Schatkamer der Geleerden (1761-1764)

Titelbeschrijving
De titelpagina van de delen: De Schatkamer der Geleerden. Onder de zinspreuk: Nihil sine numine felix. Eerste [enz.] deel.
De titelpagina van de afleveringen: De Schatkamer der Geleerden; Opengezet Voor alle rechtaartige In- en Uitlandsche Hervormde en Euangelische Beoeffenaars, Beminnaars en Voorstanders der Godgeleerdheid, Natuur- Geschiedenis- en Oordeelkunde. Onder de zinspreuk: Nihil sine numine felix [plus: Grieks citaat Johannes Damascenus]. Eerste deel No. 1 [enz].

Periodiciteit
De eerste advertentie verscheen in de Leydse Courant van 25 november 1761. De Schatkamer was min of meer een kwartaalblad, zo blijkt uit de impressa en advertenties in diverse kranten. Deel 1 telt 4 afleveringen, met in het impressum het jaar 1761 (nr. 1) en 1762 (nrs. 2-4). Deel 2 bevat 5 afleveringen, met in het impressum 1763 (nrs. 1-4) en 1764 (nr. 5). Deze twee laatste jaartallen zijn gebaseerd op de advertenties die voor de desbetreffende afleveringen zijn geplaatst.
De Schatkamer is een parallelblad van de Nederlandsche Letter-Verlustiging (1761-1763) van dezelfde uitgever. Hierin staat aan het einde van het tweede en laatste deel een verklaring van de uitgever over het beëindigen van beide bladen. Het debiet was te middelmatig om ‘redelyker wyze, de moeiten en kosten, aan dezelven, met allen lust, besteed, te beantwoorden’. Bovendien was er sprake van ‘verzwakking van ons Gezelschap’, hetgeen in het voorbericht van deel 2 van de Schatkamer, nr. 5, verder wordt toegelicht. Wel wordt er een nieuw tijdschrift in het vooruitzicht gesteld, waarin zowel de Schatkamer als de Nederlandsche Letter-Verlustiging zal opgaan.

Bibliografische beschrijving
Op de titelpagina’s van beide delen staat een titelvignet met in het midden Pallas op een troon, omringd met diverse wetenschappelijke attributen en het motto ‘Elke Heil, Gode Eer,/ Is Wysheids Leer’. Het vignet is vervaardigd door de Amsterdamse graveur Nicolaas van Frankendaal.

De uitgever heeft, aldus het ‘Voorbericht des Uitgevers’ in deel 1, omslagen laten drukken, ‘waar op de Tytel op de rugge en ’t plat, nevens de Korte Inhoud der Stukken, met de Prys, gevonden word’.
Deel 1 telt, afgezien van voor- en nawerk, 710 pagina’s in octavo. Het voorwerk bestaat uit het vers ‘’t Boek aan den Leezer’ in het Grieks, Latijn en Nederlands (1 p.) en inhoudsopgave deel 1 (2 p.). Na de 4 afleveringen volgt ‘Aanhangzel tot het eerste deel van de Schatkamer der Geleerden. Onder de zinspreuk Nihil sine numine felix’ [plus: Grieks citaat Diogenes]. Het voorwerk hiervan (4 p.) heeft een titelpagina, inhoudsopgave en een ‘Zegenwensch en Dankbetuiging Aan den Edelen, zeer Geleerden Heere D.N.P.H. Onzen Geëerden Hulpgenoot en Medebouwer aan de zuilen en sieraaden van de Schatkamer der Geleerden en Nederlandsche Letter-Verlustiging’. Het Aanhangzel zelf telt 192 ongenummerde pagina’s.
Deel 2 telt 672 pagina’s. Het voorwerk bestaat uit een Grieks en Latijns vers, dat het voorbericht van nr. 5 wordt toegelicht (1 p.) en de inhoudsopgave deel 2 (2 p.). In het bestudeerde, gedigitaliseerde exemplaar zijn de titelpagina’s weggesneden. Het nawerk bevat een ongepagineerd onderwerpsregister voor beide delen (46 p.).

Boekhistorische gegevens
Het blad is uitgegeven ‘Te Amsterdam, By Jacobus Loveringh’. Op het blauwe papieren omslag van nr. 1 staan ook de verkoopadressen vermeld.
Prijs: 14 stuivers per aflevering.
In 1778 bracht de Amsterdamse firma Weduwe Pieter Spriet en Zoon een prospectus uit over het kopijrecht dat zij zojuist hadden bemachtigd: Bericht. De Wed: Pieter Spriet en zoon, […] door aankoop eigenaars geworden zynde, van […] Schatkamer der Geleerden. […] Beneevens de Nederlandsche Letterverlustiging.

Inhoud
In de Voorrede van deel 1 zet de redactie haar plannen uiteen. De lezer hoeft geen bijdragen te verwachten op het gebied van de ‘Mathesis, de Algebra, de Arithmetica, de Geneeskunde, en wat dies meer zij’, omdat de ervaring heeft geleerd dat daarvoor weinig belangstelling is. Wel vindt men

zulke Theologische Stoffen die, in ’t byzonder, noch de Gereformeerde (noch eenige andere bepaalde) Religie, maar den gantschen Geopenbaarde Godsdienst betreffen, en waar by alle Christenen, van wat Gezinte die dan ook moogen zyn, belang hebben […].

De redactie houdt zich verre van theologische geschillen; wel treft men artikelen aan van binnen- en buitenlandse geleerden die ‘Godverzaakeren en Deïsten’ bestrijden. Van tijd tot tijd worden hieraan allerlei ‘fraaije Oordeel- Taal- en Letter- zoo wel als Natuur- en Zedekundige Stoffen’ eraan toegevoegd. Het belangrijkste wat de redacteuren evenwel voor ogen hebben is de ‘verregaande, en zeer heerschende Vrydenkery deezer Eeuwe, en die zoogenaamde Sterke Geesten, door koorden der liefde, en gezonde redenen, te bestryden en te beschaamen, en, ’t is ons doenlyk, op den rechten en veiligen weg te brengen’.
Er zullen vertalingen in staan, al dan niet bewerkt of ingekort, maar ‘opgewarmde kost’ is het zeer zeker niet. In de Nederlandsche Letter-Verlustiging zullen vooral kleine filologische verhandelingen staan, gevolgd door uittreksels van Engelse, Franse, Duitse en Nederlandse geschriften, op basis waarvan zich zelfstandig een oordeel kan vormen, en een naamlijst van recent verschenen werken.

Relatie tot andere periodieken
Blijkens het Voorbericht van de Letter-Historie en Boek-Beschouwer (1763-1764) kreeg de uitgever van de Schatkamer en de Nederlandsche Letter-Verlustiging allerlei materiaal toegestuurd dat hij daar niet kwijt kon. Met De Letter-Historie wilde hij de afzenders toch een platform bieden.
In de Voorrede van de Schatkamer stelt de redactie nadrukkelijk niet te willen concurreren met bladen, ‘welkers roem wy niet willen betwisten’: de Bundel van Godgeleerde Oeffeningen, de Algemeene Oeffenschoole van Konsten en Weetenschappen en de Vaderlandsche Letteroeffeningen.
De Schatkamer en de Nederlandsche Letter-Verlustiging worden samengesmolten tot de Akademie der Geleerden (1764-1767).

Exemplaren
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek: 197 A 19
¶ Full text deel 1 en deel 2

Rietje van Vliet