Tooneelkijker (1804)

Titelbeschrijving
De Tooneelkijker.

Periodiciteit
Het bestaan van dit weekblad is bekend dankzij de aankondiging voor nr. 1 van dit blad in de Rotterdamse Courant van 16 februari 1804. Saakes noemt deze aflevering pas in zijn Naamlijst van april 1804 (p. 35). Er zijn slechts drie afleveringen verschenen, aldus Saakes in december 1804 (p. 94).

Bibliografische beschrijving
Groot octavo.

Boekhistorische gegevens
Saakes noemt als uitgever Demelinne en Comp. uit Rotterdam. De advertentie in de Rotterdamse Courant van 16 februari 1804 geeft echter de volgende namen: ‘te Rotterdam by J. Hofhout en Zoon, vanden Dries, Groenendyk en Demelinne; te Amsterdam by van Kesteren en Comp.; in den Haag by de Wed. de Groot en Zoonen; Leyden Trap; Gouda Brinkman en Kleyn’.
De prijs per aflevering bedraagt volgens Saakes ƒ 0:1:8 (p. 35). De drie nummers compleet worden aangeboden voor ƒ 0:4:8 (p. 94).

Inhoud
Genoemde advertentie geeft de volgende informatie: ‘Hetzelve zal, zoo wel de Tooneelspeelers als het tooneel begluuren; de verdienste pryzen, doch de misslagen tevens met bescheidenheid aanwyzen; haast u dus Tooneelliefhebbers!’

Relatie tot andere periodieken
Niet te verwarren met het tijdschrift De Tooneelkijker (1815-1819).

Exemplaren
Geen exemplaar bekend.

Literatuur
¶ L. Jensen, ‘Een mijnenveld vol explosieven. Kritiek in Nederlandse toneeltijdschriften rond 1800’, in: De Negentiende Eeuw 34 (2010).

Rietje van Vliet