Sysse-Panne (1795-1798, 1814)

Titelbeschrijving
De Sysse-Panne, ofte Den Estaminé der Ouderlingen.

Periodiciteit
De verschijningsdata zijn als volgt:

  • Deel 1 – zaterdag 31 oktober 1795 t/m zondag 24 januari 1796 (nrs. 1-30) 
  • Deel 2 – zaterdag 30 januari 1796 t/m zondag 8 mei 1796 (nrs. 31-60) 
  • Deel 3 – zondag 22 mei 1796 t/m zondag 25 september 1796 (nrs. 61-90) 
  • Deel 4 – woensdag 23 november 1796 t/m zondag 12 maart 1797 (nrs. 1-15) 
  • Deel 5 – maandag 20 maart 1797 t/m zondag 8 juni 1797 (nrs. 1-15)
  • Deel 6 – zondag 25 juni 1797 t/m zondag 8 oktober 1797 (nrs. 1-16)
  • Deel 7 – zondag 29 oktober 1797 t/m 4 februari 1798 (nrs. 1-15)
  • Deel 8 – zondag 11 februari 1798 t/m 20 mei 1798 (nrs. 1-15)
  • Deel 9 – zondag 20 maart 1814 t/m zondag 3 april 1814 (nrs. 1-2). Nr. 3 wordt aangekondigd, maar is in het bestudeerde Gentse exemplaar niet aangetroffen. Feitelijk hoort deel 9 niet bij de eerste 8 delen. 

Sommige afleveringen worden in het titelblok genoemd als supplement van de vorige aflevering, andere afleveringen zijn dubbel genummerd. Indien dat laatste het geval is, blijkt de nominale frequentie van tweemaal per week te zijn gewijzigd in een frequentie van eenmaal per week. De verschijningsdagen variëren: altijd op een zondag en eventueel ook op een andere dag in de week.

Bibliografische beschrijving
De afleveringen tellen 8, dubbelnummers 16 pagina’s in octavo. Het titelblok bevat een volgnummer, de titel, de datum en een sauskom (‘sysse-panne’) als titelvignet. In een enkel geval is het titelvignet afwezig.

Boekhistorische gegevens
Uitgever is J.B. Dullé, boekverkoper aan de Kalanderberg te Gent. In deel 9 is het adres van Jan-Baptiste Dullé: ‘in de S. Jansstrate by ’t Belfort, no. 5’.
De intekenprijs bedraagt volgens het ‘Bericht’ voorin deel 1: 15 stuivers voor 30 nrs. Aan het einde van deel 2, nr. 32 wordt als nieuwe intekenprijs voor 30 nrs. of 15 dubbele nrs. genoemd: 18 stuivers. Deel 4, nr. 3 eindigt met een bericht over de nieuwe prijs per 15 nrs.: 17½ stuivers bij intekening. Voorin deel 7 wordt een prijsverhoging aangekondigd wegens de invoering van het zegelrecht (3 centimes per aflevering). Dit bedrag wordt niet in zijn geheel doorbelast, al wordt de intekenprijs voor 15 nrs. nu wel 20 stuivers (1 gulden). Onder het titelblok van deel 8, nr. 1 wordt nog toegevoegd: 7 oorden per los nummer. Deel 9 opent met een prijsaankondiging: 17½ stuivers ‘brabandsch courant geld’ voor 15 nrs.

Van de Sysse-Panne zijn twee bloemlezingen verschenen:
¶ Karel Broeckaert, Borgers in den estaminé, ed. Antoon Jacob (Antwerpen 1922)
¶ idem, Den jongen Tobias, ed. Antoon Jacob (Antwerpen 1924).

