Secretary van Apollo en Minerva (1739-1741)

Titelbeschrijving
De Secretary van Apollo en Minerva. Waar in de uitgeleezendste Zaaken en Stoffen, die in velerhande Taalen, tot vermaak en oeffening van het verstand, dagelys door schrandere Geesten en Geleerde Mannen aan de Waereld worden meede gedeelt, zyn opgesloten. Geopend door den Informator. Onder de Zinspreuk, E Pluribus Unum. Eerste [enz.] deel. Eerste [enz.] Stuk. Voor de Maand Augustus, 1739 [enz.].

Periodiciteit
De maandelijkse periodiek verscheen van augustus 1739 t/m juni 1741. De afleveringen zijn gebundeld in 4 halfjaarlijkse delen, waarbij deel 1 slechts 5 afleveringen telt.
De laatste aflevering van deel 4 eindigt met een vertoog over de noodzaak ‘Om gedurig in de Wysheid en Deugd voortgangen te maaken. Dienende dit Vertoog, tot besluit van dit werk’. Er wordt in dit deel toegewerkt naar het einde. De schrijver zegt hier zijn pen te zullen neerleggen, ‘dewyl ik voorgenomen heb een stoffe te verhandelen, die op een anderen leest geschoeyt moet worden, om aangenaam aan myne Leezeren te zyn’ (p. 753).

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 128 pagina’s in octavo (inclusief titelpagina). De pagina’s zijn per deel doorgenummerd. Het titelblok bevat alleen de verkorte titel; de verschijningsmaand staat vermeld in de kopregel. De afleveringen bestaan uit verschillende vertogen en een eigen inhoudsopgave. De delen hebben tevens een apart ‘Register’.

Boekhistorische gegevens
Het impressum luidt: ‘Te Amsterdam, By Arendt van Huyssteen, en Steeve van Esveldt’. Prijs per aflevering: 8 stuivers (Leydse Courant 5 oktober 1739).
Op 27 augustus 1743 adverteert Van Esveldt in de Oprechte Haerlemsche Courant dat hij nu als enige het kopijrecht bezit en dat hij de 5 (!) delen aanbiedt voor ƒ 8:14; na 1 november is de prijs ƒ 12:12. Ter gelegenheid van deze voordeelactie heeft hij een prospectus uitgebracht.
Op diverse plaatsen worden vrouwen als lezers direct aangesproken. Sommige ingezonden (fictieve?) brieven zijn van lezeressen.

Medewerkers
Achter ‘den Informator’, zoals de auteur/redacteur zich op de titelpagina noemt, gaat de broodschrijver Jan Willem CLAUS VAN LAAR (ca. 1697-1769) schuil. Een enkele keer worden in de Secretary van Apollo de initialen C.L. genoemd. Hij is zelf aan het woord in de antwoorden op ingezonden brieven.
Dat hij ook bijdragen krijgt toegezonden, blijkt uit zijn opmerkingen in bijvoorbeeld nr. 2 van deel 1 (p. 206). De Informator zegt die bijdragen alleen te zullen plaatsen indien ze volgens hem ‘den Leezer zullen aangenaam zyn’. Dat leidt nog weleens tot klachten van degenen wier ingezonden vertogen zijn afgewezen: ‘Ja die quaadheid gaat zo verre, dat ze myn werk niet meer hebben willen koopen’ (deel 3, Voorrede).
Vaak gaat de naam van de inzender schuil achter een initiaal of een fictieve naam. Zo wil ene F.Z. bijdragen leveren, mits zijn spelling – conform de ‘geleerde en taalkundige Heeren, Monen, Nyloe, Hoogstraaten en andere’ – intact blijft (deel 1, nr. 5). Anonymus Goudanus stuurt een paar maal werk toe. Een enkele keer staat de reële naam vermeld, zoals die van G. Le Maire en H. Borsboom, die een lofdicht op de geneeskunde hebben ingezonden, opgedragen aan Herman Oosterdijk Schacht, rector van de Leidse universiteit (deel 2, nr. 1), of de Leidse A. van Beeq die over ingebeelde ziektes van vrouwen wil schrijven (deel 2, nr. 4).

