Rymende Merkurius (1740-1741)

Titelbeschrijving
De Rymende Merkurius.

Periodiciteit
De mercuur verscheen op maandag, van 5 december 1740 t/m 17 april 1741 (20 afleveringen). Nr. 15 kwam een week te laat ‘Om dat de Zetter zei het dichtstuk was te zwaer’ (p. 57).
De laatste aflevering eindigt met een ‘Afscheit van Merkurius’ waarin de auteur meldt te zullen deelnemen aan de veldtocht in Silezië (Eerste Silezische Oorlog) en daarom tijdelijk met de mercuur te stoppen.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 4 pagina’s in kwarto, genummerd van 1-80. Iedere aflevering begint met een titelblok: boven het titelvignet (een vliegende Mercurius) staan jaartal en afleveringsnummer, aan weerszijden staat de titel, onder het vignet staat de datum. De bedoeling was dat er na een jaar een aparte ‘titelplaet’ en een ‘voorbericht’ zouden uitkomen (p. 3); daar is door het vroegtijdige afbreken van de mercuur vermoedelijk niet meer van gekomen.

Boekhistorische gegevens
De colofon aan het einde van nr. 1 meldt:

Deze Merkuuren zyn alle maendagen te bekomen, t’Amsterdam by Wyers en Jan Roman Junior. Dort van Braam. Rotterdam Beman, en Maronier. Delft Boitet. s’ Hage G. Block. Leiden Haak, en Kallewier. Haarlem Jan Bosch. en t’Utrecht by Besseling en Broedelet.

De winkelprijs bedraagt 1 stuiver (p. 2).

Medewerkers
Wie er schuilgaat achter de Rymende Merkurius, is niet bekend.
Ook lezers konden bijdragen op rijm toezenden, overigens op voorwaarde dat het geen laster is en de afzender ‘’t port des briefs betaelt’ (p. 2). Afkomstig van een ‘Correspondent’ zijn: ‘Koninglyk recept Voor alle Podagreuze en Jichtige personen, het zy van wat rang of staet’ (p. 49-52), een ‘Aen den rymenden Merkurius’ (p. 57) en ‘Mevrou en Jan’ (p. 77-78).’

Inhoud
Nr. 1 begint met een ‘Inleiding’ waarin de auteur verklaart:

Wy zullen hier en daer, het zy wat nieuws, wat raers,
Zomtyds uitbrommen in een kreupel dicht of vaers;
En aan de leezers een riviervischje op gaen disschen,
Dat we uit den vyver der Couranten kunnen visschen. (p. 2)

Het blad bevat vooral commentaar op nieuwsberichten; die hebben een plaatsnaam als kopje en zijn doorgaans samengevoegd onder de noemer ‘Courantstof’. Het betreft voornamelijk buitenlands nieuws, afkomstig uit Rome, Parijs en andere plaatsen (waaronder de krijgsverrichtingen in Silezië). Verder leest men in het periodiek op rijm gezette verhaaltjes, beschouwingen; op een enkele uitzondering na (bijvoorbeeld de nieuwjaarsbespiegelingen in nr. 5 en 6) steevast burlesk van toon en satirisch van opzet.
De Rymende Merkurius ondervond reeds vanaf het begin kritiek. In nr. 2 merkt de auteur op dat velen dachten dat de eerste aflevering tevens de laatste zou zijn.

Ook heeft hy al vernomen
Wat scheve bekken en gefronste neuzen, dat
Men op zyn aenkomst trok. (p. 5)

In het onbekend gebleven blad de Schaduwe der Konstbeelden (1740) wordt stevige kritiek geuit op de rijmelarijen. Merkurius verweert zich:

Hy moet des maendags zyn gereet,
Dies is den tyt te kort om ’t werk naer eisch te schaven. (p. 26)

Ook op andere plaatsen klinken wetenswaardigheden over de auteur zelf door. Zo blijkt uit een bericht over debiteuren die hun rekeningen uitschrijven dat ook hijzelf krap bij kas zit (p. 40). De deelname aan een veldtocht lijkt een logisch gevolg hiervan.

Relatie tot andere periodieken
De auteur heeft zich voorgenomen om na terugkeer uit Silezië met een vervolg te komen:

Hervormt als Proteus zo van naem, gedaente, als huit:
Nu scheit hy heden met de twintig blaetjes
UIT. (p. 80)

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 3151 G 62
Full text

Rietje van Vliet