Medewerkers
Het tijdschrift verscheen anoniem. Dat was de reden dat uitgever Dullé op 22 januari 1797 door het kantongerecht Gent werd meegedeeld dat hij wettelijk is verplicht de schrijver van de Sysse-Panne openbaar te maken. Dullé antwoordde dat het blad in het vervolg ondertekend zal worden als ‘Rédacteur de la Sysse-Panne Dullé et Compagnie’.
In werkelijkheid is de Sysse-Panne grotendeels, zo niet in zijn geheel geschreven door de Gentse dichter, schrijver en publicist Karel BROECKAERT (1767-1826). Van zijn hand is ook het Dagelyks Nieuws van Vader Roeland (1792-1793).
Andere mogelijke contribuanten zijn volgens de concurrerende Protocole Jacobs (deel II, p. 49) ‘den doktoor GYSELINK’ en ‘zekeren DOUANNE, Econome of Entrepreneur van het Hostpitael genaemd de Byloke’.
Zeer waarschijnlijk heeft Broeckaert niet meegewerkt aan deel 9 van de Sysse-Panne. De twee nummers moeten volgens François (1974) worden gezien als een revanche tegen de Gentse bankier Constant Hopsomere, in 1800-1803 lid van het Corps Législatif. Deze voelde zich door de Briefwisseling tusschen Vader Gys (1799), die sterke gelijkenissen vertoont met de Sysse-Panne, persoonlijk aangevallen en spande een geding aan tegen de uitgever van dit blad. Deze J.F. Kimpe liet zich hierin bijstaan door Norbert Cornelissen (1769-1849). Algemeen wordt aangenomen dat deze Cornelissen de auteur was van deel 9 van de Sysse-Panne.

Inhoud
De eerste aflevering van de Sysse-Panne verscheen vlak nadat de Zuidelijke Nederlanden waren ingelijfd bij Frankrijk. Het jacobijnse schrikbewind had zojuist plaatsgemaakt voor het Directoire, dat aanvankelijk gematigder was dan zijn voorganger. Na de fructidoriaanse staatsgreep door de radicalen binnen het Directoire, begin september 1797, sloeg de koers weer door naar de andere kant. Het fructidoriaanse Directoire bleef aan tot de machtsovername door Napoleon op 9 november 1799. 
Het beleid van de Fransen was sterk gericht op het elimineren van de macht van adel en clerus. Ook voerden ze een actieve taalpolitiek waardoor het Nederlands nagenoeg uit het openbaar leven verdween. Dit was ernstig tegen het zere been van mensen als Broeckaert, die een gedreven voorstander was van het gebruik van de moedertaal. 
In maart 1814 namen de Fransen de benen. Dat was ook het moment – voor de genoemde Norbert Cornelissen – om de Sysse-Panne nieuw leven in te blazen (deel 9, nr. 1: 20 maart 1814). Op 15 februari 1814 werd door de geallieerden een voorlopige regering van België geïnstalleerd. Op 21 juni 1814 nodigden de geallieerden prins Willem van Oranje-Nassau uit om de post van gouverneur-generaal van België te aanvaarden en de vereniging van de Nederlanden voor te bereiden. Op 1 augustus 1814 kondigde hij aan de regering van België onder handen te zullen nemen. Op 16 maart 1815 was de personele unie van de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden een feit. De Sysse-Panne was toen al voorgoed van het toneel verdwenen.