Inhoud
Deel 1 opent met een ‘Placaat’ waarmee ‘Apollo en Minerva, Koning en Koninginne, van het Ryk der wysheid, Dichtkunde en Weetenschappen, en Voorstanders van alle Geleerden en Schrandere Geesten’ hun lezers begroeten. Zij hebben hun ‘welbeminden Zoon DE INFORMATOR’ aangesteld tot ‘Geheim-schryver op der Aarde’. Doel van de periodiek is

om den Mensch gevoelens van Deugd, en een smaak voor de goede letteren, inteprenten; hen leerende, de Goden te vreezen; hunne Overheeden en Ouderen met eerbied te gehoorzaamen, en het welzyn van hunnen evenmensch met liefde te behartigen; moetende zulks op een innemende en bevallige wyze geschieden, om hen al speelende, het onuitspreekelyk vermaak van het verstand en de wysheid te doen smaaken.

De Secretary van Apollo is een in het algemeen vlot geschreven spectatoriaal blad met vertogen, al dan niet gefingeerde ingezonden brieven en antwoorden daarop. Ze hebben de vorm van een fabel, droom, samenspraak, satirische verhandeling, lied of dichtwerk. Ook staan er raadsels in (zelfs met een exemplaar de Secretary als uitgeloofde prijs) en in latere afleveringen de toegestuurde oplossingen. De onderwerpen zijn zeer divers, bijvoorbeeld:

zelfmoord, kraambezoek, huwelijk (overspel, ongelukkige huwelijken, standvastigheid in liefde, jaloezie, scheiding), jonggestorven kinderen, honden, het utopisch eiland ‘Drinkallia’, ondeugden (gierigheid, huichelachtigheid, drankzucht, ambitie of heerszucht, godslastering, liegen, rokende mannen en morsige vrouwen), deugden (eerlijkheid, naastenliefde en liefdadigheid, spaarzaamheid), uilskuikens, godsdiensten, opvoeding, weersinvloeden op het lichaam, podagra, astrologie, Newton, toneel, de oorsprong van de vrijmetselarij, nuttige tijdsbesteding van vrouwen. Er staat een lange reeks samenspraken in tussen vader en zoon over geometrie, astronomie, geografie (met beschrijving van o.a. Nederlandse steden en provincies), bijbelse en wereldlijke geschiedenis, logica, bestuurs- en staatskunde. De feuilleton ‘De gevallen van den Graaven d’Ajouli en van Seraphine Gritti’ (deel 3) wordt niet afgemaakt.

Met deel 3 lijkt de Informator een nieuwe koers te willen varen. ‘Van de Satyrische verhandelingen ben ik een liefhebber’, schrijft de Informator in het voorwoord, ‘en dewyl ik bevind dat die in ’t algemeen behaagen, zo meen ik dezelve in ’t toekomende niet te spaaren’. Voor knorrepotten die zich aan het minste en geringste ergeren, schrijft hij niet. Ook zullen er minder ernstige en geleerde vertogen in staan, ‘dewyl ‘er mogelyk alreeds te veel diergelyke stoffen inkomen’. In de praktijk loopt het allemaal zo’n vaart niet. De interactie met de lezers neemt zelfs af en ook de ernstige vertogen verdwijnen niet (integendeel).

