Republikein aan de Maas (1785-1787)

Titelbeschrijving
De Republikein aan de Maas.

Periodiciteit
Totaal 75 afleveringen verschenen tussen juli 1785 en september 1787 in twee delen. Het verscheen aanvankelijk om de week (Hollandsche Historische Courant 18 augustus 1785); in de tweede jaargang iedere week (Hollandsche Historische Courant 3 oktober 1786).
De wetverzetting door de Pruisen in september 1787 betekende een einde aan het blad.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen bevatten doorgaans 8 doorgenummerde pagina’s in octavoformaat, sommige nummers bevatten 10 of 12 bladzijden. Het titelblok bevat de titel, een korte streep en daaronder het afleveringsnummer. Datering ontbreekt.

Boekhistorische gegevens
De Republikein werd te Rotterdam gedrukt en uitgegeven bij de van origine Vlaardinger Jan de Leeuw en Jan Krap Azn. (1755-1797), beiden gereformeerd.
Het blad was verkrijgbaar in Amsterdam bij Keizer en Schuurman, later bij Bom, Verlem en Wijnants, in Brielle bij Verhell, in Dordrecht bij Blussé, in Delft bij Brouwer, in Gouda bij Verblaauw, in Den Haag bij Van Drecht en Plaat, in Leiden bij Grijp, in Maassluis bij Van der Burgh, in Schiedam bij Poolman, in Vlaardingen bij Nykerk, in Delfshaven bij De Vries en in Utrecht bij Wildt.
Een aflevering kostte 1½ stuiver.

Medewerkers
Wie de redactie van De Republikein vormden is niet bekend, maar gezien de verschillende schrijfstijlen hebben meer schrijvers bijgedragen. Omdat het blad bedoeld was voor de meer ontwikkelde patriot, zal de redactie mogelijk gezocht moeten worden in kringen van vooraanstaande patriotten uit Rotterdam. De Republikein was verbonden met de ‘deftige’ patriotse Rotterdamse Vaderlandsche Sociëteit, waar alle rekesten werden opgesteld, ondertekend en ingediend.
De redactie feliciteerde zichzelf bij de opening van de sociëteit. Daaruit kan afgeleid worden dat de schrijvers mogelijk onder de leden gezocht moeten worden en dat zij contacten hadden met vooraanstaande politieke geestverwanten. Daardoor waren zij in staat om officiële stukken in hun blad op te nemen. De redactieleden hielden hun lezers regelmatig voor zich ‘fatsoenlijk’ met prinsgezinden te verstaan, omdat alleen zo de ‘winstpositie’ van de patriotse beweging behouden kon blijven.

Inhoud
Het patriotse blad beoogt, aldus het openingsnummer, ‘de welmeenenden te versterken en hun een riem onder ’t hert te steken’ [sic]. De Post van den Neder-Rhijn (1781-1787) was niet bij machte voldoende aandacht te geven aan de politieke ontwikkelingen in Rotterdam. De Republikein juist wel, wat niet inhoudt dat het blad een satellietblad van De Post was: het Rotterdamse blad vloog op eigen vleugels. De staatsrechtelijke positie van de stadhouder, zijn gedrag en militair beleid, is vaak het onderwerp, maar ook de verhouding tussen de Republiek en Engeland, de schutterij en lokale patriotse successen komen aan bod.
Iets minder dan de helft van het blad bestaat uit (al dan niet fictieve) ingezonden brieven en antwoorden van de redactie, vrijwel altijd over Rotterdamse aangelegenheden. De tweede jaargang richt zich meer op ‘het algemeen nut der Natie’ (Hollandsche Historische Courant 3 oktober 1786). De redactionele antwoorden zijn vaak adviezen aan de briefschrijvers – en dus ook aan hun leespubliek – over de manier waarop zij zich tegenover medepatriotten en orangisten moeten gedragen. Een ware patriot doet ijverig mee aan het oefenen met wapens, is zeer bescheiden en leidt een voorbeeldig zedelijk leven, aldus de redactie.
Met de propagandistische stukken over behaalde patriotse lokale successen, toespraken van vooraanstaande patriotten en het plaatsen van officiële stukken, zoals rekesten, notulen uit de vroedschapsvergaderingen, brieven enzovoorts, probeerde de redactie Rotterdammers voor hun zaak te interesseren in de hoop dat zij zich bij hun beweging zouden aansluiten. Daaruit blijkt ook dat De Republikein de legale weg koos om hervormingen te bewerkstelligen om ‘goede’ patriotten stad en land te laten besturen.

Relatie tot andere periodieken
Naast dit meer elitaire Republikein aan de Maas verscheen te Rotterdam ook het volkse Saturdags Kroegpraetje (1786-1787) dat zijn lezers zocht onder het gewone volk. Samen bedienden beide blaadjes vrijwel alle patriotten in Rotterdam en omgeving, maar omdat de beweging in de Maasstad een minderheid vormde, fungeerden de bladen ook als gedragscodes voor de aanhangers. Overigens verwees geen van beide bladen naar de ander. Meer dan in het Kroegpraetje worden in De Republikein staatkundige vraagstukken en theorieën besproken en de relatie burger-regent voortdurend belicht.
Tot de critici van De Republikein behoort het prinsgezinde blad Rotterdamsche Berigten (1785), terwijl ook de Haagsche Courant af en toe naar het blad uithaalt.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: Y 1345 (deel 1 met 52 en deel 2 met 23 nrs.)
¶ Full text deel 1, nr. 7

Bronnen
Rotterdamsche berigten tegen den Post van den Neder-Rhyn, den Republikein aan de Maas […] (z.p.z.j. [1785]).

Literatuur
¶ Pieter van Wissing, Stokebrand Janus. Opkomst en ondergang van een achttiende-eeuws satirisch politiek-literair weekblad (Nijmegen 2003), passim
¶ E.F.M. Sassen, ‘Republikeinse kroegpraatjes aan de Maas’, in: Holland. Regionaal Historisch Tijdschrift 19 (1987), p. 268-279
¶ E.F.M. Sassen, Over twee patriotse tijdschriften, denkbeelden en rol in de Rotterdamse patriottenbeweging 1785-1787 (Rotterdam,ongepubliceerde doctoraalscriptie Erasmus Universiteit 1985)
¶ H.C. Hazewinkel, Geschiedenis van Rotterdam, deel 2 (Rotterdam 1974), passim.

Pieter van Wissing