De Sysse-Panne behoort tot de hoogtepunten van de Vlaamse periodieke pers tijdens de Verlichting. Het satirische blad is geschreven in plat Gents, in de vorm van een samenspraak tussen een aantal volkse personages in een koffiehuis, waarbij genoemde politieke gebeurtenissen de achtergrond vormen. Het vertolkt de mening van de vrijzinnige Vlaamse burgerij. Met de titel wordt verwezen naar de uitdrukking ‘iemand zijn saus geven’, iemand de waarheid zeggen.
De hoofdrollen zijn weggelegd voor Deugdelijke Herte (radicaal jacobijn), Gysken (nieuwsgierig, conservatief, moet niets hebben van nieuwigheden) en Bitterman (gematigd republikein, personage ontleend aan Von Kotzebues Menschenhaat en berouw). De doelgroep bestaat volgens Van den Bossche (2018) met name uit ‘de kleine burgerij die niet meteen de voordelen van de nieuwe orde ervaart maar er door haar onmacht wel de nadelen van ondervindt’. 
Het blad wordt gerekend tot de spectators, al zijn de vormkenmerken daarvan afwezig. Verschaffel (2017) noemt het dan ook ‘semispectatoriaal’. De toonzetting is informeel en moraliserend. Er wordt veelvuldig verwezen naar verlichtingsdenkers en dito schrijvers: van Diderot, Helvetius, Hobbes en Rousseau tot Addison, Steele, Swift en Voltaire. In meerdere opzichten neemt de Sysse-Panne een gematigde positie in, zeker ten opzichte van Den Demokraet (1795), een Gents strijdorgaan waarin het radicale bewind van de Fransen wordt toegejuicht. Broeckaert is voorstander van de scheiding tussen kerk en staat, veroordeelt de misbruiken van de clerus, maar stelt zich verdraagzaam op ten aanzien van gelovigen. Dweperij en bijgeloof zijn voor hem uit den boze.
Gematigd is Broeckaert ook in zijn streven naar stabiliteit in de turbulente samenleving waarin hij leefde. Dit doet hij door zijn lezers op te roepen tot actief burgerschap. Dit betekent niet alleen dat zij verplicht zijn zich goed te verdiepen in de standpunten van de volksvertegenwoordigers op wie ze kunnen stemmen. Ook betekent het dat men lessen moet trekken uit de vaderlandse geschiedenis en zich in moreel opzicht dient te gedragen. Van den Bossche (2008) wijst op deel 7, nr. 13, waarin alleen vrouwen aan het woord zijn. Zij spreken over sociabiliteit, ‘hoe men zig zelven draegen moet om niet ridicuul voor de societeyt te zyn’.

Relatie tot andere periodieken
Aanleiding om met de Sysse-Panne te beginnen was volgens Van den Bossche (2018) de verontwaardiging over het Gentse tijdschrift Den Demokraet, dat met zijn persoonlijke aanvallen de lezer verkeerde gewoonten zou kunnen aanleren. In de Sysse-Panne wordt er zeer frequent stelling tegen genomen. 
De schrijvers van de Briefwisseling tusschen Vader Gys en verscheyde andere geleerde persoonen van zynen tyd (1799) positioneren hun blad als opvolger van de Sysse-Panne, mede dankzij het feit dat in de Briefwisseling, die in feite een samenspraak is, deels dezelfde personages een rol spelen: Gys, Bittermans en Lappaert.

Exemplaren
¶ Gent, Universiteitsbibliotheek
¶ Full text deel 1-3, deel 4-6 en deel 7-9

Bronnen
¶ Défense de J. F. Kimpe, imprimeur signataire d’une brochure nommée vulgairement De Sysse-Panne, devant le Tribunal Correctionnel de Gand le 29 nivôse an 8 [=29 januari 1800] (Gent z.j.)

Literatuur
¶ Tom Verschaffel, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De weg naar het binnenland (Amsterdam 2017), p. 114-116, 227
¶ Geert van den Bossche, ‘”Alles veranderd in de wereld”. De Franse tijd in de Zuidelijke Nederlanden volgens De Sysse-Panne (1795-1798)’, in: Pieter van Wissing e.a. (red.), Stookschriften. Pers en politiek tussen 1780 en 1800 (Nijmegen 2008), p. 253-270
¶ Luc François, ‘Norbert Cornelissen’, in: Jaarboek De Fonteine 1971-1972 (1974), p. 107-130, aldaar p. 112-113
¶ Karel Broeckaert, Den jongen Tobias, ed. Antoon Jacob (Antwerpen 1924), p. XV-XVII.

Rietje van Vliet