Aanvankelijk zijn veel vertogen vertaald uit het Engels. Een steekproef in het openingsnummer van deel 1 – lang niet altijd is de bron vermeld – leverde de volgende resultaten op. Zo is het vierde vertoog een ingezonden brief aan de Informator ‘Wegens een uitgevonde Wichgelroede, het verstand te ontdekken’. Dit is een vertaling uit de Universal Spectator nr. 487 en 488, tevens afgedrukt in de London Magazine, and Monthly Chronologer van februari 1738 (p. 73 e.v.). Het zesde vertoog, ‘Onderzoek. Of Eneas, ooit in Italien is gekomen’, is een vertaling uit een Engels tijdschrift: The History of the Works of the Learned van juli 1737 (p. 4 e.v.). Het negende vertoog ‘De Waereld Ontmaskert. Zynde een vervolg, van daar wy het in ons voorige werk, voor de Maand December, gelaaten hebben’ is een vertaling uit The World Unmask’d: or, the Philosopher the greatest Cheat; in Twenty-Four Dialogues (1736), dat zelf weer een vertaling is van Le Monde fou préféré au monde sage (1731) van de Geneefse schrijfster Marie Huber. – Het valt op dat de Informator niet de moeite heeft genomen om de titel van de samenspraak aan te passen aan het feit dat er aan het openingsnummer, augustus 1739, geen decembernummer vooraf is gegaan. In vrijwel alle afleveringen staan vertalingen van berichten uit het nieuwsblad The English Mercury.
Ook zijn er enkele vertalingen uit het Frans opgenomen. Het tiende vertoog van het openingsnummer bijvoorbeeld bevat een ‘Korte Schets Van een vermaard werkje genaamd Philosophische Tydkorting, over de Taal der Beesten, in ’t Fransch beschreven door den beruchten Pater BOUGEANT […]’. Het is een vertaling van het in Frankrijk verboden Amusement philosophique sur le Langage des Bêtes (1739); al is een vertaling uit het Engelse A Philosophical Amusement Upon the Language of Beasts (1739) ook mogelijk. De inleidende alinea over dit werk is vermoedelijk wel van Claus van Laar. Het elfde vertoog is een ‘Korte Schets Van de Historie des Hemels volgens de denkbeelden der Poeëten Philosophen en Moses Zynde een vervolg van de Schouwburg der Natuur Beide van den Geleerde Heere Pluche. Uit het Frans volgens de Parysche Druk’. Ook hier is de inleidende alinea van Claus van Laar zelf, gevolgd door een vertaling uit Histoire du Ciel (1739) van Abbé Noël Antoine Pluche.
Gaandeweg krijgt de Informator meer vertogen toegestuurd en bevat de Secretary van Apollo meer oorspronkelijk werk. Een groot aantal vertaalde vertogen heeft in latere afleveringen een of meerdere vervolgen gekregen.

Het is een verdienste van Claus van Laar dat hij veel recente publicaties in vertaling onder de aandacht van zijn Nederlandse lezerspubliek heeft gebracht. De levensbeschrijving van Herman Boerhaave bijvoorbeeld, die in september 1738 was overleden en al een jaar later (nr. 2, september 1739) in de Secretary van Apollo ruime aandacht krijgt, getuigt van een goed gevoel voor timing. Overigens is het een vertaling van Samuel Johnsons vierdelige reeks artikelen ‘The Life of Dr Boerhaave’, die zojuist in de Gentleman’s Magazine (1739) waren verschenen. Ook Claus van Laar moest zijn biografie in stukken knippen, omdat de artikelen van Johnson nog lang niet allemaal waren verschenen.

Relatie tot andere periodieken
Van Esveldt, die in 1743 als enige het kopijrecht bezat, beschouwde het vervolg op de Secretary van Apollo, te weten het Vermakelyk Gezelschap der vernuftige Nederlanders (1741), als deel 5 van de Secretary. In de Amsterdamse Courant van 10 oktober 1743 biedt hij beide titels samen, in 5 delen, aan voor ƒ 8:14; de voordeelactie geldt tot 1 november 1743.
Ook de derde periodiek die Claus van Laar bij Van Huyssteen en Van Esveldt had ondergebracht, de Algemeene Schatkamer (1738) werd beschouwd als behorend tot deze 5 delen. In de Leydse Courant van 19 februari 1777 bieden Weduwe Van Esveldt en compagnon Holtrop namelijk de resterende voorraad aan van alle drie de werken: ‘te zamen XLI Stukjes, of VII Boekdeelen van 5000 Bladz. in 8vo’.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1071 G 14-17
¶ Full text deel 1 (nrs. 1-5)deel 2 (nrs. 1-6)deel 3 (nrs. 1-6) en deel 4 (nrs. 1-6)

Literatuur
¶ Ton Jongenelen, ‘Jan Willem Claus van Laar (1697-1769). een onverbeterlijk sjoemelaar’, in: Anna de Haas e.a. (red.), Achter slot en grendel. Schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800 (Zutphen 2002), p. 93-101
¶ Ton Jongenelen, ‘De volmaakte Hollandse broodschrijver Jan Willem Claus van Laar’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001), p. 104-113.

Rietje van Vliet