12 juni 1760 wijst erop dat er inderdaad slechts twee afleveringen zijn verschenen.

Bibliografische beschrijving
In octavo.

Boekhistorische gegevens
De uitgever is niet bekend. Uit genoemde advertentie in de Leeuwarder Courant blijkt dat de prijs per aflevering (ingenaaid) 6 stuivers was.

Medewerkers
De auteur is de bon-vivant en publicist Franciscus Lievens KERSTEMAN (1728-1793). Behalve een aantal gepopulariseerde criminele biografieën staan ook juridische werken en prognosticaties van de destijds beroemde astroloog Ludeman op zijn naam.

Inhoud
Zie hiervoor de hierboven genoemde ondertitel.

Exemplaren
Geen exemplaar bekend.

Bronnen
¶ F.L. Kersteman, Het leven van F.L. Kersteman, professor honorair en doctor der beide rechten […] door hem zelven beschreven, deel 1 (Amsterdam 1792), p. 117-118.

Literatuur
¶ W.P. Sautijn Kluit, ‘Jacob Campo Weyerman als journalist’, in: Nijhoff’s bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde, Nieuwe reeks, deel 7 (’s-Gravenhage 1872), p. 202.

Rietje van Vliet