Talmud (1736)

Titelbeschrijving
Den Talmud ofte Overzeldzaame Joodsche Vertellingen.

Periodiciteit
Het tijdschrift verschijnt eenmaal per week op vrijdag, van 9 januari t/m 27 februari 1736, totaal 8 nummers. Het weekblad is wegens klaarblijkelijk gebrek aan succes beëindigd.

Bibliografische beschrijving
Iedere aflevering bevat acht doorgenummerde pagina’s in kwarto. De laatste pagina van nr. 7 bevat geen tekst (p. 56). Titelpagina en/of titelvignet ontbreken.

Boekhistorische gegevens
Het tijdschrift werd volgens het impressum uitgegeven en verkocht door Cornelis de Ruyt, boekverkoper in de Hoogstraat te ’sGravenhage. In het colofon van de eerste aflevering worden naast de uitgever nog 22 adressen van boekverkopers in het hele land genoemd als co-uitgever en boekverkoper. Vanaf aflevering 2 ontbreken deze adressen. In de Leydse Courant van 2 en 11 januari 1736 wordt het tijdschrift door de uitgever in een advertentie aangekondigd.

Geannoteerde heruitgave: Jacob Campo Weyerman, Den Talmud ofte overzeldzaame Joodsche vertellingen (1736), ed. Marja Geesink en Anton Bossers (Leiden 2007).

Medewerkers
Pas in aflevering 8 blijkt expliciet dat Jacob Campo WEYERMAN (1677-1747) de auteur van dit tijdschrift is. Bij zijn aankondiging van een vervolg op het tijdschrift vermeldt hij een aantal van zijn (wel) succesvolle eerdere werken. In zijn eigen tijd echter moet het auteurschap voor ieder zonder meer duidelijk zijn geweest.

Inhoud
In zijn literaire stijl vertaalt en herschrijft Weyerman een aantal sprookjes en verhalen uit de Joodse traditie van het Ma’asseboek. Deze verhalen zijn vertaald en bewerkt uit: Christophorus Helvicus [=Helwig], Erster und Ander Theil Jüdischer Historien, Oder Thalmuhdischer, Rabbinischer, wunderbarlicher Legenden, so von den Jüden, als warhafftige und heylige Geschicht, an ihren Sabbathen und Feyertagen, gelesen werden, Darauss dieses verstockten Volcks Aberglauben und Fabelwerck zu ersehen: Auss ihren eigenen Büchern in Truck Teutsch verfertiget, von newen ubersehen und corrigiert durch Christophorum Helvicum (Giessen, Chemlin, 1617).
Het blad bevat eigentijdse toespelingen en typisch weyermanniaanse karakteriseringen. De schrijver richt zich zogenaamd op het grote, goedgelovige publiek dat volgens hem graag dit soort verhaaltjes leest.

Relatie tot andere periodieken
Van sommige gedeeltes publiceerde Weyerman eerdere bewerkingen in Den Echo des Weerelds (1725-1727) en de Vrolyke Tuchtheer (1729-1730). Verder in: Moses Marcus, De voornaamste beweegredenen en omstandigheden die aanleyding hebben gegeeven aan Moses Marcus tot het verlaaten van den joodschen, en tot het aannemen van den kristelyke godsdienst. Benevens een kort verhaal van deszelfs lyden daar over. Door hem zelven opgestelt in de Engelsche en overgezet door Jacob Campo Weyerman in de Nederduytsche taal (1726).

Exemplaren
¶ Utrecht, Universiteitsbibliotheek: Rariora oct 439
¶ Den Haag, Koninklijke Bibliotheek 326 C 28 (nr. 7)
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek: 1073 H 10:2 (exemplaar zoek).
¶ Full text nr. 7 (20 februari 1736)

Literatuur
¶ A. Hanou, ‘Kinderen Davids bij Weyerman. Van ‘Hebreeuwsche onkruiden’ naar ‘vyfde weezentheit’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 31 (2008), p. 53-57
¶ A. Bossers, ‘Bij de presentatie van de nieuwe uitgave van Weyermans Talmud’, in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 31 (2008), p. 50-52
¶ Jacob Campo Weyerman, Den Talmoed ofte overzeldzaame Joodsche vertellingen (1736), ed. M. Geesink en A. Bossers, Leiden 2007
¶ M. Geesink en A. Bossers, ‘Weyermans ‘Talmud’: een vluggertje’, in: C. van Heertum, T. Jongenelen & F. van Lamoen (red.), De andere achttiende eeuw. Opstellen voor André Hanou (Nijmegen 2006), p. 91-99.

 Anton Bossers