Schaduwe der Konstbeelden (1740)

Titelbeschrijving
Schaduwe der Konstbeelden van den Rymenden Merkurius.

Periodiciteit
In de Leydse Courant van 21 december 1740 wordt geadverteerd voor nr. 1 van ‘een weekelyks Blad’. De informatie van dit lemma gaat grotendeels terug op deze bron. Uit de reacties van de Rymende Merkurius (1740-1741) is niet op te maken hoeveel afleveringen zijn verschenen.

Bibliografische beschrijving
In kwarto.

Boekhistorische gegevens
De advertentie meldt dat het gedrukt is ‘Te Amsterdam by S. van Esveldt in de Beurssteeg, ’t eerste Huys van den Dam inkomende aan den linkerhand’. Overige verkoopadressen zijn:

Haarlem by van Lee en J. Bosch, Leyden Kallewier en C. Visser, ’s Hage Is. vander Kloot, Delft Boitet, Rotterdam Beman, Losel en Smithof, Gouda Staal, Dord J. van Braam, Middelburg Meercamp, Enkhuyzen Callenbag, Hoorn Duyn, Alkmaar van Beyeren en Hoolwerf, Utrecht Besseling en Visch, Zutphen van Hoorn, en te Sardam by Ketel.

De prijs bedraagt een stuiver.

Medewerkers
In nr. 7 van de Rymende Merkurius zegt de auteur de identiteit van de Schaduwe-dichter te kennen: ‘Gy zyt my wel bekent. Ik acht u een poëet / Van naem en daet te zyn’ (p. 26). – Maar hij verklapt het niet.

Relatie tot andere periodieken
De auteur van de Rymende Merkurius kondigt op 9 januari 1741 aan in de komende aflevering ‘den Schaduwdichter antwoort [te] geven.’ Nr. 7 (16 januari 1741) bevat een bijna vier pagina’s tellende reactie op ‘den dichter van de Schaduw der Konstbeelden’, die zich kennelijk kritisch over de mercuur heeft uitgelaten.
Deze zevende aflevering van de Rymende Merkurius opent met de volgende regels (p. 25):

Ik heb uw eerste blaetje, of nommer één, gelezen,
Maer al de volgende zal ik het nimmer doen;
Ik vint het loffelyk, en ’t wort alom geprezen.
My dunkt gy tragt daar door vrintschap aen te voên,
Om ’s weeklyx met elkaêr, gelyk twee vischmarkts wyven,
Te buldren en te kyven.
Als dat uw voorneem is,
Zo zyt gy ’t plankje mis. […]

Exemplaren
Geen exemplaar aangetroffen.

Rietje van Vliet