Staatkundige, Saamenspraak, tusschen een Burger en een Boer (1795-1802)

Titelbeschrijving
Staatkundige, Saamenspraak, tusschen een Burger en een Boer.

Periodiciteit
Het blad verscheen aanvankelijk tweemaal per week, op woensdag en zaterdag. Na verloop van tijd gaat het blad op andere dagen verschijnen.
Er is nauwelijks voor geadverteerd. De Ommelander Courant meldt op 19 augustus 1796 dat deel 1 is verschenen, bestaande uit 50 nrs. Dit impliceert dat het blad een aanvang heeft genomen in 1795.
Er is een aflevering bekend van 19 juni 1802 (nr. 671), waaruit blijkt dat de Burger en een Boer een voor een volksblaadje uitzonderlijk lange doorlooptijd heeft gehad. Dit nummer eindigt met de belofte ‘Wagt maandag ietz wonderbaarlyks in ons extra gesprek’.
Everard (2001) noemt een aantal keren dat de makers van het blad wegens de Burger en een Boer werden opgepakt, zonder dat het overigens werkelijk verboden werd.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 8 of 12 pagina’s in klein octavo. Het titelblok bevat de titel en het volgnummer. Boven het titelblok staan de woorden ‘Vryheid, Gelykheid, Broederschap’. Eronder staat tussen vierkante haken de naam J. Bruyn.
Het deelnummer staat vermeld in de voettekst.

Boekhistorische gegevens
Colofon deel 1, nr. 9:

Dit Gesprek zal alle Woensdagen en Zaturdagen vervolgt, en uitgegeven worden, op de hoek van de Linde- en Linde Dwarsstraat, voor drie duiten.

De verschijningsdagen veranderen na verloop van tijd. Aanvankelijk wordt de naam van Jan Bruyn niet genoemd in de colofon, in deel 2, nr. 93 is dit wel het geval. De colofon is in nr. 671 (19 juni 1802) gewijzigd in ‘Gedrukt by J. Bruyn. en Comp. op de Noordermark’.
Bruyn werd in oktober 1796, aldus Everard (2001), wegens de Burger en een Boer veroordeeld tot 5 jaar rasphuis. In december 1797 blijkt zijn echtgenote Johanna Heymeriks hem al die tijd als uitgeefster te hebben vervangen. Dat moet in ieder geval sinds augustus 1797 het geval zijn geweest, misschien zelfs al vanaf oktober 1796.
Op 13 december 1797 wordt Heymeriks op last van het Comité van Algemeene Waakzaamheid in arrest genomen om te worden verhoord over de negatieve voorstelling van de gebeurtenissen in de stad. Ook vermoedt men dat zij deel uit maakt van een politiek netwerk die haar voorziet van gevoelige inside information en wellicht ook van geld om de productie van het blad te financieren.

Het blaadje werd op straat uitgevent door krantenloopsters.
Prijs per aflevering: 3 duiten.
In Groningen was het blaadje duurder, getuige de Ommelander Courant van 19 augustus 1796, waar de afleveringen voor 4 duiten worden aangeboden.
Deel 1, nr. 10 is vermoedelijk herdrukt, zo blijkt uit de 2 exemplaren die ervan bewaard zijn gebleven.

Medewerkers
Uitgever Jan BRUYN was tevens de schrijver van het blad. Omdat hij ook vanuit het rasphuis kopij bleef leveren, werd hem in augustus 1797 iedere schrijfactiviteit verboden. In december 1797 blijkt zijn vrouw Johanna HEYMERIKS niet alleen uitgeefster maar ook schrijfster te zijn van de Burger en een Boer.
Bruyn en Heymeriks leunden voor hun blaadje sterk op de informatie van derden, getuige de oproep aan het einde van nr. 11 van deel 1:

Wy solliciteeren alle en een iegelyk met ons te correspondeeren tot voorlichting onzes Medeburgeren, en de Brieven vragt vry voor den Uitgeever dezes.

Inhoud
Radicaal revolutionair volksblaadje in de vorm van een samenspraak tussen een burger en een boer. De laatste spreekt plat dialect en was in het verleden orangist. De burger praat hem bij en stelt hem op de hoogte van allerlei politieke gebeurtenissen.
Ter sprake komen de ‘Nasenaale Konneventie’, het bondgenootschap met Frankrijk, de waarde van ‘Assignaten, Recepissen en Mandaaten’, de relatie vorst en volk, bevindingen van het Committé van Waakzaamheid, de ducaten die Willem V met zijn vlucht meegenomen heeft naar Engeland, en zijn bezittingen binnen de Republiek.

Relatie tot andere periodieken
Nr. 671 (19 juni 1802) van de Burger en een Boer bestaat grotendeels uit een citaat uit nr. 99 van de Janus (10 juni 1802).
In nr. 3 van De Oppermacht van het Volk (2 juli 1797) wordt het tijdschrift ‘De Burger, en de Boer’ opgevoerd als een van de deelnemers van een vergadering, onder voorzitterschap van het (overigens onbekend gebleven) blad Socrates. De Burger en een Boer wordt hier enigszins orangistisch voorgesteld.

Exemplaren
¶ Amsterdam, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis: PM 692 (deel 1, nrs. 9-11; deel 2, nrs. 54, 57, 58, 61, 65, 93; deel ?, nr. 671 (19 juni 1802)

Bronnen
Besluiten der Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen Volks (Den Haag 1799) deel 10, p. 183 (3 mei 1799).

Literatuur
¶ Myriam Everard, ‘In en om de (Nieuwe) Bataafsche Vrouwe Courant. Het aandeel van vrouwen in een revolutionaire politieke cultuur’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 24 (2001), p. 67-87.

Rietje van Vliet