Uitgezogte Verhandelingen (1755-1765)

Titelbeschrijving
Uitgezogte Verhandelingen uit de Nieuwste Werken van de Societeiten der Weetenschappen in Europa en van andere Geleerde Mannen. Met naauwkeurige Afbeeldingen. Eerste [enz.] deel.

Periodiciteit
De Uitgezogte Verhandelingen verschenen gedurende tien jaar, van 1755 t/m 1765, aldus de hoofdredacteur in het Na-bericht van deel 10. De titelpagina van het gebonden deel 1 draagt echter 1757 als jaar van uitgave. Het is een kwartaalblad, hetgeen voor wetenschappelijke verhandelingen zijn nadelen heeft, aldus de Voorreden in deel 1, omdat het de variëteit van een aflevering niet ten goede komt.
De hoofdredacteur had al in een vroeg stadium tegen de uitgever gezegd te willen stoppen. De hoeveelheid werk was hem boven het hoofd gegroeid en er waren concurrerende tijdschriften op de markt gekomen, ‘die meer smaak scheenen te vinden by de Wereld’ (deel 10, p. 518). Maar de uitgever wenste een reeks van tien jaar vol te maken, hetgeen gebeurde.

Bibliografische beschrijving
In octavo.
De afleveringen zijn doorlopend genummerd maar niet gedateerd.
De delen zijn gemiddeld zo’n 600 pagina’s groot. Wat de paginering betreft: alleen de pagina’s met de verhandelingen zelf zijn genummerd. Het katern met titelpagina en inhoudsopgave en het katern met onderwerpsregister hebben geen paginanummers,
Op de titelpagina van elk deel prijkt het uitgeversvignet met het portret van de door de uitgever zo bewonderde Isaac Newton, en het uitgeversmotto ‘Aedificando floret’. Links- en rechtsboven zijn een drukpers en een boekhandel te zien.

Boekhistorische gegevens
Het tijdschrift verscheen te Amsterdam bij de doopsgezinde uitgever Frans Houttuyn; na diens overlijden bij de Erven F. Houttuyn.

Medewerkers
De hoofdredacteur was blijkens het Na-bericht achter in deel 10 de achterneef van de uitgever, Martinus HOUTTUYN (1720-1798), die sinds 1753 als arts in Amsterdam was gevestigd. Hij ontwikkelde zich tot een gerespecteerd geleerde op het gebied van natuurlijke historie en in het bijzonder de zoölogie. Hij heeft vele natuurhistorische publicaties op zijn naam staan. In zijn Natuurlyke historie of uitvoerige beschryving der dieren, planten en mineraalen (1761-1785) toonde hij zich een verklaard linneïst.
Houttuyn maakte als hoofdredacteur van de Uitgezogte Verhandelingen de selecties, vertaalde en becommentarieerde, en schreef ook zelf verhandelingen (die hij steevast ondertekende met de letter H). Zie voor een overzicht van zijn al dan niet geannoteerde vertalingen Boeseman en De Ligny, p. 103-114.
Er zijn ook vertalingen van derden opgenomen, vaak eveneens voorzien van commentaar, maar wie achter hun initialen schuilgaan (C., E., M., N.), wordt nergens onthuld. Zij zijn wellicht leden van het verder onbekend gebleven gezelschap waarvan Houttuyn spreekt in zijn Voorreden in deel 1.

Inhoud
De Voorreden in deel 1 begint met een eerbetoon aan Isaac Newton, die ‘door zyn schrander Vernuft ons meer en dieper geheimen der Nature ontdekt’. De empirische werkwijze, met haar experimenten en waarnemingen, hebben geresulteerd in vele wetenschappelijke ontdekkingen, die in zekere zin alle aan hem te danken zijn, aldus newtoniaan Martinus Houttuyn.
Inmiddels zijn er in heel Europa genootschappen opgericht die de ‘geheimen der Nature ten welzyn des Menschelyke Geslagts’ opsporen. ‘Het zal voor ons tegenwoordige Oogmerk genoeg zyn, met een enkel woord aan te roeren, de aanmerkelyksten dier geleerde Genootschappen, welken thans by uitstekendheid in Europa bloeijen’. Dan volgt een opsomming van een aantal wetenschappelijke genootschappen die voor Houttuyn toonaangevend zijn, elk met hun eigen verhandelingen. Het zijn deze geleerde schatten uit heel Europa die Houttuyn voor zijn Nederlandse lezers wil uitstallen.
Het geïntendeerde lezerspubliek bestaat uit natuurhistorici, sterrenkundigen, wiskundigen, werktuigbouwkundigen, zeelieden, scheikundigen, geneeskundigen, heelkundigen. Het blad dient ter vermaak, nuttige bezigheid of tijdverdrijf. In dit kader is het van belang op te merken dat belangstellenden in de natuurlijke historie nauwelijks aanleg hoeven te hebben voor mathematische wetenschappen.
Houttuyn neemt zich voor vertalingen te leveren van de beste en belangrijkste publicaties. Hij streeft daarbij naar actualiteit. Maar ook zullen er oorspronkelijke verhandelingen worden gepubliceerd die door ‘sommige Leden van ons Gezelschap’ of door externen zijn opgesteld.
De Uitgezogte Verhandelingen bevatten illustraties. Soms zijn ze overgenomen uit andere werken, andere keren zijn ze verbeterd, vermeerderd of zelfs versierd. Ieder deel begint met een inhoudsopgave en eindigt met een onderwerpsregister.
Omdat de Uitgezogte Verhandelingen het karakter hebben van een readers digest,met weinig oorspronkelijk werk, zijn ze in hedendaagse studies vaak genegeerd. Ten onrechte, zo verklaren Boeseman en De Ligny, omdat de vertalingen commentaren bevatten die gezien kunnen worden als bijdragen aan het wetenschappelijke debat.

Relatie tot andere periodieken
De Uitgezogte Verhandelingen werden door tijdgenoten gezien als het vervolg op de Uitgeleeze Natuurkundige Verhandelingen (Amsterdam, I. Tirion 1734-1741), die in 1764 door Houttuyn onder de nieuwe titel Uitgeleeze Natuurkundige of Filozoofische Verhandelingen opnieuw waren uitgegeven en aangevuld met een nieuwe aflevering.

Exemplaren
¶ Leiden, Universiteitsbibliotheek 653 C 1-10
¶ Full text deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9 en deel 10

Literatuur
¶ K.L. Sprunger, ‘Frans Houttuyn, Amsterdam boekverkoper. Preken, uitgeven en de doopsgezinde Verlichting’, in: Doopsgezinde Bijdragen, Nieuwe reeks, 31 (2005), p. 183-204
¶ M. Boeseman, W. de Ligny, Martinus Houttuyn (1720-1798) and his contributions to the natural sciences, with emphasis on zoology (Leiden 2004)
¶ C.C. Delprat, ‘De geschiedenis der Nederlandsche historische tijdschriften van 1680 tot 1857’, in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 71 (1927), p. 1, 3-116, 1711-1753.

Rietje van Vliet