Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen (1733-1741)

Titelbeschrijving
Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen, Waar in Berigt gegeeven word van veele voornaame deelen van de Natuurkunde en Natuurlyke Historie; Als mede van Nieuwe Ontdekkingen, Proeven En Waarnemingen, Door voornaame Natuurkundigen, in verscheide gedeelten des Aardryks, genomen of beschreeven. Eerste [enz.] deel. Eerste stukje [enz.].
Kleine spellingsvarianten in de titel van latere afleveringen.

Periodiciteit
Voor de eerste aflevering (‘stukje’) wordt geadverteerd in de Leydse Courant van 14 december 1733; het voorbericht is gedateerd 17 november 1733. Het duurde ruim een jaar voordat nr. 2 verkrijgbaar was, zo laat de advertentie in de Leydse Courant van 16 maart 1735 zien. T/m 1741 verschenen 5 afleveringen die gebundeld werden in 3 delen: deel 1 (2 nrs.), deel 2 (2 nrs.) en deel 3 (1 nr.). De zesde aflevering verscheen in 1764 samen met de vorige afleveringen – deels als titeluitgave – onder de nieuwe titel Uitgeleeze Natuurkundige of Filozoofische Verhandelingen.

Bibliografische beschrijving
Deel 1 bevat 460 doorgenummerde pagina’s in groot octavo, met inhoudsopgave, een voorbericht per aflevering en 6 uitslaande platen. Deel 2 heeft 484 pagina’s, met 8 uitslaande platen. Deel 3, waarin slechts één aflevering is opgenomen, telt 284 pagina’s, met 1 uitslaande plaat.

Boekhistorische gegevens
Het werk is blijkens de impressa uitgegeven ‘Te Amsterdam, By Isaak Tirion, Boekverkooper, op den Nieuwendyk het tweede huis van den Dam, in Hugo Grotius’.
Op zeker moment heeft Tirion het kopijrecht verkocht aan zijn plaatsgenoot Frans Houttuyn. Deze heeft in 1764 de 5 afleveringen als titeluitgave, samen met een nieuwe, tweede aflevering in deel 3, uitgebracht als Uitgeleeze Natuurkundige of Filozoofische Verhandelingen. Zie hierover de Hedendaagsche Vaderlandsche Letteroeffeningen van 1772 (p. 206-211).

Inhoud
In het voorbericht van nr. 1 legt de anonieme redacteur uit dat hij met de periodiek is begonnen omdat hij geïnspireerd was geraakt door de Frans-Britse natuurfilosoof John Theophilus Desaguliers. Deze had in Amsterdam op ‘gemakkelyke, en te gelyk vermaakelyke wyze’ een aantal lezingen verzorgd over ‘een saamenstelsel van de Hedendaagse Natuurkunde’. De toehoorders realiseerden zich dat er geen Nederlandstalige geschriften waren waarin men over nieuwe natuurkundige ontdekkingen kon lezen. Toen is het plan ontstaan om een tijdschrift te beginnen met vertalingen en uittreksels, hetgeen door Desaguliers werd toegejuicht. Niettemin heeft de uitgave enige tijd op zich laten wachten nadat twee van de initiatiefnemers het leven hadden gelaten.
De redacteur wil met het werk aan ‘weinig geoeffenden’ de mogelijkheid bieden kennis te nemen van ‘Natuurkundige Bespiegelingen’. Maar behalve een lekenpubliek heeft hij ook een geleerdenpubliek voor ogen. Hij wil namelijk

aan Geleerden en Ervaarenen gelegenheid te geeven, van hunne byzondere gedagten, nieuwe ontdekkingen, klaardere proeven dan tot nog toe voor zekere zaak waaren opgegeeven, merkwaardige voorvallen of ondervindingen, te klein om daar over een Boek of Verhandeling te schryven, door middel van deeze Papieren Waereldkundig te maaken.

Het achttiende-eeuwse begrip ‘Natuurkunde’ heeft betrekking op de natuurlijke historie in de ruime zin des woords. De Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen besteedt dan ook aandacht aan natuurwetenschappen als biologie, anatomie, fysiologie, genees- en heelkunde, geologie, wiskunde, natuurkunde (in enge zin), scheikunde en astronomie.
De afleveringen bevatten vertalingen van werk van onder andere Reaumur, Hales, Sloane, Boerhaave, Desaguliers, Musschenbroek, Marcel, Lulofs. Ook worden uit het land verhandelingen toegezonden, bijvoorbeeld door Paulus de Wind, stadsoperateur en -vroedmeester te Middelburg, zijn plaatsgenoot stadsdokter J. Steenwyk en bijvoorbeeld Jan Noppe, die vanaf het weerstation Zwanenburg in de Haarlemmermeer zijn dagelijkse lucht- en weerwaarnemingen toezond. Verder is er aandacht voor het spraakmakende geschil tussen Bernhard Idema en Roelof Roukema, beiden als genees- en heelmeester werkzaam te Leeuwarden, over de vraag of de longenproef inderdaad bewees dat het kind na de geboorte had geleefd.

Relatie tot andere periodieken
Frans Houttuyn moet geïnteresseerd zijn geweest in de overname van de Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen omdat hij sinds 1755 de opvolger ervan op de markt bracht: de Uitgezogte Verhandelingen uit de Nieuwste Werken van de Societeiten der Weetenschappen in Europa en van andere Geleerde Mannen (1755-1765).

Exemplaren
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: OTM O 63-911-913 (editie Tirion)
¶ Amsterdam, Universiteitsbibliotheek: O 63-6415-6417 (editie Houttuyn)
¶ Full text editie Tirion deel 1deel 2 en deel 3

Rietje van Vliet